Paranoïde

Thuiskomen in het moederland. Terugkeren naar het land waar je ouders je hebben grootgebracht. De Volkskrant reist mee met Bea Correra naar Sao Paulo, in het zuidoosten van Brazilië....

Alsjeblieft, vraagt Maria aan Bea Correra, blijf je bij mij logeren in Sao Carlos? 'Ik durf 's nachts niet alleen te zijn met mijn zoontje in dat grote huis.' Natuurlijk, belooft Bea de vriendin met wie ze opgroeide in haar geboortestad, bijna driehonderd kilometer ten noordoosten van Sao Paulo.

De dag daarop komt Maria voorrijden in haar zwarte station wagen. Alleen is ze niet. Naast haar zoontje, op de achterbank, zit een bediende. Die gaat ook mee op het vierdaagse reisje, om op Maria's zoontje te passen.

Maria, begin 30 en getrouwd met een arts, is de dochter van een fabrikant uit Sao Carlos. Aan alles kun je merken dat Maria uit de gegoede kringen komt: de zorgvuldigheid waarmee ze haar woorden kiest (ze heeft een tijd in Parijs en Londen gewoond om haar talen te leren), de manier waarop ze loopt (hoofd hoog, schouders naar achteren), en de vanzelfsprekendheid waarmee ze accepteert dat de gewone beslommeringen des levens haar uit handen worden genomen.

Mámá!, schreeuwt haar zoontje vanaf de achterbank, als de laaghangende zon in zijn ogen prikt. 'Mámá!! De bediende pakt een papieren broodzakje en houdt het voor zijn gezicht, totdat de zon is ondergegaan. Als Maria en Bea koffie drinken in een wegrestaurant, neemt de oppas het jongetje mee naar de honden die in kooien worden verkocht voor het aanpalende benzinestation.

Achter het leegstaande huis van Maria's moeder in Sao Carlos loopt ook een hond. Een zwarte waakhond. Eén maal per dag ziet hij een mens. Als de bediende die is aangesteld om voor het huis te zorgen hem voert.

De woning, die de moeder van Maria aanhoudt voor de weinige keren dat ze vanuit Sao Paulo overkomt naar Sao Carlos, lijkt op een vesting. Muren van drie meter hoog eromheen, tralies én stalen rolluiken voor de ruiten, extra stalen hangsloten aan de ramen, en een alarminstallatie. Rond het huizenblok rijdt permanent een bewaker die is aangesteld door de bewoners.

Als de poort heel even openstaat, steekt een man zijn hoofd om de hoek. Hij wil geld. 'Voor een zieke vrouw', zegt hij. Maria betaalt meteen. 'Hij kan wel een pistool bij zich hebben', denkt ze.

En ze komt weer met een verhaal over iemand die ze niet kent, maar over wie ze heeft gehoord dat hij werd doodgeschoten nádat hij zijn portefeuille had afgestaan. Maria zit vol met zulke verhalen - ze lijdt aan het paranoïde gedrag van meer mensen uit de hogere klasse in Brazilië. Al moet ze driehonderd meter verderop zijn, dan nog pakt ze haar auto. En na middernacht rijdt ze door rood omdat ze zich bedreigd voelt als ze stilstaat.

Overdag levert ze haar zoontje met oppas af bij de club voor de welgestelden in Sao Carlos. Een goed afgesloten terrein met drie zwembaden, een tennisbaan, een sauna, een speeltuin en een park met trimpaden. Maria, voor wie een gestroomlijnd lichaam een voorwaarde is, jogt op een loopband, voor de tv. 'Dat is minder saai.'

Haar leven lijkt toch al saai. Maria's man werkt zeven dagen per week in Sao Paulo en thuis heeft ze weinig te doen. Hoewel. In Sao Carlos beschikt Maria over een tweede bediende, die het huis opruimt en kookt. In Sao Paulo heeft ze er maar één. 'Daar moet ik zelf meehelpen met mijn zoontje. Aan het einde van de dag ben ik dan moe hoor.'

Bea vindt dat haar oude vriendin buiten de realiteit leeft. 'Maar het is wel háár realiteit', verdedigt ze. De rigide opgevoede Maria kent geen ander leven. Droomt ze nooit van een ander bestaan? Van een andere man? 'Ik zou mijn man nooit ontrouw kunnen zijn, zegt ze fel. 'Hoe zóu ik? Hij betaalt alles voor mij.'

Bea beschouwt Maria al twintig jaar als een goede vriendin - Maria is lief. 'Wil je wat eten?', vraagt ze meteen zodra je binnenloopt. 'Wil je douchen? Ik heb al rozenzeep in je badkamer gelegd. Heb je het koud? Pak vannacht toch extra dekens uit de linnenkast.'

's Avonds gaat ze met Bea de stad in. Haar zoontje blijft achter bij de bediende. 'Er loopt een man langs het huis', zegt Maria geschrokken, als ze de poort uitrijdt. Is dat zo gek dan, om acht uur 's avonds? 'Heel verdacht', vindt de bewaker. 'Ik blijf patrouilleren rond uw huis.'

's Nachts gaat er een alarm af, een paar huizen verder. Er klinkt een knal. In de tuin ritselt iets.

De hond, die slobbert uit zijn drinkbak.

Steffie Kouters

Donderdag in deel 6 (slot): De peuk in de babyfles.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden