Parelvissen naar de volksziel

Water stroomt door al zijn boeken. Geen wonder dat Frank Westerman een tv-serie over overstromingen gaat presenteren.

Frank Westerman (49) woont aan een Amsterdamse gracht, 80 centimeter boven NAP, althans de benedenverdieping. Hij is auteur van veelgeprezen boeken als De Graanrepubliek, El Negro en ik en, het meest recente, Stikvallei.


Op 13 december maakt hij zijn debuut als presentator van een tv-programma, Nederland in 7 overstromingen. Daarin worden vijf grote watersnoden uit onze geschiedenis als uitgangspunt genomen voor een zoektocht naar wie wij nu zijn. De zesde aflevering behandelt de 'gewenste overstroming' en in de zevende maken we kennis met de overstroming die nog moet komen, de EDO in Rijkswaterstaattaal: de Ergst Denkbare Overstroming.


De EDO zal de loop van de Nederlandse geschiedenis weer veranderen, zoals watersnoden dat altijd hebben gedaan. Ze hebben grote invloed gehad op het landschap, de mensen daarin en op hun denken.


Westerman: 'Er loopt een directe lijn van de watersnood van 1809, toen de hele Betuwe onder water liep, naar Giro 555. Dat is toch fascinerend?'


Ze hebben, zegt hij, als 'parelvissers geprobeerd stukjes van de volksziel op te duiken'.


Tip van Westerman: stap, als je in de Randstad woont en de EDO komt, niet in je auto in een poging zo snel mogelijk de Veluwe te bereiken. Dat wordt verdrinken in de file. Beter is het te verkassen naar de zolder en te wachten op laagwater of redding vanuit de lucht.


Tommy Wieringa die langs de grenzen reist, Abdelkader Benali op bezoek bij auteurs, Adriaan van Dis in Indonesië en nu jij in de overstromingen. Ik zie duidelijk een trend: de schrijver-presentator.

'Je zou het haast denken.'


Wat is het verschil met schrijven?

'Presenteren is van een andere orde. Het is samenwerken. Dat contrast is enorm. Maar er zijn ook overeenkomsten. Een zoektocht uitzetten om ergens achter te komen. In het programma ben ik dienstbaar aan het onderwerp, in mijn boeken probeer ik alle dienstbaarheid te laten varen. Een overeenkomst is dat al mijn boeken gaan over maakbaarheid en verwoesting. Daar gaat dit programma ook over. Alleen ben ik nu de gids, de vragensteller. Dat is een andere rol.'


Wat heb jij als jongen van de Drentse zandgronden met water? Het zit in bijna al je boeken: De Graanrepubliek, Ingenieurs van de ziel. In Ararat gaat het zelfs over de zondvloed, in Stikvallei is er dat meer. Alleen in Dier, bovendier en El Negro en ik kom je even los van deze waterobsessie.

'Het stroomt door al mijn boeken. Waarom? De fascinatie met water, ik denk dat we die allemaal hebben. Maar over mezelf: we gingen altijd op vakantie naar het Noordzeestrand, Terschelling. Ik vond het leuk om op de vloedlijn zandkastelen te bouwen. Dan schep je tot de vloed komt. Je ziet de vloed komen, kleine golfjes, en dat neemt dat zand weer mee, dat kasteel kalft af. Tegen de tijd dat je ouders je meenemen naar de camping is het weg. Dat is een miniatuur van hoe wij leven op de vloedlijn. Daar is het hele land op gebouwd. Als je niks doet, is het weg. Dat is een mooi schaalmodel van ons land, dat ieder kind meekrijgt.'


Maar niet ieder kind gaat er vervolgens boeken over schrijven.

'Ik ben boven NAP geboren, in Emmen. Maar mijn ouders kwamen van de Zuid-Hollandse eilanden, die hebben de watersnoodramp van 1953 meegemaakt. Oud-Beijerland, Hoeksche Waard. Die is ondergelopen. De boerderij van de beste vriendin van mijn moeder is als wrakhout meegespoeld.'


Dus die ramp zat bij jullie thuis aan tafel.

'Toen mijn ouders trouwden, in 1957, mochten ze van de werkgever van mijn moeder een kunstwerk uitzoeken. Ze gingen naar de Lijnbaan in Rotterdam, waar toen volgens mij één kunsthandel was. Kozen ze een zeegezicht. Alleen maar branding. Alleen maar spattend water. Golven die op je afkomen, geen strookje zand. Meeuwis van Buuren. Heeft niks anders gedaan, z'n hele leven lang. Alleen zee-aanzichten. Elke Armeniër in de diaspora heeft thuis iets waarop je de Ararat ziet. Elke Japanner heeft een houtsnede van Mount Fuji. Zoiets is de zee voor Nederlanders. Het was het enige kunstobject bij ons thuis, ik ben ermee opgegroeid. Een zeegezicht. Ik denk dat dat typerend is.'


Wie heeft bedacht Nederland en de Nederlanders te onderzoeken aan de hand van overstromingen?

'Leontine van de Stadt, van producent Kunst & Wunderkammer. Ze liep al jarenlang met dit idee rond. Op een gegeven moment kwam ze bij mij. Vanwege het onderwerp, mijn fascinatie met water, en vanwege mijn boeken.'


Dacht je niet: wat een rare titel?

'Juist niet. Ik hoorde hem en ik was om. Nederland in zeven overstromingen. Say no more. Zo'n titel dwingt je tot een heel krachtige manier van kijken.'


Nederland, de Nederlanders en het water. Het is wel een beetje een cliché.

'Het is heel goed om clichés te nemen. Ik heb als correspondent in Rusland over kaviaar geschreven. Ik heb over kou geschreven. Over wodka. Maar dan moet je wel weten wát je over wodka schrijft. Hoe vetter het cliché, hoe rijker het vaak is.'


God schiep de wereld, maar de Nederlanders schiepen Nederland, zoals ze in het buitenland vaak zeggen.

'Maar dat ís ook zo. De bedoeling was aspecten van onszelf te onderzoeken, wat vroeger 'volksaard' heette. Niet dat we bij die overstromingen zouden blijven hangen. We brengen niet de geschiedenis van elke overstroming in kaart. Het gaat ons erom te laten zien hoe die de bewoners achter de dijk hebben gevormd. Hoe de overstromingen het landschap hebben gevormd en ook onszelf.


'Ik geef je een voorbeeld. De overstroming van 1809, het rivierengebied. Van Lobith tot Gorinchem staat alles onder water. Daar, in dat jaar, is een liefdadigheidscultuur ontstaan die tot op de dag van vandaag bestaat. Er werden smartelijke gedichten geschreven om op het sentiment te spelen en landelijke inzamelingsacties van de grond te krijgen. De schilders van Arti et Amicitia in Amsterdam gingen bij Culemborg op de dijk staan schilderen. De schilderijen werden verkocht aan het koningshuis en notabelen. Het geld kwam in een fonds voor de getroffenen. Giro 555 komt voort uit 1809. Je kan zeggen: die hele internationale trend van hulpacties, Band Aid, noem maar op, is bij ons ontwikkeld, in het Land van Maas en Waal. Wist jij dat? Ik niet.'


En dan moet die EDO nog komen.

'Daarvoor zijn we naar Dordrecht gegaan. Daar hebben ze de Ergst Denkbare Overstroming al een keer meegemaakt. De Sint-Elisabethsvloed van 1421. Dordrecht was de rijkste stad in deze streken, op een kruispunt van vaarwegen, maar het is de gevolgen van de Sint-Elizabethsvloed nooit te boven gekomen. Het moest zijn macht afstaan aan Amsterdam.


'De moderne EDO zal de Randstad treffen, alles wat binnen de zogenoemde Dijkring 14 ligt. Schiphol, Rotterdam, het economisch hart. Een hoogleraar Veiligheid in het programma zegt: dat er duizenden doden zullen vallen, is niet het probleem. Het probleem is dat je dit als land niet meer te boven komt. Dan worden we teruggeworpen in de Steentijd.'


Hopen dan maar dat de dijken het houden.

'Het gaat er niet om óf die EDO gaat komen. Die gaat komen, alleen weten we niet wanneer. Maar er is niet zo heel veel voor nodig. Een ongelukkige samenloop van omstandigheden, een noordwesterstorm die iets te lang aanhoudt, hoog water in de rivieren, springtij. Dan kun je het 48 uur houden, maar niet langer. Dat heet bij Rijkswaterstaat 'fase zwart'. De deltacommissaris, de man die verantwoordelijk is voor de dijken, zegt in het programma: op dat moment hoeft niemand meer op de overheid te rekenen.'


Waar een watersnood is, is de God van Nederland nooit ver weg.

'De drenkelingen van de Zeelandramp kregen bij de opvang in Rotterdam een paardendeken, een brood en een nieuwe bijbel. Een noodeditie. Daar zijn Polygoonbeelden van. Die godvrezendheid, dat grondsop, dat is ook waar ik zelf uit voortkom.


'Mijn opa las nog dagelijks voor uit de Statenbijbel. Dat zit er zo diep in. Twee weken na de ramp verschijnt op Tholen weer de eerste editie van Eilanden Nieuws, de lokale krant. En dan gaat de dominee in een artikel met de zweep erover! Er zijn bijna tweeduizend mensen verdronken, en dan gaat het los, in de tale Kanaäns. Dat is gezwollen, het spat, het schuimt, hij schuimbekt. En hij wrijft de drenkelingen nog een keer in dat ze zich van God hebben afgekeerd. Dat het is een straf is, zoals de vernietiging van Sodom en Gomorra. Die taal, wat een rijkdom.


'Ook de regering denkt op dat moment zo. De minister van Verkeer en Waterstaat hoeft zich niet te verantwoorden in de Tweede Kamer. Hij treedt niet af, maar zegt simpelweg: wie zal keren, de hand des Heren? Dat was genoeg.


'De dreiging van het water heeft ons gevormd. Zeker, dat is een cliché. Maar reken maar dat we er een tik van hebben meegekregen. Ik vaar met Stoffel van Mourik over de Oosterschelde. Hij heeft daar in februari 1953 een nacht rondgedreven op een dakspant tot hij aanspoelt aan de overkant. Ik vraag: heeft u die nacht gebeden? Hij: Ja. Maar God wás er niet. Hij zegt: ik heb het overleefd, maar ik ben die nacht óók gestorven.


'Zijn vader had ook een stuk hout gepakt en die is ook aangespoeld aan de overkant. Ik vroeg: hebt u het daar ooit met uw vader over gehad? Nooit. Dat zegt iets. Die stugheid, dat niet-flamboyante, het niet-zwierige, ingetogene, daar stuit je toch op iets in onze ziel. We houden dat voor onszelf. Dat contrast tussen die zwijgzaamheid en die rijke taal van de bijbel, dat fascineert me.'


Vond je presenteren moeilijk?

'Het is hondsmoeilijk, een echt vak. Praten, zoveel stappen lopen en dan precies uitkomen bij een paaltje. Zo niet, over. Het is '5, 4, 3, 2, 1: deze is voor jou, Frank, wees jezelf!' Doe dat maar eens. Je bent de boegspriet en krijgt de spetters in je gezicht. Maar je bepaalt niet de koers, er zit iemand anders aan het roer.'


Ga je het vaker doen?

'In januari gaat Hans Fels beginnen met de verfilming van Dier, bovendier. Hij wil scènes draaien met mij, maar ik ben niet de verteller.'


De eerste klimaatvluchtelingen, zegt Westerman, zijn al op de hoge gronden gesignaleerd. Zijn vader liet hem pas nog een Drents makelaarskrantje zien. 'Zie je dat', zei hij, 'bij elk huis wordt aangegeven hoe ver het boven NAP staat.'


NEDERLAND IN 7 OVERSTROMINGEN

Zeven vrijdagen vanaf 13 december, NTR, Nederland 2, 21.10 - 22.00 uur.


The making of 'Nederland in 7 overstromingen'

Holland Doc 24, vrijdag 13 december, aansluitend op de eerste aflevering.


(Documentaire)


Nederland in 7 overstromingen - de Zuiderzee

Tentoonstelling in het Zuiderzeemuseum tot en met maart 2015


Nederland in 7 overstromingen

Het boek bij de serie, geschreven door Leontine van de Stadt, Walburgpers.


Achtergronden bij de serie: geschiedenis24.nl


JORIS IVENS

De beroemdste documentaire over de Nederlanders en het water is ongetwijfeld Nieuwe gronden van Joris Ivens (1898-1989) uit 1933. Ivens was toen al een internationaal gelauwerd cineast, hoewel zijn communistische sympathieën door velen met wantrouwen werden bekeken. In Nederland in 7 overstromingen, in de aflevering over de Zuiderzeeramp van 1916, zien we hoe hij het moment vastlegt waarop de Afsluitdijk Noordzee en Zuiderzee scheidt, op 28 mei 1932, om 13.02 uur.


Er waren nóg vier documentairemakers op de dijk actief, maar Ivens dramatisch talent, zijn drie camera's, het ritme van de beelden en het gekozen thema (de zee versus de mens en zijn techniek) maakten zíjn afsluitingsscène tot een iconische. Ivens zelf beschouwde Nieuwe gronden als zijn 'meest complete en geslaagde dramatische montage'. Niettegenstaande het onderwerp veel rustiger is dan de Potemkin van Eisenstein, geraakte de zaal in eenzelfde opwinding', schreef Het Volk op 21 december 1933.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden