PANDORA'S DOOS

ZELDEN heeft zich ergens in zo korte tijd zo'n dramatische omslag voltrokken als nu in het Midden-Oosten. Afgelopen zomer werd het beeld nog bepaald door de hoop op een spoedig eind van het conflict tussen Israëli's en Palestijnen....

Inmiddels ligt het vredesproces ligt in scherven; van het met moeite opgebouwde vertrouwen tussen Israëlische en Palestijnse leiders is niets meer over. Dagelijks begraven huilende, schreeuwende Palestijnen hun doden. Israëli's zijn verbijsterd over de golf van haat en geweld die hen van Palestijnse kant tegemoet slaat. En het ergst en het gevaarlijkst van alles: onder beide volkeren overheerst de woede, het gevoel dat dit nog maar het begin van de strijd is.

Brandende vragen dringen zich op. Hoe heeft het zover kunnen komen? Wiens schuld is het? En is het mogelijk de geopende doos van Pandora weer te sluiten?

De opeenvolging van gebeurtenissen die tot de levensgevaarlijke impasse hebben geleid is bekend. Camp David liep vast op de toekomstige status van Oost-Jeruzalem. Omineuze tekenen die erop duidden dat beide volkeren nog niet toe waren aan de beslissende sprong naar de vrede, waren er al meteen. In Israël maakte de rechtse oppositie duidelijk uit te zijn op het politieke leven van Ehud Barak, die in haar ogen (en die van een meerderheid in Israëls parlement) veel te veel concessies had willen doen. In Gaza daarentegen werd Yasser Arafat, die zich bij de onderhandelingen onbuigzaam had opgesteld, als held ontvangen. De regering-Barak maakte duidelijk nog steeds bereid te zijn tot een akkoord en dit tot inzet van verkiezingen te willen maken. Maar Arafat was in zijn afhoudende houding gesterkt.

Het bezoek van de rechtse houwdegen Sharon aan de Tempelberg fungeerde als lont in het kruitvat. Met (oogluikende?) instemming van Arafat barstte het Palestijnse geweld los en stuitte op Israëlische kogels. Hier komen we toe aan de schuldvraag, die wel gesteld moet worden, maar waarop het antwoord ook vrij zinloos is. Onder een meerderheid van de Palestijnen leefde het gevoel dat Israël niet te goeder trouw was en dat het vredesproces niet meer was dan een spelletje om de Israëlische bezetting onder andere vlag voort te zetten en de Palestijnen zoet te houden.

Dat Palestijnse sentiment is even begrijpelijk als in strijd met de werkelijkheid. Begrijpelijk, omdat zeven jaar vredesproces inderdaad veel te weinig heeft opgeleverd, in termen van concrete vooruitgang in de Palestijnse gebieden. De verklaring hiervoor ligt in het gebrekkig functioneren van de Palestijnse Autoriteit, en in het feit dat Israël lang heeft gedraald om zijn gewicht ten gunste van vrede in de waagschaal te leggen. Dat lag niet aan de regering-Rabin die de vredesakkoorden sloot. Maar na de moord op Rabin verloor zijn opvolger Peres ondanks, destijds, de steun van Arafat zijn greep op de situatie, mede als gevolg van Hamas-terreur. Peres werd weggestemd en zijn opvolger Netanyahu heeft al het mogelijke gedaan om het vredesproces in Palestijnse ogen in diskrediet te brengen, door de Palestijnen inderdaad aan het lijntje te houden. In de zomer van 1999 werden de kaarten opnieuw geschud in Israël en trad een regering aan die eindelijk de erfenis van Rabin en Peres wilde binnenhalen. Die voorstellen deed die tot een soevereine Palestijnse staat en een gelijkwaardig en vreedzaam samenleven hadden kunnen leiden.

Maar de Palestijnse straat geloofde er niet meer in. Ten onrechte. En hier ligt helaas het historische falen van Yasser Arafat. Want (om welke reden dan ook) hij heeft het noch voor, noch tijdens, noch na Camp David aangedurfd om zijn volk duidelijk te maken dat het leed van de bezetting vrijwel voorbij was en vrede en zoveel rechtvaardigheid als in een zo complex conflict maar te realiseren valt, binnen handbereik lagen. Daardoor is deze kentering de meeste Palestijnen ontgaan. Met absurde gevolgen, die bijna om te lachen zouden zijn, als ze niet zo treurig waren. Want wat moet een vredesgezinde Israëli ervan denken als Palestijnen roepen dat iets ergers dan Barak nauwelijks mogelijk is? Wat jammer, dat ze in hun roes van woede en verdriet niet beseffen dat de regering-Barak zo ongeveer Vrede Nu aan de macht is, met ministers als de architect van de wederzijdse erkenning in Oslo, Beilin, Nobelprijswinnaar Peres en de notoire duif Ben Ami. Wat jammer dat ze niet beseffen dat het heel veel erger kan, dat er een super-Bosnië dreigt, een alles kapot makende religieuze en etnische oorlog.

En nu? Zal Arafat nu wel de moed hebben om de noodzaak van de wapenstilstand aan zijn bevolking uit leggen? En Barak, zal hij de verleiding weerstaan om te vluchten in een regering van nationale eenheid, zal hij nog een keer een gebaar maken en Israëls troepen hergroeperen om Arafat in de gelegenheid stellen zijn deel van de deal uit te voeren? Hopen en bidden (tot die ene God) is het enige wat rest. Want het alternatief is te verschrikkelijk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden