Pakkenman

Fokke de Jong ( 39 ) opende veertien jaar geleden zijn Suitsupply-zaak langs de snelweg. Van pakkenboer is hij nu gevierd ondernemer in New York en Shanghai. In vijf trefwoorden verklaart hij zijn succes.

Lef

'Als een Duitser de Amerikaanse markt wil veroveren, doet hij eerst uitgebreid marktonderzoek. Voordat hij een winkel opent, bouwt hij een hoofdkantoor ter plaatse. Een Italiaan begint met een fabriek. Een Nederlander opent gewoon een winkel', zegt Fokke de Jong, die hard op weg is naar zijn eerste honderd miljoen euro omzet. In 2012 opende hij zijn eerste winkel in New York, midden in Soho. Daarop volgden winkels in Atlanta, Chicago, Houston, Las Vegas, Philadelphia, Washington. Eind vorig jaar kwam er een winkel in New York bij, aan de chique Madison Avenue. Binnenkort openen winkels in onder meer Dallas, San Francisco, Scottsdale en Seattle.


'We zijn nu bijna twee jaar bezig in Amerika. Het gaat goed. De organisatie staat, het merk slaat aan, ik werk met getalenteerde mensen en we hebben de capaciteit om door te groeien. Komend jaar verwachten we tien tot vijftien winkels te openen. Dat lijkt veel, maar het is niet buitensporig. We hebben nu ruim vijftig winkels, dus groeien we met iets meer dan 20 procent. Prima. Een beetje Amerikaan zou meteen naar de beurs stappen en tweehonderd winkels openen, maar daar ben ik dan weer net te voorzichtig voor.'


Creativiteit

'Wij kunnen makkelijk buiten een kader denken. Dat heeft vast met onze achtergrond te maken. Nederlanders hebben veel bewegingsvrijheid. Dat is in een land als Amerika anders. Als je tot je 14de door je ouders overal naartoe wordt gebracht, ontwikkel je een ander wereldbeeld dan wanneer je als kind alle ruimte hebt gekregen om buiten te spelen, kattenkwaad uit te halen en zelfstandig naar school te lopen', zegt De Jong. 'Ik zie het aan mijn medewerkers: Nederlanders zijn eigenzinniger en creatiever.'


De Jong groeide op in Dalfsen, als een ondernemend ventje. Al op zijn 6de hielp hij de boeren in de buurt, voor 2 gulden per uur. Later repareerde hij flipperkasten en verkocht ze weer. Ook organiseerde hij feesten. Zijn studie rechten aan de UvA in Amsterdam heeft hij nooit afgemaakt. Dat kwam er niet meer van. Hij begon veertien jaar geleden met 20 duizend gulden de eerste winkel van Suitsupply langs de A4. Het merk is typisch Nederlands, in de zin dat het niet conventioneel is, hoewel het merk in een conservatieve wereld opereert. 'Bij de meeste merken in ons segment is het alsof je pa's kledingkast binnenwandelt. Bij ons niet. Wij zijn minder dogmatisch dan bijvoorbeeld de meeste Italiaanse merken. We brengen meer humor en seks.'


Imago

Plakpakken wil hij ze niet noemen. Maar eerlijk is eerlijk: de pakken die hij veertien jaar geleden langs de snelweg verkocht, hadden niet de kwaliteit die ze nu hebben. Hij had de ambitie, maar nog niet de kennis. Die heeft hij nu wel. 'Het duurt lang voordat je zo'n vooroordeel hebt afgeschud. Mede daarom is het zo leuk om zaken te doen in Amerika. Daar worden we gelezen op het niveau waar we nu staan. Ik heb het er weleens over gehad met de jongens van Heineken. Dat geldt overal ter wereld als een premium bier, alleen hier wordt Heineken gezien als pils.'


Zo geldt G-Star in het buitenland als een premium denimmerk en is Suitsupply in Amerika niet de pakkenboer van langs de snelweg, maar een toonaangevend mannenmodemerk. Toen De Jong twee jaar geleden zijn eerste winkel in New York opende, stond in de The Wall Street Journal een pakkentest waarin de pakken van Suitsupply van 700 dollar net zo goed uit de bus kwamen als de pakken van Armani van 3.600 dollar.


Voor De Jong betekende die recensie een vliegende start. Ook Tim Gunn, modekenner en tevens coach van het tv-programma Project Runway, is een liefhebber van Suitsupply. Gunn kan een merk maken of breken. Op het gebied van mannenmode is hij net zo machtig als Vogue-hoofdredactrice Anna Wintour is op dat van vrouwenmode.


'Ons concept wordt goed begrepen in het buitenland. Amerikanen, en dat geldt ook voor Aziaten, zijn geïnteresseerd, ze herkennen kwaliteit en ze hebben grote waardering voor creativiteit.'


Prijsbewust

Uitzonderingen zoals de haute couture van Viktor & Rolf en Iris van Herpen daargelaten, zijn Nederlandse modemerken betaalbaar. Denk aan merken als G-Star, Scotch & Soda en Mexx. Die maken allemaal redelijk geprijsde kleren. En dat geldt ook voor Suitsupply. Een kasjmier jas is er al voor 600 euro terwijl hetzelfde type jas bij een merk als Zegna of Armani al snel 1.500 euro doet.


Hoe dat kan? 'Wij werken op dezelfde manier als H&M en Zara. Wat zij in het middensegment doen, doen wij in het luxesegment. Dat wil zeggen dat we niet te maken hebben met kostbare tussenschakels zoals agenten en groothandels. We kopen onze stoffen direct in Italië in en we laten onze producten maken in eigen ateliers in Europa, Azië en Zuid-Amerika. Zo creëren we bereikbare luxe. Dat moet ook wel. Want ik kan bij mijn Nederlandse klanten niet aankomen met kasjmier truien van 1.500 euro. Dat ik in Nederland altijd gedwongen ben om toegankelijk in prijs te blijven, levert nu wereldwijd voordeel op. Voor een Italiaan ligt dat heel anders. Iemand als Brunello Cucinelli kan gerust kasjmier truien van 1.500 euro maken; die raakt hij toch wel kwijt in Italië.'


Nog een reden waardoor De Jong de prijs van zijn pakken redelijk kan houden: hij betaalt relatief weinig huur. In Amsterdam opende hij ooit een zaak op de Willemsparkweg, omdat hij een winkel in de PC Hooftstraat niet kon betalen. Nu is dat zijn handelsmerk. De Jong gaat dus niet, zoals de meeste modemerken, daar zitten waar de loop is. Hij gaat ervan uit dat de mensen naar hem komen als het product en de service in orde zijn. Dus opent hij winkels op eigenzinnige locaties, zoals een winkel op de tweede verdieping van een winkelpand in Soho of een winkel in een villa in een woonwijk in Shanghai.


Ondernemersklimaat


'Sinds ik veel in het buitenland werk, ben ik Nederland anders gaan beschouwen.


'Wij hebben het hier prima voor elkaar. Het is bijna nergens zo goed geregeld. Echt, ik heb de afgelopen zes jaar geleerd met heel andere ogen naar Nederland te kijken. Neem dat gezeik over de vermeende bureaucratie. Onzin. Als ik hier een winkel open, is het aantal bouwtekeningen dat ik nodig heb voor de vergunning maximaal 1,5 centimeter dik. In Amerika of Azië is hetzelfde setje ten minste 7 centimeter dik.'


De meeste Nederlanders hebben volgens De Jong een prettige handen-uit-de-mouwenmentaliteit. 'Voor een Amerikaan is praten ook werken. Dat is leuk, want ze hangen de mooiste verhalen op. Maar dat betekent ook dat een Amerikaanse projectmanager van een winkel die moet worden verbouwd druk in de weer is met mailen en ouwehoeren met andere projectmanagers, terwijl de spotjes of andere zaken scheef hangen.


'Een Nederlandse projectmanager heeft op hetzelfde moment allang de aannemer aangesproken dat hij de boel even recht moet hangen.'


Vormgeheugen


In de winkels van Suitsupply zijn kleermakers aanwezig die ter plekke - en binnen een uur - jasjes en broeken kunnen vermaken naar de wensen van de klant. Want een pak, vindt Fokke de Jong, moet vooral goed passen. Zelfs een double-breasted jasje hoeft niet plomp te zijn. Kwestie van de armsgaten net iets hoger inzetten, het jasje iets korter maken en de taille accentueren voor een slank silhouet. Het geheim van een goed passend jasje zit volgens De Jong in het gebruik van dunne stoffen en mooie, dunne naden. De wollen jasjes van Suitsupply worden van Super 110 tot 150 gemaakt; hoe hoger het getal, hoe soepeler en fijner de stof. Het binnenwerk is van katoen waarin paardenhaar is verweven. Paardenhaar heeft vormgeheugen en zorgt ervoor dat het jasje naar het lichaam gaat staan.







Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.