Paniek

Donderdagavond, het moment waarop ik altijd besluit wat ik wil schrijven, werd ik getroffen door een paniekaanval. Ik zag het gebeuren aan de woorden op het scherm - alsof ik door de verkeerde kant van een verrekijker naar die woorden zat te kijken en mij daarvan met toenemende snelheid van bleef verwijderen.


Tijdens paniek heb ik van alles meegemaakt. Leuke en mindere leuke dingen. Toch begroette ik de paniek niet als een oude vriend. Integendeel, zij verdeelde de werkelijkheid in versies, en ik kon weer raden welke de goeie was.


Ik stond op en ging een tijdlang als een kleerhanger in mijn paniek staan. Het duurde even voordat tot me doordrong dat zich aan mijn onderbeen een huilend kind had vastgeklemd.


Een huilend kind is geen geile hond. Je kunt niet gaan schudden en zwaaien met dat onderbeen. Ik wilde door de knieën zakken - 'Papa heeft het niet meer, laat papa maar even met rust' - toen ik werd opgeschrikt door het luid schellen van de deurbel.


Daar gaat mijn spaargeld, dacht ik. Een beetje een overreactie, maar ja, de wereld komt steeds dichterbij, overal zijn mensen, hun moraal nemen ze mee - als je je niet netjes hebt gedragen, worden regels veranderd en kunnen ze zomaar aan je spaargeld komen, terwijl ik het altijd een rustgevend idee heb gevonden dat de reddingsbrigade geen onderscheid tussen leuke en minder leuke drenkelingen maakt.


Ik liep naar de deur, de gebeurtenissen volgden elkaar nu in hoog tempo op, trok die open en trof een collectante van het reumafonds. Ik keek naar het collectebusje en vroeg me af of ik me moest afvragen wat eigenlijk mijn verhouding is tot de reumapatiënt. Was het geen steenrijke reumapatiënt? Met veel spaargeld, nog zwart ook? Hoe kwamen die mensen eigenlijk aan hun reuma?


Ik diepte kleingeld uit mijn zak, een euro ongeveer, meer vond ik niet, toen de collectante zei: 'Ben jij Peter? Wij vinden jou thuis de beste columnist sinds...' 'Karl Kraus?' vroeg ik, zwaar ademend. Ze deed een stapje naar achteren, boog het hoofd. 'Wat grappig', zei ze, 'dat je hier woont.'


Het kleingeld stopte ik in mijn zak terug, daarmee kon niet langer worden volstaan, en ik haalde een briefje van vijf tevoorschijn, dat ik enigszins opzichtig in de gleuf liet verdwijnen. Daarna liep ik terug en vroeg me af of ik een goede investering had gedaan. Vier euro was goedkope roem, maar verder? Had ik verstandig gehandeld, juist niet, of maakte het allemaal niets uit?


Ik kwam er niet uit, onder de huidige omstandigheden kon iedereen zich wel als een parabel aan me voordoen, en greep naar de fles. Ja, 'rode wijn kan nooit geen kwaad', Gerard Reve heeft het zelf gezegd, al 'verdient een matig gebruik' natuurlijk 'alleszins aanbeveling'.


Twee, hooguit drie. Drink je de hele fles, of erger nog, krijg je de volgende deadlineochtend alles dubbel en dwars terug. Dan hoorde je de lezers alweer zeggen: 'Ja, nee, leuk, maar weten jullie waar het over ging?' Terwijl jij nog beginnen moest.


Twitter @Petermiddendorp

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden