interview

'Paniek past niet bij mij'

Zelden waren er zo veel bedden voor nieuwe asielzoekers nodig als nu. De man die dat moet regelen, is Gerard Bakker, net een jaar COA-directeur. Een academicus die zoekt naar woorden.

Beeld Jiri Buller/de Volkskrant

Achteraf, ver van de door Nederlanders bewoonde wereld, houdt Gerard Bakker vandaag kantoor. Het is in de buurt van het voormalige militaire Vliegkamp Valkenburg, bij Katwijk. In de officiersverblijven wonen nu asielzoekers.

Gerard Bakker stond dit jaar voor de opgave 40 duizend nieuwe asielzoekers te huisvesten - de cijfers zijn van de eerste elf maanden. Het was zijn eerste jaar als directeur van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA). Zelden waren er zo veel bedden nodig als nu.

De asielzoekers worden door Bakker, net als wij, naar afgelegen plekken gedirigeerd. Ze krijgen een bed in een grijze container. Soms in een tent. De wind blaast tussen de huizen door over de kale polder. Hier kan de inburgering beginnen: in het Arabisch wordt gewaarschuwd dat er een wegsleepregeling voor fietsen geldt.

Er zijn asielzoekers die klagen over de opvang: te weinig privacy, vies sanitair. Wat vindt u daarvan?

'Wij luisteren naar de feedback. Maar misschien is dit de manier waarop we het op dit moment maximaal kunnen doen. Iedereen heeft een slaapplaats, goede maaltijden, er is recreatie, scholing, gezondheidszorg.'

Er is niet overal scholing. In het grote tentenkamp nabij Nijmegen wonen ruim vijfhonderd kinderen die niet naar school gaan.

'Het is niet geregeld binnen 24 uur, maar we organiseren het wel.'

Asielzoekers klagen over de verveling. Ze moeten lang wachten totdat hun asielprocedure begint.

'Er zijn ongelooflijk veel activiteiten. Ik geloof dat er in Nijmegen 126 activiteiten zijn: mensen geven les aan elkaar, sport, spel.'

Mensen zonder verblijfsvergunning mogen geen Nederlandse les volgen. Zou het niet beter zijn als ze de tijd gebruiken om Nederlands te leren?

'De manier waarop wij met elkaar omgaan, is dat wij mensen proberen de ruimte te geven zich te ontwikkelen. Als ze op internet kijken, zien ze allerlei aanbiedingen voor Nederlandse les. En neem van mij aan: op elke locatie is een goede wifiverbinding.'

Dus mensen moeten het zelf uitzoeken op internet, terwijl er vrijwilligers staan te trappelen?

'We hebben regels met elkaar afgesproken over in welke fase we zaken officieel aanbieden. Die duidelijkheid is er. En die duidelijkheid is leidend in dit proces.'

Een andere klacht gaat over het sanitair. De schoonmakers in Nijmegen zeiden ons: omdat er te weinig toiletten zijn, worden ook de douches als toilet gebruikt; ze zijn ontzettend vies.

'Dat hoorde ik ook: de douches en toiletten stinken hier. Is dat omdat ze te intensief worden gebruikt? Als je daar even op doorgaat, blijkt dat we in het natuurgebied ook natuurlijk afbreekbare schoonmaakmiddelen gebruiken, dus geen chemicaliën. Nou ja, dan zit er misschien een luchtje aan, maar niet op een manier die niet acceptabel is.'

Bakker (56) had voor dit jaar nog nooit iets gedaan met asielzoekers. Hij ging direct na de middelbare school werken bij de douane. In de avonduren studeerde hij rechten. Daarna begon een carrière in de financiële opsporing en bij de mededingingsautoriteit. In 2014 promoveerde hij op de beteugeling van financieel-economische criminaliteit.

'Dat was een mooi moment om na te denken: wat vind ik nog meer belangrijk in het leven? Toen heb ik gekozen om iets anders te doen dan handhaving, recht, waar het altijd om geld, status en macht gaat. Ik heb altijd iets van mijn talenten ter beschikking gesteld om voor de medemens dingen te doen. Die dingen had ik altijd in mijn vrije tijd gedaan.'

Bakker is actief geweest voor enkele goededoelenclubs. 'Schooltjes bouwen, educatie. In de Filipijnen, Haïti en Zuid-Amerika. Ik bezocht die projecten, maar ik heb een financiële achtergrond en keek ook hoe elke gulden op de plaats van bestemming terechtkomt.'

In 2012 werd Bakker ervoor geridderd, en vooral ook omdat hij met zijn hoempapaband Kleintje Pils hielp bij 'de promotie van Nederland en van de Hollandse sportevenementen en cultuuruitingen in de gehele wereld'.

Waarom is iemand die zich altijd bezighield met financiële overtredingen geschikt om de opvang van asielzoekers in goede banen te leiden?

'Ik heb mijn hele leven al leiding gegeven aan uitvoeringsorganisaties. Het gaat erom dat je mensen, ja, dat mensen het beste uit zichzelf halen om een klus te klaren. Die organisatie wordt niet beter als ik harder werk, dat doe ik echt wel, maar als die flow in de organisatie zit. Ja, die algemene manier van leiding geven, dat doe ik natuurlijk al een tijdje.'

Het moet een heftig jaar zijn geweest. Wanneer spande het er voor u het meest om?

'Het liefst kijk je weken vooruit, maanden zelfs. Maar in juli is het druk, in augustus is het ongelooflijk druk, en in september, ja, dan gebeurt er echt iets. Dan kun je niet meer weken vooruitkijken, niet meer dagen, maar uren.

'Ik herinner me goed het moment waarop dat jongetje, Aylan, op de kust van Bodrum aanspoelde. Ja, wat er dan gebeurt in de Nederlandse samenleving, dat was echt een spiegel van het gevoel. Dat vond ik bijzonder. Een hausse aan goede bedoelingen. Op enig moment wilde een enorme hoeveelheid vrijwilligers spullen brengen in de noodopvang. Op dat moment lagen de lijnen bij ons plat.'

Was er een avond waarop u in allerijl burgemeesters moest bellen om plekken te regelen?

'Nee, we zijn wel altijd bezig vooruit te denken. Ik kan me wel herinneren dat ik in Nijmegen de bewoners moest vertellen: er komt een grote locatie, die hebben we echt nodig om de mensen op te vangen. Dan zeggen sommige mensen van: goh, we willen helpen, wat kunnen we doen. En er zijn ook mensen die zeggen: goh, ik ben daar angstig voor. Dan vertel je gewoon de feiten. Dat zijn momenten, dat blijft je bij.'

Waren er ook momenten van grote paniek?

'Paniek is sowieso niet wat bij mij past. Wat bij mij past, is dat we de drukte voor zijn.'

Bakker maakt, ook tijdens het interview, een onverstoorbare, haast stoïcijnse indruk. Hij is geen rappe prater, maar iemand die aarzelend naar woorden zoekt. Voor iemand wiens organisatie steeds sneller moet reageren, kan het lang duren voordat hij bij een antwoord op de vragen uitkomt. Zelfs in zijn omgeving wordt weleens verzucht: 'Ja, het is een academicus hè.'

Die omzichtige manier van praten blijkt bijvoorbeeld als een enquête van Binnenlands Bestuur onder alle burgemeesters ter sprake komt. Van de 75 burgemeesters die reageerden blijkt 38 procent de samenwerking met het COA 'ronduit slecht' te vinden. Ze klagen dat de planning en de communicatie van het COA te wensen overlaten. Vooral in gemeenten met een crisisopvang morren burgemeesters dat ze niet weten waar ze aan toe zijn. Wordt de komst van 150 asielzoekers aangekondigd, staan er maar 43 voor de deur - met hoge kosten als gevolg, want de inkopen zijn al gedaan. Gezinnen dreigen soms ineens uit elkaar te worden gehaald. Burgemeesters zeggen teleurgesteld te zijn in de onprofessionele houding van het COA.

Er zijn burgemeesters die zeggen: onze beurt is geweest, we doen het niet meer.

'De burgemeesters zijn reële mensen. Elk incident, elk vraagstuk, elke irritatie: je leert het meest van de dingen die nog beter kunnen. Dus ik wil het van burgemeesters horen als dingen niet goed gaan. En dan bespreken we ze. Als je er dan rustig over spreekt, zeggen ze: ja, dat snap ik ook wel.'

Als ze het zo goed begrijpen, waarom noemen velen de samenwerking met het COA dan slecht?

'Ik hoor ook weleens van burgemeesters: nu heb ik iets aangeboden en komt het COA niet direct met instroom voor de deur. En dan spreek ik. We acteren nergens als er geen bestuurlijk draagvlak is.'

Dat draagvlak lijkt nu af te brokkelen.

'Dat is één kant. De tweede kant is dat er ook technische haalbaarheid moet zijn: brandveiligheid, geen legionella. En dan heb je nog de financiële kant. Vaak bieden gemeenten panden aan die van een commerciële partij zijn. Daar moet je mee onderhandelen, zodat het betaalbaar blijft voor de Nederlandse samenleving.'

Wij wilden het hebben over het draagvlak, dat snel aan het afbrokkelen is. Wat kunt u daaraan doen?

'Het vraagstuk draagvlak is natuurlijk ongelooflijk belangrijk. Je hebt natuurlijk maatschappelijk draagvlak, je hebt bestuurlijk draagvlak en politiek draagvlak. Het bestuurlijk draagvlak volgt vaak uit het maatschappelijk draagvlak. We hebben ook het moment gekend waarop er enorm draagvlak is in de samenleving, toen met die foto van die jongen.'

We hebben het nu over het lokale draagvlak bij burgemeesters.

'Toen was het relatief makkelijk om locaties te openen.'

Maar hoe bent u nu van plan het draagvlak onder burgemeesters te vergroten?

'We weten dat er dan een moment komt dat het draagvlak omlaag gaat.'

U accepteert dus gewoon dat bijna 40 procent van de burgemeesters zich afkeert van het COA? Dat is verder niet uw probleem?

'Nee, dat zegt u, dat zeg ik helemaal niet.'

Maar we horen u niet zeggen hoe u de burgemeesters er weer bij gaat betrekken.

'Nou, ik heb u gezegd dat elke burgemeester die zegt: goh, daar wil ik uitleg over hebben, dat wil ik objectiveren...'

Ze willen geen uitleg, ze willen dat het anders gaat. Dat ze van het COA op tijd horen waar ze aan toe zijn. Hoe kunt u dat verbeteren?

'Wij zijn in gesprek met de gemeenten. Gemeenten zijn ook in gesprek met elkaar. Burgemeesters geven elkaar uitleg: hoe is het om een azc in je gemeente te hebben? We moeten het met elkaar doen. Het helpt niet om tegen elkaar te zeggen: dit doe je niet goed en dat doe je niet goed. Het helpt om te zeggen: hoe kunnen we het met elkaar beter doen, zodat we in 2016 iedereen beter kunnen opvangen?'

Wat had u in 2015 achteraf anders gedaan?

'Kijk, de crisisnoodopvang, dat is geen situatie waar je voor zou kiezen op voorhand. Het liefst wil je natuurlijk dat de mensen in azc's zitten. Mensen die een vergunning krijgen, moeten weg uit het azc. Als die mensen allemaal doorstromen, zouden we nu 22 tot 24 azc's beschikbaar hebben. Daarover is nu een bestuursakkoord gesloten. Door de politiek. Dat gaat me echt helpen. De gemeenten hebben zichzelf nu de opdracht gegeven om te zorgen voor opvang. Ze gaan vergunninghouders daadwerkelijk laten instromen in de gemeente.'

In september kwam het bericht: de provincies gaan ieder 2.500 extra plekken creëren. Nu, drie maanden later, staat er in dat bestuursakkoord nog steeds: elke provincie 2.500 plekken. Dat schiet niet erg op.

'Er is nu een akkóórd, een akkóórd, met handtekeningen eronder, waarin partijen zeggen met elkaar: we gaan zorgen dat die locaties er komen. Geef dit even de kans, de inkt van het akkoord is net droog.'

Waarom wijst het COA kleinere locaties af? De burgemeester van Dalfsen deed bijvoorbeeld een aanbod van 150 opvangplekken, maar dat was te weinig voor het COA.

'Laat volstrekt helder zijn: het COA zegt nooit nee. We zijn geïnteresseerd in alle locaties. Voor de noodopvang heb je een bepaalde massa nodig. Alleen dan kan er gezondheidszorg zijn, kan de veiligheid worden bewaakt, heeft Vluchtelingenwerk een kantoor en kan onderwijs georganiseerd worden. Dat is tussen de 200 en 600.

'Voor de azc's, de normale opvang, zeggen we: de omvang is 600, 700. Die omvang is nooit een probleem geweest.

'Er worden me ook locaties van 25 tot 50 plekken aangeboden. Daarvan zeggen we: dat zijn unieke, goede gelegenheden om vergunninghouders onder te brengen. Dan gaan die weg uit de azc's en kunnen ze verdergaan met hun integratie.

'Maar op dit moment is het vraagstuk zo groot dat gemeenten niet kunnen zeggen: ik heb met een locatie van 50 mijn bijdrage geleverd. Dat is niet in samenhang met de omvang van het probleem.'

Er komen nog steeds iedere week ongeveer 1.500 nieuwe asielzoekers binnen. Hoe lang lukt het nog om opvang voor hen te regelen?

'Ik zal de vinger aan de pols houden om te zorgen dat dat blijft lukken. Maar we moeten het met elkaar doen. Dit is niet een vraagstuk van het COA, maar voor de Nederlandse samenleving, voor de Europese samenleving, eigenlijk voor de westerse wereld.'

Nieuw! Ontvang elke dag de Volkskrant Avond Nieuwsbrief in uw mailbox, met het nieuws van vandaag, tv-tips voor vanavond, en alvast zes artikelen uit de krant van morgen. Schrijf u hier in.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden