'Palestijnen beledigen ons, voor Israël zijn wij simpelweg Arabieren'

Niemand weet hoeveel zigeuners het Heilige Land nog telt. De gemeenschap is arm en hun taal is grotendeels verdrongen door het Arabisch. 'We worden van twee kanten gediscrimineerd.'

JERUZALEM - Mohammed Sufian (31) is een Jeruzalemse zigeuner. Hij is analfabeet en chronisch werkloos. 'Ik leef van wat anderen me toeschuiven en dat valt niet mee als je voor een vrouw en vijf kinderen moet zorgen', zegt hij. 'Af en toe heb ik werk maar ze ontslaan me altijd na een paar dagen omdat ik nooit een vak heb geleerd.' Sufian is niet alleen. De meeste zigeuners in Oost-Jeruzalem lopen met hun ziel onder de arm. En het begint al vroeg. De helft van de kinderen houdt het na een paar klassen basisonderwijs voor gezien. Tachtig procent van de gemeenschap kan lezen noch schrijven.


Zigeunervrouw Amoun Salim heeft weinig op met de mentaliteit van zigeunermannen. 'Ze zijn lui', zegt ze onomwonden. 'Als ze een uitkering van 2.000 shekel (420 euro) ontvangen, zitten ze de rest van de maand in het koffiehuis.' In het Jeruzalemse dorp Shuafat runt ze het enige gemeenschapscentrum voor zigeuners in het Midden-Oosten. Schoolkinderen krijgen er bijles. Vrouwen leren er lezen en schrijven, borduren en sieraden maken. De producten van de huisvlijt - kleurige gewaden, kussens en halskettingen - vullen de wanden. Er hangen ook klompen: souvenir van een bezoek aan Nederland. De stichting Kinderpostzegels blijkt een donor.


Op een folkloristisch schilderij naast de ingang zien we een Pipo-woonwagen, een muzikant met een trekharmonica en een exotische danseres. In 1999 stichtte Amoun het 'Domarisch Genootschap', dat zich bekommert om de zigeunertaal en -cultuur. Zoals Europese zigeuners zich 'Roma' noemen, worden hun volksgenoten in het Midden-Oosten wel aangeduid als 'Dom' ('mens'). Hun eigen taal, het Domari, is grotendeels verdrongen door het Arabisch.


'Europeanen zijn nogal eens verrast dat ik het woord 'zigeuner' gebruik, maar ik ben trots op die naam en op onze cultuur en traditie', zegt Amoun. 'Ik vind het jammer dat steeds meer mensen proberen die weg te moffelen. Je ziet het bijvoorbeeld in de kleding. Zigeunervrouwen dragen traditioneel kleurige gewaden en veel sieraden. Maar ze zijn tegenwoordig bang op te vallen. We hebben prachtige tradities voor huwelijken en begrafenissen, maar ook die worden nog maar zelden nageleefd. Vroeger verdienden de zigeuners in dit deel van de wereld hun geld in de paardenhandel, als hoefsmeden, dansers en musici. Dat is allemaal verdwenen. In Europa zijn er rijke zigeunerfamilies maar hier leeft bijna de hele gemeenschap onder de armoedegrens. Veel kinderen gaan slecht gekleed en zijn vervuild. Op school worden ze door Palestijnse klasgenoten weggepest.'


'We worden van twee kanten gediscrimineerd', zegt Amoun. 'Onze Palestijnse buren noemen ons 'Nawar', een weinig vleiend woord voor zigeuner. En voor Israël zijn we simpelweg Arabieren.'


Het resultaat is politieke schuwheid.


'Geen provocatieve vragen over het conflict', waarschuwt Abed Alchakim Salim nog voor het gesprek is begonnen. Sinds 2006 is hij de 'muchtar' (leider) van de Jeruzalemse zigeuners. Palestijnse media hebben hem beticht van collaboratie met Israël, zegt hij. Vandaar zijn terughoudendheid. Zijn huis staat in Bab Al Hutta, dichtbij de Leeuwenpoort in de oude stad, een wijk die al meer dan honderd jaar wordt bewoond door zigeuners. Net als zijn collega's in Arabische dorpen ontleent de muchtar een deel van zijn aanzien aan de contacten die hij onderhoudt met het hogere gezag, in dit geval de gemeente Jeruzalem en burgemeester Nir Barkat.


Machtsstrijd

Er woedt een machtsstrijd in Jeruzalems zigeunergemeenschap. De felle Amoun Salim is niet gecharmeerd van de muchtar, een man die zijn vader en grootvader is opgevolgd en volgens haar alleen de steun geniet van 'een groep bejaarden'. Ze eist democratische verkiezingen. Abed Salim op zijn beurt is niet gediend van een eigengereid type als Amoun. Een vrouw nota bene, die er duidelijk geen bezwaar tegen zou hebben zijn plaats in te nemen.


De muchtar beseft dat er aan de poten van zijn stoel wordt gezaagd. Geheel ongevraagd zwaait hij met een stapeltje papieren. 'Kopieën van identiteitsbewijzen van mensen die mij als leider wilden! En hier is een document waarin de gemeente mij erkent als enig aanspreekpunt!' Dan vaart hij uit tegen 'corrupte mensen' die donaties werven voor instituten die de Jeruzalemse zigeuners zouden steunen. 'Die donaties bereiken onze mensen nooit', waarschuwt hij. 'De enige steun die we krijgen is financiële bijstand van de gemeente Jeruzalem. En daarvoor is er maar één adres en dat ben ik.'


Niemand weet precies hoeveel zigeuners het Heilige Land nog telt. Vijfduizend lijkt een redelijke schatting. In Jeruzalem wonen tweehonderd gezinnen, verdeeld over Shuafat en de oude binnenstad. Hun wortels, net als die van de Roma, liggen in het noorden van India. Maar wanneer ze voor het eerst voet in Jeruzalem zetten, is onderwerp van speculatie. De muchtar zegt te weten dat zijn voorvaderen er al in de 12e eeuw binnenreden, in het gevolg van Salah ad-Din ('Saladin'). Amoun Salim, die later dit jaar een boek publiceert over de Jeruzalemse zigeuners, houdt het op de 18e eeuw. Zeker is dat de stad al heel lang een gemeenschap herbergt.


'De Arabieren beschouwen hen als dieven', schreef Jacob Schimoni, een Joodse inwoner van Palestina, in 1947. 'Sommigen zijn dansers en zangers. Ze trekken langs de straten met gedresseerde dieren, vooral tijdens festiviteiten. Verder houden velen zich bezig met bedelen van deur tot deur. Ze wonen in voddige tenten.'


Zigeunerkinderen die proberen kauwgum en ansichtkaarten te verkopen aan toeristen, zijn er in Jeruzalem nog volop. Maar volgens de muchtar is het met het pure bedelen zo goed als afgelopen: 'Een jaar of vijf geleden hebben we er een eind aan gemaakt. Er is nu nog maar één vrouw die wat ons betreft mag bedelen, en alleen omdat ze geen Israelisch identiteitsbewijs heeft.'


De bedelares-met-vergunning is Amal Nimr. Ze zegt dat ze 45 jaar geleden in Jeruzalem is geboren, op haar veertiende is getrouwd en twaalf kinderen op de wereld heeft gezet. 'Het grootste deel van mijn leven heb ik in Egypte gewoond en een aantal van mijn kinderen is daar nog steeds', vertelt ze. 'Ik ben nu zestien jaar terug, maar ze willen me geen id-kaart geven.'


Nimr zegt dat ze bij het gemeenschapscentrum van Amoun heeft aangeklopt, maar geen hulp heeft gekregen. Nu hoopt ze dat de muchtar met zijn contacten bij de gemeente iets voor haar kan doen. 'Ik kan niet lezen en schrijven en advocaten kan ik niet betalen'.


Amoun Salim zigeunervrouw, oprichter zigeunercentrum

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden