AnalyseVrijhandel

Parijs en Den Haag onderstrepen: vrijhandel zit in de verdrukking

De haven van Zhoushan, in China.Beeld Getty

Dirigistisch Frankrijk en oud-handelsvrijbuiter Nederland, twee tegenpolen, pleiten er samen voor handelspartners dwingend te gaan houden aan dezelfde milieu- en klimaateisen: het klinkt als een voorschot op een post-coronawereld waarin vrijhandel het nog moeilijk gaat krijgen.

Het Frans-Nederlandse initiatief om internationale handel dwingender dan voorheen te vergroenen en te verduurzamen dateert in oorsprong van voor de pandemie. Maar het past wonderwel bij de nu steeds vaker klinkende roep dat ‘na corona’ de internationale handel niet onveranderd kan blijven.

Het pleidooi sluit aan bij de ‘Green Deal’ die de Europese Commissie vorig jaar afkondigde, een routekaart naar een duurzame Europese economie. Ideeën binnen de commissie om nieuwe tarieven voor importgoederen te baseren op de CO2-voetafdruk van het exporterende land, krijgen nu de steun uit Parijs en Den Haag. Een ander, nog brisanter idee wil de hoogte van handelstarieven afhankelijk maken van de voortgang bij het behalen van duurzaamheidsdoelen.

De verbazing over de opmerkelijke handelscoalitie – en vooral de Nederlandse stellingname – is niet van de lucht. Ook niet in Frankrijk zelf. Zijn ‘het land van Colbert’ en ‘het land dat de beurs en de multinationals uitvond’ het immers al niet eens over het EU-budget, hulp aan Italië en Air France-KLM?, vraagt economisch commentator Philippe Escande van Le Monde zich af. ‘Deze vijandige broers uit de eurozone die samen een kruistocht voeren voor een redelijker mondialisering – dat is nooit vertoond.’

De oorzaken voor dit kleine wonder liggen deels in de veranderende diplomatieke verhoudingen in Europa – waarin Parijs en Den Haag elkaar steeds meer kunnen vinden op punten waarover ze het wél eens zijn. Dit is al langer te zien bij de samenwerking op defensiegebied en de gedeelde aarzelingen over EU-uitbreiding.

Ontrafeling

Maar de Frans-Nederlandse voorstellen zijn ook een symptoom van de ontrafeling van wat ooit een multilateraal wereldhandelssysteem was. De door president Trump populair geworden theorie dat China dat systeem van binnenuit misbruikt heeft, versnelt de teloorgang ervan. China en de EU zeggen dat ze het multilaterale handelssysteem willen redden, met nieuwe, spelregels, maar ondertussen werken ze – net als Trump – elk aan hun eigen, particuliere handelssystemen. Waar Trump kiest voor de botte bijl, door andere landen straftarieven op te leggen, zoekt China het in het geraffineerdere ‘Belt and Road’-initiatief, waarbij Beijing kleinere landen aan zich bindt met een web van leningen en infrastructuurprojecten.

Kampioen multilateralisme

Europa, tot slot, blijft roepen kampioen multilateralisme te zijn, maar kan in het geopolitieke gevecht niet langs de zijlijn blijven staan. Het wil zich weren tegen Chinese overnames van cruciale industrieën, en het ontdekt de verleiding van ‘groen protectionisme’ – het optuigen van handelsverdragen met steeds hogere duurzaamheidseisen. Europese politici noemen dat de nieuwe ‘Gouden Standaard’ voor handelsverdragen, maar veel andere, armere landen zien het als nieuwe handelsbarrières.

De grillen van de drie grote handelsblokken in de wereld lijken te passen in de overgang van een multilateraal handelssysteem naar een systeem van ‘managed trade’ – een stelsel van elkaar overlappende, en aan politieke druk onderhevige, handelsafspraken tussen handelsblokken of groepen landen. Handel als pure machtspolitiek, zonder ultieme arbiter.

Op afstand

‘Maar’, kunnen Europese politici tegenwerpen, ‘we zitten klem’. Van bovenaf door de toegenomen geopolitieke wedijver tussen de VS en China. Van onderop door het afbrokkelende politieke draagvlak voor handelsverdragen. Vroeger werd handelspolitiek in democratische landen ‘op afstand’ van de kiezer gezet om het protectionisme en de invloed van belangengroepen in te tomen. In de VS bond het Congres zijn eigen handen door de onderhandeling van handelsverdragen uit te besteden aan de uitvoerende macht – en zelf alleen nog te stemmen over het eindresultaat. In de EU bereikten lidstaten hetzelfde effect door de Europese Commissie verantwoordelijk te maken voor de onderhandelingen over de verdragen.

Die afstand is er nu niet meer, zeker niet met alle nieuwe milieu-, klimaat- en duurzaamheidseisen. Onbedoeld ontstaat er daarover een verbond tussen Europese ngo’s en bedrijven. De ngo’s willen de regels ook elders ter wereld op dezelfde wijze nageleefd zien (ook al kunnen veel ontwikkelingslanden zich dat niet veroorloven); de bedrijven willen dat de steeds hogere productie-eisen waaraan ze moeten voldoen ook voor handelspartners gelden: het zogenaamde ‘gelijke speelveld’. Om deze groeiende politieke druk van ngo’s en bedrijven kunnen politici niet meer heen – niet in Frankrijk, maar evenmin in Nederland. 

‘Het idee van ‘de-mondialisering’ nestelt zich langzaam in de geesten’, schrijft Le Monde over het Frans-Nederlandse handelsinitiatief. Het Nederlandse kabinet, geleid door een liberale premier, zal het echter zeker niet als de-mondialisering uitventen. Het blijft voorlopig een open vraag of met dit soort initiatieven de vrijhandel wordt gered – of om zeep geholpen. 

In de senaat gloort hoop voor handelsverdrag met Canada
De kans dat er in de Eerste Kamer alsnog een meerderheid komt voor het Europese handelsverdrag met Canada (Ceta) is toegenomen nu de PvdA positief reageert op een Frans-Nederlands initiatief om handelsakkoorden ‘groener’ te maken. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden