Paradys

De integratiediscussie in Nederland is me soms vreemd te moede. Natuurlijk roep ik met iedereen mee dat allochtonen in Nederland moeten integreren....

Maar ik volg deze discussie vanuit Marokko. En ik kijk hier via een schotel op mijn dak naar de Nederlandse televisie. Ik kan wel zeggen dat de Marokkaanse tv niet om aan te zien is – daarbij vergeleken is het tijdperk van Teddy Scholten, God hebbe haar ziel, nog uiterst professioneel en dynamisch – maar er is ook iets anders. Ik heb het soms even nodig om Hollanders te zien fietsen door groene weilanden, het liefst een echtpaar in een uniseks trainingspak op een Gazelle. Draaiorgels, de HEMA, Ard Schenk, het kan mij niet gek genoeg zijn om weer even gelukkig te zijn.

Ben ik dan ongelukkig in Marokko? Helemaal niet. In Marokko schijnt de zon, in Marokko mag je dik zijn en je hoeft er geen horloge of agenda aan te schaffen, allemaal zaken die een rustgevende uitwerking hebben op mij. Maar toch wil ik af en toe iets van thuis voelen. Uitgerekend in Marokko heb ik eindelijk It Wrede Paradys gelezen, een Fries boek waarin Hylke Speerstra over de hele wereld Friese emigranten bezoekt. Mij bleek daaruit dat de eerste generatie Friese landverhuizers van Nieuw-Zeeland tot Canada het liefst met alleen Friezen in de kerk zit, met alleen Friezen voetbalt of zich met alleen Friezen laat begraven.

Ik heb mij bescheurd en kon niet wachten tot mijn broer in Marokko op bezoek kwam, zodat ik hem wat passages kon voorlezen. Mijn man begrijpt mij, maar mijn broer snapt wat er valt te lachen om een zinnetje als: ‘Ik wie stikhinne mei de holle op ‘e rin.’

Natuurlijk pas ik me in Marokko aan. Toen ik tijdens de ramadan eens per ongeluk een slokje water nam voor de ogen van mijn Marokkaanse buurman die hevig zwetend bij 40 graden zichzelf dit genot moest ontzeggen, heb ik me verontschuldigd. Ik ga er in Marokko ook niet van uit dat ik bij mijn huisarts in een Nederlandse folder krijg uitgelegd hoe ik wratten, voetschimmel of venerische ziekten voorkom.

Maar de taal die ik hier spreek, is Frans. Ik was van plan geweest Marokkaans te leren, maar de noodzaak ontbreekt omdat je met Frans in Marokko een heel eind komt. Er wonen hier dertigduizend Fransen die er vermoedelijk net zo over denken. Ik kom geregeld Fransen tegen die na tien, twintig jaar nog geen woord Marokkaans spreken. Tussen 1912 en 1956 hebben ze in Marokko voor zichzelf een Franse infrastructuur aangelegd, met eigen woonwijken, bioscopen, restaurants, renbanen en bibliotheken, en op dat principe borduren zij nog een beetje voort. Nog steeds zie je de Fransen zich hier veel onder elkaar bewegen.

Eigenlijk gek, denk ik, als ik in Marokko via de Nederlandse televisie de integratiediscussie volg. Wij willen dat buitenlanders integreren, maar wat doen wij in het buitenland?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.