Reportage

'Papa, we krijgen een Syrisch jongetje in de klas'

'Leuk, er komt een Syrisch jongetje in de klas', zei zijn 7-jarige dochter, terwijl het vluchtelingendebat grimmiger werd. Op de Vughtse school waar hij zelf ooit zat, beziet Olaf Tempelman een multi-etnische microkosmos.

Groep 4 van De Baarzen. Bovenste rij: juffrouw José, Quinty, Denise, Bincheng, Indy, Tyra, Kornelia, Roxy en Lucas. Middelste rij: Zoë, Veere, Jasin, Nout (boven Jasin), Jip, Casper, Levi, Jerome en Ayham. Onderste rij: Maarten, Koen, Marisa, Thymen, Warner en Olaf Tempelmans dochter Maia (op stoel). Vooraan: Sjoerd. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Oktober was de maand waarin de vrouw uit Oranje zich voor de auto van Klaas Dijkhoff wierp en de menigte in Steenbergen het raadslid beschimpte dat zich als enige had uitgesproken voor opvang van vluchtelingen. In de trein hoorde ik van twee mevrouwen dat de vluchtelingenstroom preludeert op de sharia. Binnenkort sneuvelt Sinterklaas, vieren we het Suikerfeest en moeten onze dochters aan de hoofddoek. Toen ik thuiskwam, zei míjn dochter van 7: 'Leuk nieuws papa! We krijgen een Syrisch jongetje in de klas.'

Rousseau wist dat er in een kind geen kwaad schuilt. Weinigen die ooit een kind hebben meegemaakt die dat onderschrijven. Maar je moet Rousseau nageven dat hij doorhad dat de meeste vooroordelen met de jaren komen.

Terwijl het vluchtelingendebat in Nederland grimmiger werd, liep Erik Withaar, het hoofd van mijn dochters school, door de gangen met een gezelschap Syrische, Eritrese, Libische en Rwandese kinderen en hun ouders - allemaal vluchtelingen met een tijdelijke verblijfsstatus, net in Vught gearriveerd. Die ouders mochten kiezen tussen basisschool De Baarzen of de school ernaast. In elke klas ging het gezelschap even naar binnen en trok het veel bekijks. In het speelkwartier werd Withaar door horden leerlingen omringd: 'Meneer Erik, die kinderen komen toch wel bij ons hè!?'

'Je voelt je op zo'n moment echt gesteund door de onbevangenheid van de kinderen', zegt het schoolhoofd achteraf. De vluchtelingen kozen die dag allemaal voor De Baarzen. 'Je hebt je persoonlijke drive, je overtuiging dat de school er moet zijn voor kinderen die alles zijn kwijtgeraakt en die boven alles onderwijs nodig hebben. Aan de andere kant weet je: je zult er draagvlak voor moeten creëren.'

Immers: niet alle volwassenen leggen enthousiasme aan de dag voor vluchtelingen. Het bouwen van bruggen in een klimaat waarin emoties hoog oplopen vergt inspanning. Je hebt niets eens zozeer te maken met angst voor het vreemde, zegt Withaar. 'De voornaamste angst van ouders is dat onderwijs aan vluchtelingen met een taalachterstand ten koste gaat van hun eigen kinderen. Wij wisten: dat gebeurt niet, onderwijstechnisch kunnen we het opvangen. We zijn vrijwel meteen gaan werken aan een taalklasje.'

Bleef de vraag: hoe meld je de komst van vluchtelingenkinderen aan ouders die, nu ja, niet meer de onbevangenheid van kinderen hebben? Withaar besloot het uiteindelijk dramatisch noch euforisch te doen, maar zakelijk: we verwelkomen acht nieuwe leerlingen op De Baarzen: Raghad van 11, Osama van 10, Ayham van 8, Live en Nama van 6, Hadil, Salwa en Farah van 4. 'Het meest verbaasd ben ik achteraf over de negatieve reacties die zijn uitgebleven', zegt Withaar. 'Ik kreeg een paar hartverwarmende reacties en geen enkele boze.'

(Tekst gaat verder onder foto)

Het taalklasje voor de nieuwe leerlingen van basisschool De Baarzen. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Tongval

Het is een indringende gedachte: één van die kinderen die ronddobberden op veel te volle boten op de Middellandse Zee zit nu bij mijn dochter in de klas: in groep 4 van een Vughtse basisschool. Ayham komt niet uit Syrië, zoals op het schoolplein rondging, hij komt uit Libië. Zijn vader is een Palestijn die bijna zijn hele leven in Libië woonde. Toen het land in anarchie wegzonk, zetten jihadisten Ayhams moeder een geweer op de hals en eisten het huis van de familie op. Vader, moeder en vier kinderen zaten met 260 anderen op een boot, de golven waren hoog, de kinderen waren bang, na twaalf uur op zee werden ze opgepikt. Drie maanden zaten ze in een kamer in Ter Apel, tien maanden in een kamer in Eindhoven, eind september kregen ze woonruimte toegewezen op de begane grond van een complex in Vught waar vroeger verstandelijk gehandicapten woonden.

Ayham heeft in zijn Eindhovense maanden al aardig Nederlands geleerd - mét een zuidelijke tongval, hoorde José van der Aa, oftewel juffrouw José van groep 4, zodra Ayham ging voorlezen. 'Borre gaat vliegeren' klonk bij hem als 'Borre ggoat vlíegeren', daar was niets Arabisch aan.

Kort voor Ayhams komst was in groep 4 al een jongetje begonnen met turbulente jaren achter de rug, Jerome. Mijn dochter en haar vriendinnen wisten te vertellen dat Jerome 'uit Afrika' komt. Omdat Afrika vijftig landen heeft, deed ik op het schoolplein navraag bij de vader. Hij is een oud-politiek gevangene uit Oeganda, oorspronkelijk accountant. De eerste jaren van de 21ste eeuw zat hij vast. Twee jaar geleden vluchtte hij naar Europa. Na een jaar kreeg hij in Nederland politiek asiel en kon zijn gezin overkomen. Vader zat in een azc in Venlo, moeder en de vier kinderen zaten in Boxmeer. Deze zomer kregen ze een huurhuis in Vught.

In Boxmeer was Jerome het enige Afrikaanse kind tussen vele Syrische kinderen, van wie hij woordjes Arabisch oppikte. Aan zijn Nederlands wordt nog gewerkt. 'Jerome is een heel enthousiast kind', zegt juffrouw José, 'maar hij is vanwege zijn taalachterstand in de klas nog erg fysiek aanwezig: hij drukt zich uit met gebaren en met zijn lichaam.'

Eén van de beste leerlingen uit deze groep 4 is een in Nederland geboren kind van vluchtelingen: Jasin, afkomstig uit een Pathaans-Afghaanse familie. Jasin is heel goed in taal en misschien nog wel beter in rekenen. Jasins vader studeerde ooit aan de technische universiteit van Kiev in Oekraïne. In zijn thuisstad Kabul maakte hij weinig anders mee dan oorlog. In 1997, een jaar na de inname van de hoofdstad door de Taliban, vluchtte hij via Pakistan naar Europa. Zijn broer, opgeleid als piloot, op het schoolplein bekend als de vader van Sonja uit groep 5, vluchtte via een andere route. Beide broers werken in Nederland als taxichauffeur. Ik kom Jasins vader vaak tegen voor het station van Den Bosch. Van hem hoorde ik voor eerst dat IS, 'Daesh', zich ook in Afghanistan roert. De veiligheidssituatie in het dorp van de achtergebleven familie is op dit moment ronduit zorgwekkend.

(Tekst gaat verder onder foto)

Zelfportretten die de vluchtelingenkinderen hebben gemaakt. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Jasin herinnert zich maar één bezoek aan Afghanistan. Hij was er een maand ongelukkig omdat hij de straat niet op mocht. Liever praat hij over FC Zwaluw in Vught, waar je hem elke zaterdag met de F-pupillen op het veld ziet. Toen ze nog kleuters waren, deed mijn dochter een keer een spreekbeurt over 'vulkanen' en Jasin over 'de moskee'. 'Cool, zo'n vulkaan', zei Jasin na afloop. 'Cool, zo'n moskee', zei mijn dochter.

In deze klas zitten ook allochtone kinderen die geen vluchtelingen zijn. Kornelia komt uit Jeziorany in het noordoosten van Polen. Haar ouders kwamen zesenhalf jaar geleden naar Nederland, vader werkt als magazijnmedewerker, moeder als schoonmaakster. Sinds vijftien maanden zit in deze klas ook een in China geboren Chinees jongetje, Bincheng. Zijn ouders koken in het Vughtse restaurant Fong Shou. Bincheng onderhoudt een 'speciale vriendschap' met zijn Nederlandse klasgenote Tyra. 'Bincheng maakt het moedergevoel in Tyra los', weet juffrouw José.

Noem deze groep 4 een multi-etnische microkosmos. Acht van de 24 kinderen spreken thuis meer dan één taal. In deze klas zitten ook nog half-allochtone kinderen. Maia, mijn dochter, hoort daar ook bij. Bij ons thuis is de voertaal Roemeens; met zijn tweeën spreken mijn dochter en ik Nederlands. Andere tweetaligen zijn Casper, met een Engelse moeder, en Marisa, met een Portugese moeder - haar familie kwam weer uit Portugals Afrikaanse koloniën.

Meneer Tiny

De granieten wereldbol staat nog op het schoolplein. De geur in de gangen is nog precies dezelfde als in 1977, toen dit schoolgebouw er net een paar jaar stond. Er zijn nog twee docenten van wie ik óók les heb gehad. Die worden anders aangesproken dan destijds. 'Meneer Montrée' is tegenwoordig 'meneer Tiny' en geen 'u' maar een 'jij'. Schoolhoofd Erik Withaar is ook een jij. In zijn kamer mogen kinderen gewoon binnenlopen. Bijna veertig jaar terug zetelde hier nog een echte U, meneer Maas. Die werd nooit zonder stropdas gesignaleerd en mocht alleen in 'ernstige' situaties in zijn werkzaamheden worden gestoord.

De allochtone leerlingenpopulatie van basisschool De Baarzen bestond destijds uit een handvol Molukse kinderen. Op de kop af dertig jaar na mijn laatste dag als leerling op dit schoolplein liep ik er met mijn toen 4-jarige dochter. Ik hoorde Engels, Pools en nog twee talen die ik niet kon thuisbrengen. Het spraakzaamste kind uit de kleutergroep bleek Afghaans, Sonja, het nichtje van Jasin. Het eerste meisje met wie mijn dochter speelde, Dora, ging in het zicht van haar vader over op Servo-Kroatisch. Haar ouders zijn Bosnische Kroaten die voor de oorlog vlak in de buurt van Sarajevo woonden. In mijn jaren als correspondent ben ik meerdere keren praktisch langs hun oude huis gereden, weet ik inmiddels.

Dit plein, nota bene mijn oude schoolplein, was mijn eerste kennismaking met multicultureel Nederland. De meeste tijd tussen mijn 23ste en 38ste woonde ik het buitenland, de eerste acht jaar van de 21ste eeuw als correspondent voor deze krant. Aldus kende ik de discussie over 'het multiculturele drama', de opkomst van het fortuynisme en Rita Verdonk alleen maar uit kranten die, als ze in mijn standplaats Boekarest werden bezorgd, minstens een week oud waren.

Misschien dat mijn oude schoolplein mij daarom verbaasde. In de kranten kon je veelvuldig lezen over een nieuwe geografische tweedeling in Nederland - tussen een hoogopgeleid Nederland dat zich ophoudt in gemeenten à la Haarlem of Utrecht, waar de scholen netjes wit blijven, en een laagopgeleid Nederland dat vastzit op plekken als Almere of Spijkenisse, waar scholen zwart kleuren en de problemen zich opstapelen buiten het oog van de verwende hoogopgeleiden.

Wellicht laat de werkelijkheid zich niet aan de tekentafel vangen of heb je, zoals dat gaat, nog wat tussenvormen of 'derde wegen'. In het Vughtse zwembad komen veel Turkse en Marokkaanse gezinnen uit Den Bosch, veel Iraanse, Iraakse en Afghaanse vluchtelingen, maar ook veel autochtone gezinnen. In het kinderbad en in het bubbelbad zitten die autochtonen en allochtonen door elkaar en praten met elkaar. Wie wil, mag dit afdoen als anekdotisch bewijs van multi-etnische harmonie - het is in ieder geval echt waargenomen. Het typische aan nogal wat stukken over 'breuklijnen' en 'botsende beschavingen' is dat de auteurs ervan de deur helemaal niet zijn uitgeweest.

Taalklasje

'Raghad geeft de puntenslijper aan Mari.' Chantal Tijbosch, oftewel juffrouw Chantal van het taalklasje, spreekt dat heel langzaam uit. Dan zegt ze: 'Mari geeft de schaar aan Raghad.' In een andere oefening haalt juffrouw Chantal één voorwerp tussen vier andere voorwerpen weg. Wat is er nu weg? Goed zo, Raghad, het potlood!

Raghad is een Syrisch meisje van 11. Tijdens haar eerste drie schooljaren was het nog vrede. De ruimte waar de vluchtelingenkinderen vijf ochtenden per week taalles krijgen, is het gehalveerde lokaal waar ik anno 1980 in de vierde klas zat, groep 6 heet dat tegenwoordig.

'In de herfstvakantie zijn we echt met man en macht bezig geweest om in de school zelf een plek te creëren waar de kinderen de extra begeleiding krijgen die ze nodig hebben', vertelt schoolhoofd Erik Withaar. 'Het is in het belang van de school én van de vluchtelingen dat ze zo snel mogelijk in het gewone onderwijs kunnen meedoen.'

Het taalklasje voor de nieuwe leerlingen van basisschool De Baarzen. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Als meerdere kinderen in je klas een taalachterstand hebben, geef je dubbel les, zegt juffrouw José van groep 4. 'Je moet alles twee keer uitleggen, één keer in gewoon Nederlands, één keer versimpeld en met gebaren.' Drie kinderen uit groep 4 gaan nu 's ochtends naar het taalklasje, naast de vluchtelingenkinderen Ayham en Jerome ook het Chinese jongetje Bincheng.

TPR, Total Physical Response, heet een van de methoden die Chantal Tijbosch gebruikt. 'Taal leren door heel je lijf te gebruiken.' Ze heeft er ervaring mee uit de tijd dat ze les gaf op het toenmalige azc in de Vughtse Isabellakazerne. In die jaren raakte ze ook gepokt en gemazeld in het omgaan met cultuurverschillen. Veel jongetjes uit islamitische landen hebben nooit les gehad van vrouwen, die zijn gewend bediend te worden. 'Die moet je dus leren dat ze in dit land hun pen echt helemaal zelf moeten oprapen als die op de grond valt', zegt Tijbosch. 'Meisjes uit moslimlanden zijn vaak stil en gedienstig. Dat zie ik nu weer aan Raghad, een schat van een meisje, heel slim, maar als je haar geen aandacht geeft, dan hoor je haar de hele ochtend niet.'

Iets anders waarmee juffrouw Chantal ervaring heeft: kinderen die elkaar proberen te overtreffen in 'goede Nederlandse manieren'. Deze ochtend zien we dat in de praktijk bij een incidentje rondom de 6-jarige Nama uit Syrië. Dit meisje was anderhalf toen de oorlog uitbrak, is nooit naar school geweest en spuwt weleens op de grond. 'Juffrouw, Nama doet het weer!', schreeuwt het taalklasje in prima Nederlands, waarna Nama huilend de klas uitloopt. Met Nama op schoot spreekt juffrouw Chantal even later de klas toe. 'Dat mag niet wat Nama deed, maar ik vind de manier waarop jullie reageren niet zo aardig.'

Ze heeft een prachtig vak, zegt juffrouw Chantal, zo veel culturen die ze anders nooit van binnenuit had leren kennen. Moeilijk is het ook. In haar azc-tijd maakte ze mee dat kinderen van de ene op de andere dag niet meer naar school kwamen omdat de familie was uitgezet. 'Je raakt aan kinderen gehecht als je ze lesgeeft. In één keer zijn ze dan weg.'

Veel vluchtelingenkinderen die mochten blijven zijn goed terechtgekomen, weet zij. Een van haar oud-leerlingen is nu bakker in Den Bosch. Als ze bij hem brood gaat kopen, mag ze nóóit betalen. Elk jaar nog krijgt ze kerstkaarten van inmiddels grote kinderen die ze Nederlands leerde.

Banjers

'Couscous appelmoes en 'n kroppie sla, misschien wel effe wennen, maar 't kan wel bij mekaar', zong Brabants grootste artiest Gerard van Maasakkers. Juffrouw José vertelt dat ze weleens 'moe' is van de klas van mijn dochter. Je staat voor een Nederlands-Brits-Afghaans-Pools-Chinees-Portugees-Roemeens-Oegandees-Libisch gezelschap 7- en 8-jarigen, en de gewone banjers in je klas houden zich om die reden echt niet rustig. 'Maar ik vind het fijn dat wij als school tegen ouders die huis en haard moesten verlaten hebben kunnen zeggen: jullie kinderen zijn welkom.' Ayham vindt De Baarzen 'de mooiste school uit mijn leven'. Voorlopig hoogtepunt was een bezoek met groep 4 aan de Vughtse ijsbaan, een lange en moeilijke reis helemaal waard.


Nieuw! Ontvang elke dag de Volkskrant Avond Nieuwsbrief in uw mailbox, met het nieuws van vandaag, tv-tips voor vanavond, en alvast zes artikelen uit de krant van morgen. Schrijf u hier in.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden