Parijs charmant vastgelegd door Atget * * * *

Als een historicus met camera fotografeerde Atget systematisch het oude Parijs.

MEREL BEM

Eugène Atget | Vieux Paris. t/m 8 januari in het Nederlands Fotomuseum, Rotterdam. Catalogus 48 euro.

Zouden vooral 'systeemzieken' zich aangetrokken voelen tot fotografie? De geschiedenis kent veel voorbeelden van fotografen die door middel van hun werk de zichtbare wereld indelen, categoriseren, rubriceren en classificeren.

Voor de Franse fotograaf Eugène Atget (1857-1927), door velen beschouwd als de grondlegger van het 'systeemdenken' in de fotografie, was zo'n klein gebied niet minder dan zijn hele wereld. In 1920 schreef hij een brief aan de toenmalige Franse cultuurminister met daarin de mededeling dat hij nu 'het gehele Oude Parijs' in zijn bezit had. Die opmerking sloeg op het levenswerk van Atget: het systematisch fotograferen van le vieux Paris, de delen van de stad die nog niet waren 'aangetast' door de vernieuwingsdrang van stadsarchitect Haussmann, die letterlijk de fundamenten legde voor het Parijs van nu.

Atget, gewapend met een enorme camera en een tas met breekbare glazen platen, verkende dat langzaam verdwijnende gedeelte van de binnenstad, en later ook bepaalde buitenwijken, district voor district. Hij fotografeerde er oude gebouwen, winkels, parken. Hij legde archaïsche beroepen vast: de straatverkoper, de voddenman, de visvrouw.

Vervolgens verdeelde hij zijn foto's in series, zoals 'Pittoresk Parijs' of 'Landschapsdocumenten', en die series werden weer opgedeeld in verschillende categorieën. Het was een manier van werken die vergelijkbaar was met die van een 19de-eeuwse historicus, maar die fotografisch gezien juist veel heeft betekend voor de fotografen van de 20ste eeuw, zoals de Amerikaan Walker Evans die zijn herhalende systematiek en zijn objectiviteit overnam.

De thematische indeling zoals die nu te zien is in het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam, op de uiterst mooie en internationaal georganiseerde overzichtstentoonstelling Eugène Atget Vieux Paris, is van Atget zelf en ontleend aan de verschillende albums die hij maakte. Op één album na: dat van Man Ray. En daar gebeurt iets verrassends.

De Amerikaan Man Ray, halverwege de jaren twintig de Parijse buurman van Eugène Atget, had lak aan de systematiek van zijn Franse collega. Hem ging het helemaal niet om herhaling, om een typologische benadering van het oude Parijs, om objectieve ordening. Man Ray zag in Eugène Atget juist een representant van het surrealisme. Zoals die als een flanerende camera door de straten ging (waarbij Ray voor het gemak even vergat dat Atget daarbij een strikt systeem hanteerde), zoals die de stad vastlegde alsof er net iets ergs gebeurd was of nog te gebeuren stond, zoals die typisch surrealistische onderwerpen als paspoppen en willekeurig bijeengezochte objecten fotografeerde: surrealisme!

Dat Atget zelf stug volhield dat hij niets anders maakte dan 'naslagwerken voor kunstenaars', historische documenten over een stad in verandering - dat deed voor Man Ray niets af aan de gedachte dat Atget de belichaming was van de moderne, door surrealistische denkbeelden bepaalde tijd. Dat zijn 'documenten' kunstwerken waren. En verdraaid zeg. Wie met Man Ray's album in het achterhoofd nogmaals door de tentoonstelling gaat, ziet vreemde uitstallingen in winkeletalages, een straatverkoper met de meest uiteenlopende voorwerpen op zijn rug en ook een aantal overbelichte foto's, die Man Ray (bewust? onbewust?) moeten hebben aangesproken vanwege zijn latere liefde voor solarisatie, een fotografisch proces dat door te lange belichting een positief in plaats van een negatief beeld oplevert. De tentoonstelling in Rotterdam kiest geen partij. Kunst of document - het wordt aan de kijker overgelaten om daarover te oordelen. Hoogstens zeggen de samenstellers (in de catalogustekst) dat het werk van Eugène Atget nu van belang is vanwege de hernieuwde belangstelling voor documentairefotografie en het vastleggen van de stad. Waarbij het waarschijnlijk de bedoeling is dat die verwijzing zo vaag mogelijk blijft, want het is een losse opmerking en voorbeelden blijven vervolgens uit. Het is niet erg. Als de tentoonstelling één ding wel duidelijk maakt (behalve dat het kijken naar Atgets werk nog immer een waar genoegen is), dan is het dat een kunstenaar of fotograaf niets te zeggen heeft over de perceptie van zijn werk. Dat je als fotograaf zelf wel kunt beweren dat je niet in het ene hokje thuishoort, maar dat je er zonder pardon ingeduwd kunt worden als de tijd daarvoor rijp is. Over 'systeemziekte' gesproken.

-----------------------------------------

Systeemdenkers

August Sander, Albert Renger-Patzsch, Bernd en Hilla Becher, Walker Evans, Stephen Shore, Nicholas Nixon - al deze fotografen werkten of werken in meer of mindere mate met systemen, volgens typologieën en gestructureerd, of het nu over een klein gebied gaat of de hele wereld wil omvatten.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden