Panamarenko verhuist zijn tedere mechanieken

Een luchtschip, staat in het Deutsches Wörterbuch van de gebroeders Jacob en Wilhelm Grimm, is 'een schip om door de lucht te zeilen'....

De Antwerpse 'kunstenaar-knutselaar' Panamarenko (1940) legt het telkens weer uit, met veel bbbrrmmm en wwhhammm ('. . . en er waren die dachten dat dat ding nog uren zou vliegen . . .'): zijn machines zijn ontworpen om ermee te vliegen of te duiken, ook al hebben ze nooit gevlogen. Ze zeilen in zijn verbeeldingswereld. Zijn duikboot kan in de lucht zwemmen, zijn zeppelins kunnen onder water vliegen, en zijn racewagen Jungle Flyer is een vliegende auto.

Die auto staat nu in zijn grote atelier, Panamarenko's Antwerpse Luchtschipbouw aan de Statielei in de migrantenwijk Borgerhout. Vroeger woonde èn werkte Panamarenko letterlijk 'tussen aardbollen en schroeven' in zijn jongensdroom: in een bizar hoekhuis in de Antwerpse Biekorfstraat, een tot tropisch woud verbouwd atelier ('voor mijn papegaaien') met palmen en andere exotische planten, bij zijn onlangs overleden moeder.

Henri Van Herreweghe noemt zich al sinds zijn jeugd Panamarenko, naar de door hemzelf opgerichte nepfirma Pan American Airlines and Company, die was gevestigd in het huiskamer-atelier. Boven de fotokopieermachine en zijn werkbank hing tussen het weelderige gebladerte een miniatuurvliegtuig uit een of andere bananenrepubliek, dat zachtjes bewoog (alsof het kon vliegen) wanneer langs een rooster in de parketvloer voor de papegaaienfamilie hete en vochtige lucht de woon- en werkkamer werd ingeblazen.

De Antwerpse Luchtschipbouw, genoemd naar zijn 'firma' die zijn zeppelin Aeromodeller bouwde, is een immens atelier, een negentiende-eeuwse constructie, duizend vierkante meter groot, twaalf meter hoog, 130 meter lang, met overvloedig veel licht en vloerverwarming. Het is een privé-initiatief van de Antwerpse galeriehouder Ronny Van de Velde, die het voormalige werkhuis en vroegere remise voor de Antwerpse paardentram voor een half miljoen euro heeft gerenoveerd.

Het wordt Panamarenko's werkplaats. Tijdens de zomer, in juli en augustus, is het atelier voor iedereen vrij toegankelijk. De expositieruimten zijn overweldigend, er is een archief, een bookshop, een patio met sierplanten en een glazen verwarmde kooi voor Panamarenko's papegaaien.

Naast de Jungle Flyer, zijn raceauto, is nu in het atelier het reusachtige luchtschip Papaver te zien, een fragiel gevaarte met een kleine cabine voor de bestuurder en zijn enige passagier. Er hangen tekeningen van zeppelins en van zijn metershoge duikboot, je kunt er zijn voorhistorische kippen zien en in de vitrines ligt de kepie van 'generaal' Panamarenko, die altijd zegt 'als diplomatenzoon in Zuid-Amerika te zijn geboren, zijn legerdienst als verplegend officier op een luchtmachtbasis in het Amazonegebied te hebben doorgebracht en in de tropen zijn levenslange passie voor ornithologie en entomologie te hebben ontwikkeld'.

Na de zomer begint voor Panamarenko het grote werk, de bouw van zijn Vliegend Eiland, een tuig dat wel achttien meter lang en even breed wordt. Met een ijzeren mathematica en logica ontwerpt hij vliegmechanieken en propellers, ruimtetuigen en raketten. Het zijn allemaal aanzetten voor een nog veel groter 'zeilend' lucht- en waterschip, de Ferro Lusto, een ruimteschip dat door een centrifugale kracht moet worden aangedreven en waarmee Panamarenko binnenkort het hele uitspansel wil verkennen.

In 1971 wilde hij al met zijn zelfgebouwde Aeromodeller, een sigaarvormige ballon met een zilverkleurige mand voor de bemanning, ter gelegenheid van de expositie Sonsbeek buiten de perken van Antwerpen naar Arnhem vliegen. Dat mislukte. Zulke ervaringen, vindt Panamarenko, zijn belangrijker dan het vliegen zelf. De mislukking is meer waard dan succes. Zo maakte hij een duikerspak waarvan het uitzicht doet denken aan een subtropische kwal, ontwierp hij rugpropellers, onderwaterfietsen, magneetschoenen om op het plafond te kunnen lopen, zweef- en vliegtoestellen en een handig 'knikkebeen' om over het gras te huppelen.

De 'miljardair van de droom' Panamarenko reed in de jaren zestig, gekleed in een smetteloos wit pak, streepjesdas en Panamahoed, door Antwerpen in een witte Amerikaanse auto. Hij droomt al van Melkwegstelsels sinds zijn vijftiende, toen de toekomstige uitvinder van vliegende kippen en zwevende matrassen zich inschreef aan de Antwerpse Academie. 'We stonden elke dag voor een naaktmodel', zei Panamarenko tijdens een bezoek aan zijn bizarre tropenhuis, 'en in het begin was dat wel spannend. Maar na drie jaar is dat roze van dat model ongelooflijk vervelend. Gelukkig was er een boekerij in de buurt waar ik wetenschappelijke boeken ging lezen.' Zo is het 'in feite' allemaal begonnen.

'Er zijn heel tedere machines nodig', zegt Luuk Gruwez in zijn gedicht Altijd, 'om op een mooie dag naar nergens te vliegen.' Panamarenko maakt zulke ingenieuze en tedere mechanieken. Toen hij, vijf jaar geleden, exposeerde in Watou nabij de Franse grens, stond daar een versregel te lezen van Elisabeth Eybers. Ze schreef in Die vlieënier over de dichter die nooit de eindstreep bereikt, 'maar aan planete, sal hy vèr/ sy reis voortsit van ster tot ster'.

Een dromer, een doener - die Gulliver van Borgerhout.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden