Parfum voor de oren

De 'keyolin' noemt Cor Fuhler zijn jongste uitvinding: een viool die via pianotoetsen wordt bespeeld. De 34-jarige improvisator en componist houdt van antieke elektrische orgeltjes en haalt betoverende geluiden uit zelf gebouwde instrumenten....

'HET IS EEN ziekte van me om alles zelf in de hand te willen houden.' Cor Fuhler is pianist en keyboardspeler, in een vaag omlijnd gebied tussen jazz, gecomponeerde en geïmproviseerde muziek, dat eigenlijk alleen door hem bewoond wordt. Maar hij is veel meer dan dat: hij is voortdurend op zoek naar nieuwe manieren om de klankmogelijkheden van zijn instrumenten uit te breiden, experimenteert met methoden om van de cd-productie een huisindustrie te maken, en heeft een 'keyolin' uitgevonden, waarmee je viool kunt spelen door middel van een toetsenbord.

De muzikant als uitvinder. In eerste instantie vindt Fuhler zijn eigen, vaak betoverende muziek uit, een met niets te vergelijken parfum voor de oren gemengd uit humor, lieflijkheid, melancholie en prikkelende vormspelletjes. Je kunt wat raakvlakken aanwijzen: de directe, tot de essentie ingekookte melodieën van Satie, de gevoeligheid voor pure klank en stilte van Cage, het onverwachte maar logische herschikken van het materiaal uit de muzikale blokkendoos waar Monk zo van hield. Maar de hoofdmoot is zelf bedacht, en als alles in elkaar is gepast is het helemaal Fuhler, een weerspiegeling van zijn karakter vol vriendelijke eigenwijsheid.

Hoewel hij ook volledig uitgeschreven stukken heeft geleverd aan andere ensembles, is hij vooral een componist die materiaal aandraagt voor de groepen waarin hij zelf speelt, en dat meer bestaat uit aanleidingen en suggesties voor improvisatie dan uit vaste routebeschrijvingen. Hoe goed dat kan werken blijkt op zijn laatste cd, Bellagram, met bassist Wilbert de Joode en slagwerker Han Bennink. De collectief bedachte gedeelten zijn nauwelijks te onderscheiden van de vooraf vastgelegde noten.

Aan de hand van de bladmuziek laat hij zien hoe weinig hij vastlegt. 'Kijk, dit is niet meer dan een opmaat, van acht maten, en een ritme, in dit geval de tango. Verder staat er niks. En toch werkt het, voor ons, daar ben ik best trots op. Meestal worden de akkoorden spontaan bedacht, en je zou zweren dat het een schema is. De bas klopt altijd met het orgel, bijvoorbeeld.

'Dit is inderdaad wat toegankelijker, jazzachtiger muziek dan mensen misschien verwachten. Ik wou eens laten zien dat ik dit ook ben, dat ik dit ook kan. Daar is zo'n cd ook goed voor. Publiciteit. Dat het nodig is, blijkt uit verbaasde reacties als ''ik wist niet dat je zo goed piano kon spelen''. Grappig, want dat doe ik al jaren.'

De charmante melodieën en verende swing worden af en toe stilgelegd, om spanning en ontspanning te creëren, en lijken dan uiteen te vallen in abstractere delen, die de aandacht vestigen op de bijzondere geluiden die het trio voortbrengt. Fuhlers geprepareerde piano wordt dan apart uitgelicht, zijn melodica, of zijn Farfisa-orgeltje: 'Lekker lullig, maar ook met een echt mooie orgelklank.'

Hoewel de 34-jarige Fuhler al sinds zijn conservatoriumtijd optreedt, zijn er nog maar twee cd's van hem verschenen, Bellagram en de soloplaat 7 CC IN IO uit 1996. Dat komt ten dele door zijn onvrede 'over het hele proces van plaatjes maken. Het kost duizenden guldens, dan heb je vijfhonderd cd's waarvan je er jaren lang vierhonderd thuis hebt liggen. Het leek me beter om er snel vijftig te maken, die zelf te verkopen bij concerten, en dan door te gaan met iets nieuws.'

Met dat doel heeft Fuhler een computerprogramma van Pro Tools aangeschaft waarmee hij zelf opnamen kan monteren en mixen, en een zogeheten brander om het eindresultaat in schijfjes vast te leggen. De lay-out doet hij ook maar zelf.

De eerste cd die hij zo verspreidt, Zilch, bevat onbewerkte trio-opnamen, want Fuhler heeft de techniek nog niet helemaal onder de knie. Eén van zijn vingeroefeningen is een reeks montages, bedoeld voor een optreden met andere liefhebbers van Star Trek als trombonist Joost Buis en gitarist Jacques Palinckx, opgebouwd uit zinnen uit de tv-serie die allemaal een getal bevatten. Buis kan daar bijvoorbeeld overheen soleren met zijn trombone.

De software stelt hem ook in staat samples te bewerken. Zijn benadering daarbij is typerend voor zijn ideeën over geluidsmanipulatie. 'Ik maak die samples zelf, want ik ben niet zo'n MIDI-man, ik ben een audio-man. Ik wil niet vastzitten aan de geluiden die de fabriek meelevert met het keyboard, ik ben muzikant en ik wil elke klank tot de kleinste nuance beheersen. Ik hou ook van vervormers als de vocoder, die de muziek via een slangetje je mond in stuurt zodat je hem kunt filteren met je stem. Je moet in een fractie van een seconde kunnen reageren op de andere musici, of op de eigenaardigheden van de akoestische ruimte. Pure elektronica kan dat niet. Zoals Michael Moore klarinet speelt, dat doet geen enkel apparaat hem na.'

Die combinatie van subtiel handwerk en een vernuftig mechaniekje is ook terug te vinden in de keyolin, Fuhlers uitvinding waarvoor hij een viool heeft gekoppeld aan een deel van een piano-toetsenbord. De toetsen sturen metalen vingers aan, die de twee snaren (meer was niet praktisch) op verschillende plaatsen indrukken. Een lap fluweel tussen de 'vingers' en de snaren zorgt ervoor dat hij geleidelijk van de ene naar de andere toon kan glijden, en flageoletten of vibrato's kan produceren. De snaren worden met een strijkstok aan het trillen gebracht, zodat er toch rechtstreeks contact is met de materie, en het mechaniekje staat snelheden en intervallen toe die voor een echte violist onmogelijk zijn.

'Dit ding bleek al een paar keer eerder te zijn uitgevonden, maar elke keer anders. Het is net als de klapschaats, die is honderd jaar geleden ook al bedacht, maar iemand moet zo gek zijn om hem te bouwen en toe te passen, zodat de mensen echt zien dat het werkt.

'Het is geen concurrentie voor de viool, een viool kan weer veel dingen die de keyolin niet kan. Het is een ander instrument, met zijn eigen typische geluiden. Maar ook in zekere zin een vervanging, ideaal voor iemand als ik die geen viool kan spelen en dat toch graag zou willen. Of eigenlijk cello. Viool heb ik een tijdje geprobeerd, maar ik had een hekel aan die herrie bij m'n oor.

'Als kind wilde ik dolgraag trompet spelen, maar het bleek te zwaar. Elke dag uren oefenen, en jarenlang niet vooruitgaan. Ik heb het op het conservatorium wel als bijvak gedaan, want anders krijg je later spijt dat je het niet geprobeerd hebt. Ik denk trouwens ook over een trompet met een toetsenbord: rubberen lippen waarvan je de spanning mechanisch kunt variëren.

'Het zal wel iets te maken hebben met de beperkingen van een instrument niet willen accepteren. Een trompet of een viool kunnen bijvoorbeeld een toon lang aanhouden, op een piano sterft hij onherroepelijk weg. Dan ga je trucs toepassen als gitaarelementen op de snaren, of een E-bow (een elektrisch apparaatje dat de snaar eindeloos kan laten trillen).'

'Ik zie de piano in eerste instantie als een grote liggende harp. Die kun je op allerlei manieren bespelen. Ook met die toetsen en die hamertjes, hoor. Dat gaat perfect. Je zou bijna zeggen: hij lijkt er wel voor gemaakt.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden