Paragrafen schrijven

Een iel wormpje slalomt door het beeld van een van de vele microscopen in het Hubrecht-laboratorium voor ontwikkelingsbiologie (NIOB) in Utrecht....

Deze woensdagochtend laat Simmer haar bezoeker op weg naar de uitgang nog even gauw gluren naar het hooguit één millimeter metende werkpaard van al het microbiologische onderzoek in dit lab. Caenorhabditis elegans is de naam, een overzichtelijk rondwormpje met precies 959 cellen en 19.820 genen. Ideaal om uit te vlooien hoe genen organismen besturen.

Overal op de werkbanken staan stapels ronde, glazen bakjes, waarin deze voor het blote oog onzichtbare rondworm wordt gekweekt. Steeds keurig met viltstift, voorzien van een code die zegt welke experimenten het hier betreft. Duizenden van die petrischaaltjes heeft Simmer onder de microscoop gehad, in de loop van de vier jaar dat ze als promovenda bij het KNAW-instituut heeft gewerkt.

Al met al een halfjaar fulltime turen, schat ze. 'Beeld in kwadranten indelen, en dan per sector tellen en kenmerken en mutaties noteren, hoe ze bewegen, of ze vervormingen hebben, of ze zich voortplanten, alles noteren, volgende. Met drie promovendi, dag in dag uit. Om al die bijna twintigduizend genen af te tasten.'

Maar het labwerk is verleden tijd, zegt Simmer, terwijl collega's haar werkkamer binnenwandelen om haar te feliciteren met haar 27ste verjaardag. Sinds december zit ze achter haar computer om, met co-auteurs, de gegevens om te smeden tot een laatste artikel. Het is net geaccepteerd voor publicatie. Met nog drie artikelen over een primitief afweersysteem op basis van RNA in C. elegans, vormt het haar proefschrift.

De laatste weken schrijft ze dagelijks aan de inleiding van dat boekje, die haar werk in zijn brede context moet plaatsen. Het zijn de laatste loodjes. Lezen, denken, en thema voor thema de paragrafen schrijven, dat is de kunst, zegt ze. Als het goed is, tikt ze deze week echt de allerlaatste zinnen.

Schrijven doet ze voornamelijk op haar werkkamer op het instituut, die ze deelt met nog vier onderzoekers. Maar ze wijst onder haar bureau, waar drie uitpuilende canvas schoudertassen staan. 'Gisteren heb ik toevallig thuis gewerkt, maar eigenlijk is me dat te veel gehannes. Je loopt maar te slepen met je ordners vol notities. Je zit zonder bibliotheek. En op het instituut kan ik online in allerlei tijdschriften, waar ik van thuis uit niet in mag.'

In haar agenda staat de promotiedatum al vast: 19 november. Althans, dat is de afspraak. Maar juist gisteren heeft de pedel van de universiteit gebeld. Waar het manuscript van haar proefschrift blijft, dat volgens de planning al een week bij de commissie had moeten zijn.

Ze is er wat lacherig over. 'Ik ging ervan uit dat het niet zo heel nauw komt. Ronald (Plasterk, haar promotor - red.) maakt het niet uit. En volgens mij zijn de zes weken die de commissie voor de beoordeling krijgt, wel een beetje heel ruim.' Maar regels zijn regels, dat beseft ze ook wel en dus zou de promotie uitgesteld kunnen worden. Wat niet eenvoudig zal zijn, heeft ze al begrepen, want het Utrechtse academiegebouw zit al stampvol, dit najaar.

Jammer van een zomer buffelen, terwijl anderen op het strand lagen? Ben je gek, zegt Simmer. 'Als je zó met het doorgronden van je resultaten bezig bent, kun je toch nergens ánders aan denken.'

En trouwens, ze is wel degelijk even weggeweest. Een weekje in het vakantiehuis van haar schoonfamilie in Tsjechië. Met stapels literatuur, dat wel. 'Ik heb er minstens drie uur per dag zitten lezen. Eigenlijk was ik blij dat ik terug was.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden