Parijs aan zee

Vervolg van pagina 1.

Het is niet moeilijk je voor te stellen hoe de dames onder hun parasols door die straten paradeerden, op weg naar het strand, waar ze wellicht een paar tenen in zee zouden steken. Hun heren waren 's morgens al met hun witte hoedje op naar de paardenrenbaan vertrokken waar tijdens het badseizoen, koersen werden gelopen.


Wat die denkbeeldige dames zochten? Parijs aan Zee - een badplaats met alle comfort en ambiance van de lichtstad, maar dan aangeblazen door een verfrissend zeewindje dat de muizenissen uit het hoofd verjaagt. Ze werden op hun wenken bediend. Alles was vertrouwd, te beginnen met de Place Morny in het hart van het stadje; een stervormig plein zoals ze dat uit Parijs kenden. Alleen, wie hier de straten volgt, komt uit op de zeeboulevard.


In popperige huisjes vonden ze de deftige winkels die ze in Parijs frequenteerden. Warenhuis Printemps opende zijn eerste vestiging buiten de hoofdstad in Deauville en stuurde er in de zomer de winkelmeisjes naartoe die zich in Parijs buitengewoon verdienstelijk hadden gemaakt. Hermès, Chanel, Ralph Lauren en Dior openden hun eigen boutique. Voor vertier konden ze naar het grote Casino. De Ballets Russes van Vaslav Nijinski wijdden er het theater in, dat een replica is van het Trianon in Versailles.


Zo is Deauville nog steeds. Er is oud geld en nieuw geld, geld uit de Emiraten en uit de CAC40 (de Franse beursgenoteerde ondernemingen). Een Porsche valt hier niet meer op dan een boodschappenwagen. Wie aandacht wil trekken moet minstens met een Lamborghini, Maserati of Rolls Royce cabriolet aankomen. Bij het Star Café betaal je 23 euro voor een clubsandwich. Maar, ter geruststelling: Deauville heeft ook genoeg adresjes waar de prijzen vriendelijker zijn.


Nog altijd is 80 procent van de bezoekers Frans, en daarvan komt weer 90 procent uit Parijs. Verder zijn er Belgen, Britten, Zwitsers, Amerikanen en Arabieren. Ook rijke Chinezen weten Deauville te vinden. Maar die komen om te golfen - Deauville heeft vier banen. Ze brengen hun privéleraar mee, en een legertje journalisten dat verslag doet van de vorderingen.


'Mensen zijn vaak gehaast', zegt stadsgids Sandrine Chardon. 'Ze willen zich ontspannen, maar zonder tijd te verliezen. Dat kan hier. Tennis, golf, polo, zwembad, thalassotherapie - alles is hier onder handbereik. En er gebeurt altijd wel wat.' Vanaf het station zijn alle hotels en restaurants op loopafstand. Er is een zee aan parkeerruimte, zelfs de jachthavens en paardenrenbanen - Deauville heeft van alles minstens twee - vallen binnen deze maritieme microkosmos.


De tegelijk ruime en compacte opzet dankt Deauville aan de zee, die zo vriendelijk was zich aan het eind van de 19de eeuw zo'n vierhonderd meter terug te trekken. Daarmee kreeg de gemeente een kuststrook waar van alles mee te doen was. Pal aan zee liggen tennisbanen, een olympisch zwembad met gezuiverd zeewater, een groot ondergronds congrescentrum, een park, skatebaan, ponyclub, speeltuin en parkeerplaatsen. Ver daarachter begint pas de boulevard met de grote hotels en het Casino. Al die faciliteiten zijn laag, zodat de gasten in de Grands Hotels hun onbelemmerde uitzicht op zee houden.


Moest je een stadshart aanwijzen, dan is dat les Planches: een wandelboulevard van azobé, tropisch hardhout dat om de twintig jaar wordt vervangen. Aan de ene kant liggen de zee en de gekleurde strandtenten die voor een paar euro te huur zijn. Aan de andere kant ligt de lange galerij met badhuisjes, opgetrokken in een door Pompeï geïnspireerde stijl. Op de hekjes voor de huisjes staan de namen van filmsterren die de badplaats bezochten, zoals Elizabeth Taylor, John Travolta, Roger Moore, Rita Hayworth, Tony Curtis, Clint Eastwood. Dit is de Walk of Fame van Deauville.


Wie wil ervaren waar het in Deauville om draait, neemt vanaf les Planches de Avenue Général de Gaulle, een brede straat met arcaden aan weerszijden. De balkons op die arcaden geven er een wildwest-aanzicht aan. 'Niet zo vreemd', vindt Chardon. 'De paardenrenbaan was er eerder dan de kerk, zeggen ze in Deauville graag. Deze straat verbindt de ingang van renbaan La Touques met het strand. Daarmee heb je de twee voornaamste activiteiten gehad.'


Zo ademt alles aan Deauville het rijke verleden. Het wordt gekoesterd, als het voornaamste wat het stadje te bieden heeft. Toch zijn er perioden geweest waarin de plaats voor zijn voortbestaan vreesde. Zoals aan het eind van de 19de eeuw, toen de stroom bezoekers geleidelijk opdroogde.


Een jonge zakenman, Eugène Cornuché, besloot de zaken groot aan te pakken. Hij liet de twee reusachtige hotels bouwen die nog steeds het beeld van het zeefront bepalen: Hôtel Normandy en Hôtel Royal. Ertussenin kwam een imposant Casino. Deauville bloeide weer op en trok vele kunstenaars. Kees van Dongen en Raoul Dufy kwamen er schilderen, dichter Guillaume Appolinaire, mode-icoon Coco Chanel en danseres Isadora Duncan namen er hun intrek. De beau monde volgde. Couturier Yves Saint-Laurent, die een villa tegen de heuvel bezat, noemde Deauville 'mijn vredige haven'. Claude Lelouch draaide er in 1965 Un homme et une femme; hij won er de gouden palm in Cannes mee waardoor de faam van Deauville de wereld over gaat.


Na de Tweede Wereldoorlog bereikte het massatoerisme Deauville. Sandrine Chardon wijst op de sporen ervan: stijve gebouwen met benauwde ramen, voor een deel geconcentreerd rond de plezierhaven. 'Er is een tijd geweest dat de bouweisen wat minder streng waren', zegt ze zuinig. In de buurt van de renbaan kom je zelfs sociale woningbouw tegen; Deauville zit ruimschoots boven de 16-procentsnorm die in Frankrijk wordt aangehouden.


Sinds een jaar of twintig heeft de stad de ambitie het jaar rond aantrekkelijk te zijn, ook voor zakelijk toerisme. Daarom werd een groot Congrescentrum gebouwd, het in 1992 opgeleverde Centre International de Deauville. De jaarlijkse top van de G8, die 26 en 27 mei in Deauville wordt gehouden, is de voorlopige kroon op deze inspanningen.


Maar de toon wordt gezet door een ander soort bezoekers. Door de dames met opvallend gewelfde lippen en onwrikbare wenkbrauwen, die op de overdekte markt bakjes aardbeien van zes euro kopen en aarzelen bij de volautomatische stofzuigrobot. En door de mannen in goudgeknoopte blazers en hun zonen met witte kousen, die zich in de Rue Victor Hugo vergapen aan een geparkeerde Bugatti die nog prima schijnt te rijden.


Naar een winkeltje met zakjes schelpen en plastic scheppen kun je hier lang zoeken. Ze zijn er wel, maar de geur van zonnebrand en softijs hangt er niet. En als er aan het eind van een drukke dag al afval naast de prullenbakken staat, dan is dat in keurig gestapelde zakjes.


Op het strand zitten wat jongens rond een waterpijp. Ze kijken niet op of om als een groep ruiters het zeewater doet opspatten. De meeuwen die in de plassen scharrelen, maken verontwaardigd plaats. Als dan de mist langzaam dunner wordt en de krijtrotsen tevoorschijn komen, dan begrijp je wat mensen zoeken in Deauville.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden