Recensie

Paradise (1994) van Nobelprijswinnaar Gurnah bewaakt Afrikaanse culturele erfenis

De Tanzaniaanse romanschrijver Abdulrazak Gurnah die donderdag de Nobelprijs voor Literatuur won, schrijft in het Engels en van zijn werk is alleen de roman Paradise in het Nederlands vertaald. De onderstaande recensie van Hans Bouman verscheen in 1994 in de Volkskrant.

Abdulrazak Gurnah. Beeld Simone Padovani / Getty
Abdulrazak Gurnah.Beeld Simone Padovani / Getty

‘Heb je zin in een reisje, kleine octopus?’ Met deze onschuldig klinkende vraag van zijn vader begint voor de twaalfjarige Yusuf een dramatische nieuwe fase in zijn leven. Vijf jaar daarvan worden beschreven in Paradise, de vierde roman van de in Zanzibar geboren maar tegenwoordig in Groot-Brittannië woonachtige Abdulrazak Gurnah.

Yusuf woont met zijn ouders in de binnenlanden van oostelijk Afrika, in wat thans Tanzania is. In het recente verleden heeft zijn geboortestadje een korte periode van bloei doorgemaakt, omdat de Duitse kolonisten er een depot hadden voor hun spoorweg-in-aanleg.

Verval

Maar inmiddels, in het eerste decennium van de twintigste eeuw, heeft het verval ingezet en wordt het land geteisterd door hevige droogte. Yusuf is broodmager want zijn ouders zijn arm en bovendien beschouwt zijn moeder, de Koran getrouw, het schenken van voedsel aan behoeftigen als een deugd die meer genoegen schenkt dan een weldoorvoed gevoel.

Maar als Oom Aziz op bezoek komt, wil er nog wel eens iets lekkers overschieten. Oom Aziz is een welvarende Arabische koopman uit een stad aan de kust, op een etmaal reizen met de trein. Yusuf houdt van treinen en heeft goede redenen om Oom Aziz te mogen, maar wanneer zijn vader hem vertelt dat hij in gezelschap van de zakenman naar de kustplaats zal reizen, maakt die gedachte hem somber.

Zijn intuïtie bedriegt hem niet, want wanneer hij de volgende dag in de stad van zijn ‘oom’ arriveert, ontdekt hij al snel wat de achtergrond van zijn reis is: zijn vader is geld schuldig aan Aziz. Deze heeft Yusuf als een soort werkslaafje in onderpand gekregen.

Echte slavenarbeid hoeft Yusuf echter niet te verrichten. Oom Aziz - in weerwil van zijn aanspreektitel geen familie - behandelt hem behoorlijk. Yusuf wordt winkelbediende en vindt in de iets oudere Khalil een betrouwbare kameraad die hem ‘my little brother’ noemt. Ook Khalils vader is Aziz geld schuldig. Mede dankzij Khalil weet Yusuf zich een plaats in zijn nieuwe leefsituatie te vinden. Dankzij de relatieve weelde waarin hij nu leeft, ontwikkelt hij zich van een mager scharminkel tot een krachtige, aantrekkelijke jongeman.

Hoogtepunt

Een van de hoogtepunten van het boek vormt de beschrijving van een grote handelsexpeditie naar de binnenlanden, waaraan ook de inmiddels zeventienjarige Yusuf deelneemt. De karavaan, die onder andere vijfenveertig dragers telt, staat onder leiding van Aziz’ eerste bediende, een harteloze figuur die Yusuf de roeping van de handelsreiziger uitlegt. ‘We gaan naar de droogste woestijnen en de donkerste wouden, en malen er niet om of we met koningen of wilden handel drijven, of we overleven of sterven. Dat maakt ons niets uit. Je zult zien dat in sommige plaatsen waar we doorheen trekken de mensen nog niet door handel tot leven zijn gebracht, en waar ze leven als verlamde insecten. Niemand is slimmer dan handelslui; er is geen nobeler vak.’

De ambitieuze expeditie wordt geteisterd door leeuwen en hyena’s, tropische ziekten en niet in de laatste plaats vijandige stammen. Yusuf doorstaat de ontberingen en overleeft de gevaren, maar de reis betekent voor hem wel een soort initiatierite. Zijn ervaringen geven hem inzicht in de structuur van de maatschappij waarin hij leeft. Een maatschappij waarin de slavernij weliswaar officieel niet meer bestaat, maar die sociaal dermate inert is, dat wie voor de armoede geboren is zich daaraan nooit zal kunnen onttrekken.

Daarnaast beginnen de gevolgen van het kolonialisme zich steeds duidelijker te manifesteren, met alle culturele gevolgen van dien. Omdat de geschiedenis van een land geschreven wordt door de overwinnaars, dreigt het gevaar dat de Afrikaanse culturele erfenis verwatert. Gurnah heeft gepoogd die erfenis in zijn roman gestalte te geven via de talloze verhalen die erin verteld worden: mythen, levensgeschiedenissen, heldenzangen, anekdotes, schuine moppen, sterke verhalen.

Vertellingen

In deze cornucopia van vertellingen neemt Yusuf een centrale plaats in. Hij wordt in het boek impliciet vergeleken met de Bijbelse - en ook in de islamitische cultuur bekende - figuur van Jozef, de zoon van Jacob en Rachel, die door zijn broers aan de rijke Arabier Potifar werd verkocht. Net als Jozef wordt Yusuf door de vrouw van zijn meesteres na een mislukte verleidingspoging valselijk beschuldigd van wat toen nog geen ongewenste intimiteiten heetten.

Net als Jozef ook, heeft Yusuf regelmatig wonderlijke dromen, maar hij wordt er niet voor in de gevangenis gezet of verkocht. Yusufs verhalen worden door zijn omgeving graag gehoord. Gurnah bedt ze succesvol in in zijn roman, die naast een metafoor voor de economische slavernij waar Afrikanen tot de dag van vandaag onder lijden, ook een oprechte poging is een fragment van het Afrikaanse cultuurgoed te bewaren door het op te schrijven.

Abdulrazak Gurnah: Paradise. Alleen tweedehands verkrijgbaar. Deze recensie verscheen in 1994 in De Volkskrant.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden