Papiervisje eet in bibliotheken

Het papiervisje, een papier etend insect, komt op grote schaal in huizen en bibliotheken voor. Volgens zijn ontdekker drs. Tom Hakbijl, entomoloog aan de Universiteit van Amsterdam, werd het beestje tot nu toe verward met het ovenvisje, dat al langer in Nederland voorkomt....

Hakbijl publiceerde de ontdekking van het papiervisje - de Latijnse naam is Ctenolepisma longicaudatum - in het tijdschrift Entomologische Berichten van dit voorjaar.

Het papiervisje komt waarschijnlijk al ruim twintig jaar in Nederland voor. Hakbijl: 'Eind jaren zeventig kwamen er voor het eerst meldingen van ovenvisjes die in bibliotheken vraat aanrichtten. Achteraf gezien moeten dat papiervisjes zijn geweest.'

Het is mogelijk de beestjes te bestrijden met gif of door handhaving van het juiste klimaat. Bij een temperatuur van 16 tot 18 graden Celsius en een luchtvochtigheid van 50 procent - de ideale omstandigheid voor kwestbare boeken - lijden ze een marginaal bestaan.

Volgens drs. Agnes Brokerhof, conserveringsonderzoeker aan het Instituut Collectie Nederland, zijn veel bibliotheken warmer en vochtiger. Dat betekent dat het papiervisje er goed kan leven. Vraat door insecten komt volgens haar voor. 'Gelukkig beperken de meeste insecten zich tot de witte delen van het papier omdat die het minst verontreinigd zijn. Maar ook als ze al het wit opeten, gaat de tekst verloren.'

Een plaag zal het insect volgens Hakbijl niet snel veroorzaken. De ontwikkeling tot volwassen exemplaar duurt daarvoor te lang, negentien maanden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden