Panorama van primitieven

VOLGENS DE 'legenda aurea' was Sint Lucas naast evangelist en geneesheer ook schilder. Hij is de beschermheilige van de schilders en hun gilden....

Het schilderij toont het atelier of wellicht het interieur van de woning van de schilder. De kunstenaar ontvangt Maria en het Kind bij hem thuis. Het benodigde materiaal ligt binnen handbereik. Het schilderij van De Coter laat ons de praktijk van het tekenen en het schilderen zien van de vijftiende-eeuwse Vlaamse primitieven.

De Vlaamse primitieven, een kast van een boek in een stevig foedraal, is een vorstelijk panorama van de vijftiende-eeuwse kunst in de Bourgondische Nederlanden, geschreven door een internationaal gezelschap van gerenommeerde kunsthistorici. Het is als het ware een diorama van die eeuw, een all embracing view aan de hand van tientallen en nog eens tientallen retabels, panelen en doeken. Het is niet alleen een kijkdoos met schilderijen, maar vooral een 'materiële' geschiedschrijving met wetenswaardigheden over het schilderslinnen, het hout van de panelen en lijsten, de ateliers van de Vlaamse primitieven, de cliëntèle en de opdrachtgevers, kortom over 'de materiële totstandkoming van het kunstwerk'.

De vijftiende eeuw was voor de kunst in de Nederlanden een keerpunt. De ars nova van de 'realistische' Vlaamse primitieven en de Italiaanse renaissance van het quattrocento met haar uitgesproken hang naar het klassieke schoonheidsideaal, waren de hoofdstromingen van die eeuw. De Vlaamse primitieven echter waren, anders dan de Italianen, doordrongen van het alledaagse leven. De personages op hun houten retabels en panelen bewegen zich niet meer in anonieme en tijdloze ruimten, maar in huiskamers en paleizen 'tussen de dingen', in een genretafereel zoals De Coter's schildersatelier.

De schilderkunst van de Vlaamse primitieven is een spiegel van haar tijd. Op een gedetailleerde en haast documentaire manier toont de vijftiende-eeuwse iconografie ons de kleding, de juwelen, de interieurs, meubilair en gebruiksvoorwerpen uit die tijd. De Vlaamse primitieven hadden duidelijk oog voor realisme. Soms waren hun taferelen, zoals het astrolabium op Hiëronymus in zijn werkkamer van een leerling van Van Eyck, van een verbluffende werkelijkheidsgetrouwe gedetailleerdheid.

Op hun schilderijen staan vaak de donateurs en opdrachtgevers afgebeeld. Soms zijn het groepsportretten van een gilde, kerkbesturen of een charitatieve instelling. De schilderijen tonen de orde en rangen in de middeleeuwse samenleving. In het gedicht Vander Mollenfeeste roept Anthonius de Roovere, gestorven in 1482, alle standen van de samenleving op voor een danse macabre met de dood, de paus, kardinalen en bisschoppen, dekens en pastoors, predikers en bedelmonniken, kanunniken en kluizenaars, begijnen en arme-klaren, maar ook hertogen en hoffunctionarissen, burgers en ambachtslieden, de 'tableau de la troupe' van de Vlaamse primitieven.

De stoet in het gedicht is een portret van het 'land van belofte', de Bourgondische Nederlanden. Op het Lam Gods-retabel van Hubert en Jan van Eyck in de Gentse Sint-Baafskathedraal zijn de apostelen en martelaren gekleed als monniken en prelaten, en de profeten en aartsvaders als notabelen. De Vlaamse primitieven geeft ons een portret van de klantenkring, het hof en de kerk, maar ook van particulieren die voor privé-devotie of uit ijdelheid religieuze taferelen en portretten kochten.

Iedereen vergaapte zich aan het Bourgondische hofmodel en droomde ervan zich met een ridderlijk gewaad te omhangen. Om tot de 'ware adel' te behoren en zich boven de gewone sterveling te kunnen verheffen, organiseerden de rijken toernooien en jachtpartijen. Wie het hofmodel niet volgde, verzonk onverbiddelijk in de grijze massa. Schilderijen waren een soort iconografie van die somptueuze middeleeuwse glamour.

Voor een feestmaaltijd tijdens het congres van Arras in 1435 liet Filips meer dan vijfduizend karpers en vijfhonderd palingen leveren; bij een andere gelegenheid verbruikte het hof 24 duizend rivierkreeftjes. Op een feestje dat de hertog in 1460 de dames van Brussel aanbood, werden ossen, schapen, varkens, eenden, waterhoenders, konijnen, patrijzen, kippen, duiven en een roerdomp verorberd. Het middeleeuwse feest was 'een model', een decorum waaraan Jeroen Bosch zich spiegelde.

Kunstwerken kopen was een teken van een hoge soiale status en het bracht de koper een beetje dichter bij de bewonderde hertogen. Bovendien waren het meestal dezelfde kunstenaars die zowel voor de hertogen als voor de prelaten, de edelen, de stadsmagistraten, de burgers of buitenlandse kooplui werkten.

Het ambacht van schilder was in de vijftiende eeuw streng gereglementeerd. Arbeid werd in de middeleeuwse steden door de gilden geregeld. Onophoudelijk werden er verordeningen uitgevaardigd, over de grondstoffen van een schilderij, de mankracht, de rol van het atelier, de afzet en de winst.

Niet alle schilders verdienden goed. Sommigen ondernamen ook andere activiteiten: Aernout Raet uit Leuven was ook bakker, de Gentse schilders Lieven van den Bossche en Willem van Lombeke hielden een taveerne open. 'Kleine meesters', een groep waar in De Vlaamse primitieven een hoofdstuk is aan gewijd, konden moeilijker de touwtjes aan elkaar knopen dan een meester met een atelier.

Uit de Bourgondische rekeningen blijkt dat sommige ateliers in een recordtijd aan een dringende vraag konden voldoen. Toen Jan zonder Vrees op 10 september 1419 werd vermoord, vervaardigde de schilder Baudouin de Bailleul voor de begrafenis op 23 oktober in de Sint-Vaastkerk van Atrecht, '48 grote blazoenen om de zuilen en de portalen van het heiligdom te versieren, 48 grote blazoenen zonder goud voor de zuilen buiten het koor, 104 kleinere blazoenen, nog eens 150 blazoenen voor de grote kandelaars en vier banieren en twee gonfalons die aan beide zijden beschilderd waren' - en dit allemaal in 43 dagen. Hij had ook nog de vermelde kandelaars zwart geschilderd.

De term 'Vlaamse primitieven' is een negentiende-eeuws begrip, ontstaan uit de belangstelling halfweg die eeuw voor de primitieve meesters. Friedrich Schlegel roemde al in 1802 de Vlaamse meesters van de vijftiende eeuw, die hij nog als 'altdeutsch' omschreef.

In 1867 werd in Brugge een tentoonstelling georganiseerd door het Sint-Thomas en -Lucasgilde, Tableaux de l'ancienne école néerlandaise, het begin van het wetenschappelijk onderzoek naar het werk van de gebroeders Van Eyck, Hans Memling, Rogier van der Weyden, Petrus Christus, Dirk Bouts en Hugo van der Goes. De Brugse expositie van vijftiende-eeuwse Vlaamse kunst in 1902 was al een 'exposition des Primitifs flamands et de l'art ancien', voor het eerst 'de Vlaamse primitieven'.

Sindsdien zijn hun schilderijen in talloze studies beschreven en door de iconologen bijna letterlijk uit elkaar gehaald. Ze zijn door Max Friedländer of Erwin Panofsky geanalyseerd; het hout, de verf en het linnen zijn uitputtend onderzocht in restauratieateliers en onderzoekslaboratoria. Het boek, onder de redactie van Roger van Schoute en Brigitte de Patoul, brengt al die bevindingen bijeen in een breed opgezet overzicht, een 'materiële' geschiedschrijving van de Vlaamse primitieven.

'De artistieke produktie uit de denkbeeldige sfeer en tegelijk uit de musea halen om ze midden in het leven te plaatsen', schrijft Georges Duby in Le Temps des Cathédrales, 'niet in het onze, maar in dat van de mensen die deze voorwerpen bedachten en ze als eersten bewonderden.'

Het is het uitgangspunt van het boek. De Vlaamse primitieven is geen oppervlakkig coffee table-boek maar spit- en graafwerk in de geschiedenis, op zoek naar 'wie es eigentlich gewesen war', een schitterend panorama van de vijftiende-eeuwse Vlaamse schilderkunst.

Paul Depondt

Roger van Schoute & Brigitte de Patoul (redactie): De Vlaamse primitieven.

Davidsfonds/Leuven; ¿ 275,-.

ISBN 90 6152 867 4.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.