Paleisgeheimen uit Ghana

'Kijk, daar ligt Kumasi.' Een medewerkster van het Kindermuseum-Tropenmuseum wijst op een wereldbol de hoofdstad van het Ashantikoninkrijk in het West-Afrikaanse Ghana aan....

Cees Gloudemans

Voor de expositie Paleisgeheimen is het Kindermuseum verbouwd tot een Ashantipaleis, met ontvangst- en schatkamers, geheime kamers, een binnenhof, een garderobe en een trommelkamer met de koninklijke drumorkesten. De blauw, groen en terracotta geschilderde vertrekken zijn ingericht met een collectie uit het Ghanese Ashantikoninkrijk, dat ongeveer tweederde van de oppervlakte van Nederland beslaat. Aan de muren hangen schilderijen van Kwame Akoto die zijn atelier in het centrum van Kumasi Almighty God Art Works heeft genoemd en met die indrukwekkende naam ook al zijn werk signeert.

Met de collectie is iets bijzonders aan de hand. Paleisgeheimen is geen expositie die zich beperkt tot uitstallling van een collectie waar je langsloopt, je overheenbuigt of gewoon naar kijkt. Nee, de bezoekers - kinderen van zes tot en met twaalf jaar - brengen met behulp van deels Ghanese medewerkers de tentoonstelling over het Ashantikoninkrijk tot leven door middel van zang, dans en vertellingen. Zo leren ze spelenderwijs de symbolische betekenis kennen van trommels, sieraden, zetels en gewaden. Al die voorwerpen dragen hun eigen boodschap uit, maar dat moet je natuurlijk wel weten.

Het gegiechel om de eerste vreemde woorden, het aarzelende meedoen aan een Ashantiyell verandert al snel in aandachtig luisteren naar de verteller van een Anansiverhaal, dat meestal een wijze les bevat ook al valt er heel wat af te dingen op het karakter van de hoofdpersoon, de spin Anansi, die over erg menselijke eigenschappen beschikt.

Doodstil wordt het wanneer tromgeroffel klinkt en de kinderen van de ontvangstkamer naar het binnenhof worden geleid waarin de koninklijke stoel een centrale plaats inneemt; niet de echte gouden zetel, het symbool van de Ashanti-eenheid, want die bevindt zich op een geheime plek waarvan uitsluitend de koning het bestaan kent.

Op het binnenhof worden de kinderen in drie groepen verdeeld. Een groep vertrekt naar de trommelkamer, de tweede gaat naar het gastenverblijf van de onderkoningen en de derde vindt tijdelijk onderdak in de kamer van de hofhouding. In deze vertrekken leren ze trommelen, verkleden ze zich en oefenen ze voor de grote finale: een koninklijke optocht vol pracht en praal met trommels die spreken. Die aandoenlijke opvoering mogen ouders bijwonen, maar ook familieleden, vrienden en kennnissen en al die anderen die door kinderen naar het museum worden meegenomen. Later wordt het gezelschap ook nog eens rondgeleid door kinderen.

De volwassenen missen wel uitroepen van de kinderen tijdens de repetities. Zij variëren van 'Ik wil niet' of 'Ik wil alleen trommelen' tot 'Had ik maar zoveel zwaarden!', 'Mag ik ook schieten?' en 'Ik moet zo nodig.'

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden