Papoeaduo

Kunstenaar Roy Villevoye was al bekend met de Asmat in Papoea. In 2011 ging portretfotograaf Koos Breukel met hem mee. Hun foto's hangen op beurs Unseen.

'En nu ga je daar eens scherpe foto's maken.' Dat heeft Koos Breukel een keer tegen kunstenaar Roy Villevoye gezegd. Flauw natuurlijk; hij is een bewonderaar van de foto's die Villevoye sinds 1995 bij de Asmat in Papoea maakt. 'Er zit een leven in zijn werk dat je niet ziet in werk van fotografen, juist omdat ze met techniek bezig zijn. Wat zijn hart voelt, wordt direct weerspiegeld in zijn foto's omdat hij meteen op de knop drukt.'


Dat-ie maar een keer moest meegaan, was Villevoyes reactie. Maar misschien heeft Breukel zichzelf wel uitgenodigd. Hij weet het niet meer precies.


In oktober 2011 vertrokken de kunstenaar en de fotograaf voor een reis van vijf weken naar het einde van de wereld, naar de dorpen Tí en Kobá aan de bovenloop van de Unir-rivier. 'Verder kun je niet komen', zegt Villevoye. 'Buitenstaanders passeren hier zelden of nooit.'


Het resultaat, dat wil zeggen: een kleine selectie van het werk, is vanaf vandaag te zien op de fotomanifestatie Unseen in Amsterdam. In april volgen een tentoonstelling in Foam in Amsterdam en een boek.


'Kijk', zegt Breukel, en hij wijst op een fotowand in het atelier van Villevoye. 'Zo gingen we op reis. In een houten prauw met een buitenboordmotor. Ik had geen idee of ik die hele reis zou trekken. Ik was nog nooit zo ver weg geweest, ik kende het oerwoud niet, de dampende hitte niet, de geluiden niet. Ik wist ook niet of ik zou kunnen communiceren met mensen die ik niet kon verstaan. Of ik angstig zou zijn.'


Vijf minuten nadat hij voet aan de grond zette, dacht hij al: gezellig hier.


Snapshots

Het is een onverwachte combinatie. Koos Breukel, de man van het verstilde studioportret in zijn favoriete noorderlicht. Roy Villevoye, de beeldend kunstenaar die zijn relatie met de Asmat-bevolking in Papoea dichterbij bracht in wassen beelden, in films en foto's die ogen als snapshots.


Voor Villevoye lag de kiem voor het gezamenlijke avontuur al in 2000. In Tí fotografeerde hij de makers van twee houten schilden die hij daar had gekocht en doken er ineens links en rechts nieuwsgierige mannen, vrouwen en kinderen in zijn beeld op. Een jaar later ging hij terug met prints en fotografeerde hij ze opnieuw. En daarna weer en nog een keer. 'Het werd een vast ritueel bij onze ontmoetingen. Geleidelijk aan ontwikkelden die foto's zich van sfeerregistraties tot meer persoonlijke portretten. Nog steeds een beetje chaotisch, want ik kon niks afdwingen. Zij maakten zelf uit hoe ze zich presenteerden.'


Steeds vaker dacht hij: ik zou een keer het hele dorp willen fotograferen. Hij had inmiddels van goede vriend, schrijver en bioloog, Tijs Goldschmidt gehoord over de theorie van Robin Dunbar, de Britse antropoloog die in 1993 na onderzoek bij primaten concludeerde dat een mens met maximaal 150 individuen een stabiele relatie kan onderhouden.


Eureka voor een conceptueel kunstenaar als Villevoye: dit was de kapstok om zijn project in Tí en Kobá aan op te hangen. Want waren dit niet dorpen van samen om en nabij de 150 inwoners, van God en iedereen verlaten en dus op elkaar aangewezen? En was hij niet al sinds zijn eerste bezoeken aan de Asmat gefascineerd door die ene vraag: wie zijn wij, wie ben ik, en hoe verhouden wij ons tot elkaar?


Toen kwam Breukel en leek het hem ineens een heel goed plan om dit avontuur samen te beleven. 'Als portretfotograaf', zegt Villevoye, 'kan Koos mensen optillen.'


Zo was de rolverdeling: Villevoye fotografeerde buiten, zoals hij gewend is te doen, zonder aanwijzingen. Breukel zat op een paar meter afstand in een geïmproviseerde daglichtstudio. 'Ik kan me beter concentreren als ik mensen uit hun omgeving haal en in mooi licht zet.' De sessies begonnen elke ochtend om 6 uur aan de oever. Soms kwam er een hele familie aanlopen en wilden ze samen op de foto. Soms kwam iemand alleen.


Na de buitenopname moest iedereen zich melden bij twee Asmatvrienden van Villevoye die, bij wijze van registratie, een foto maakten van iedere geportretteerde met een naambordje in de hand. Vervolgens ging de sessie door bij Breukel. Heel bijzonder, zegt die, om te ontdekken dat er mensen zijn die geen flauw benul hebben wat fotografie inhoudt. 'De meesten hebben zichzelf nog nooit in een spiegel gezien.'


Hoe hij, nieuw bij de Asmat, hun vertrouwen won? 'Door ze op een stoel te zetten, met twee handen hun hoofd vast te pakken en in een houding te zetten. Dat is een zakelijk gebaar, maar het is ook intiem. Je maakt er iets mee los.'


Angst

Zo zien wij in de fotoserie Tí mensen van wie we bijna niets weten voor onze ogen tot leven komen. Waitua Sapaí, Matias Matuan, Tomi Edók, de zussen Famu Sapaí en Maria Gibán. Ze hebben hun beste goed aangetrokken, kijken nieuwsgierig of trots of schijnbaar onbewogen of bang. Breukel: 'Ik ga mensen dan niet op hun gemak stellen. Angst is interessant om te laten zien.'


Mooie beelden ook, die Breukel en Villevoye maakten van het gedoe eromheen: het halve dorp verzameld onder een afdak, wachtend op de foto's die de meegebrachte printer uitspuugt, een familie die in de deuropening van de studio staat terwijl Breukel even een tukje doet, een moeder met een kind aan de borst, een gekreukt A4'tje met haar beeltenis in de hand.


Wat de foto's van Breukel hebben toegevoegd aan die van Villevoye? Breukel: 'Als je de foto's van Roy ziet als zijn familiealbum - want dat is het, die mensen zijn als familie voor hem - dan zijn mijn foto's die van de schoolfotograaf, de foto's van een buitenstaander.'


Villevoye: 'Een tweede blik, die de vraag oproept: kun je eigenlijk wel één iemand zijn?'


Over scherp of onscherp is het na die ene opmerking van Breukel overigens niet meer gegaan. Voor Villevoye is het een non-issue. 'Ik ben beeldend kunstenaar, geen fotograaf. De vraag of een foto scherp is, vind ik niet interessant. Is het een beeld? Dat is het enige wat telt.'


Unseen, Motive Gallery en Van Zoetendaal Collections, stand 45

De eerste editie van Unseen Photo Fair is tot en met 23 september te zien in de Westergasfabriek in Amsterdam. Meer dan vijftig galeries van over de hele wereld laten werk zien van gevestigde fotografen en jong talent. Met een fotoboekenbeurs, een filmprogramma in het Ketelhuis en voor beginnende verzamelaars de Unseen Collection, een selectie foto's te koop voor 1.000 euro.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden