'Pakistan wist wel degelijk waar Bin Laden woonde'

Documenten uit het huis waar Osama bin Laden zichzelf schuilhield en de verklaring van een anonieme Pakistaanse bron spreken het verhaal van zowel Islamabad als Washington tegen: de Pakistaanse autoriteiten wisten wel degelijk dat Bin Laden zich al jaren in een villa in Abottabad verstopte. Carlotta Gall, twaalf jaar lang correspondente in de regio, schrijft in het New York Times Magazine dat het hoofd van de Pakistaanse geheime dienst 'wist waar Osama was'. De VS had hier weer 'direct bewijs had' van.

Aanhangers van een militante groepering in Pakistan houden portretten van Osama bin Laden vast. Beeld afp

In haar verhaal beschrijft Gall hoe ze telkens weer op hetzelfde spoor uitkwam. Of ze nu in de sloppenwijken van de woestijnstad Quetta probeerde om nabestaanden te interviewen van jongens die zichzelf hadden opgeblazen, of meereisde met Benazir Bhutto, de presidentskandidate die bij een aanslag om het leven kwam, altijd was er weer die link tussen Islamabad en terroristische organisaties.

Het is een ingewikkeld verhaal, maar kort door de bocht komt het erop neer dat het Pakistaanse regime de Verenigde Staten naar de mond praat en zichzelf als partner in de strijd tegen terrorisme presenteert. Maar tegelijkertijd worden bepaalde organisaties door Islamabad beschermd of zelfs getraind omdat het ideale pionnen zijn in het conflict met aartsvijand India, en van grote invloed op het machtsspel dat Islamabad speelt in Afghanistan.

Spin in het web
'De spin in dit web is de Pakistaanse geheime dienst, de ISI', schrijft Gall. 'Een feit dat maar langzaam tot de VS doordrong, en waar Washington nog steeds geen directe confrontatie met Islamabad over aan wil gaan, uit vrees voor een conflict met een machtige islamitische natie.'

Nadat Osama bin Laden in mei 2011 door een team Navy Seals was vermoord en meegenomen, ging Gall naar Abottabad. Er deden al langer geruchten over het huis de ronde, hoorde ze van het voormalige hoofd van de burgerlijke geheime dienst. 'Hij ontkende hier zelf bij betrokken te zijn geweest, maar pleitte lokale agenten, die een verdacht huis zeker zouden hebben geïnspecteerd, niet vrij.'

De gewone politie zou hier haar handen niet aan hebben gebrand: een gebouw waar verhalen over worden verteld kan zomaar een safe-house van de geheime dienst zijn en gewone agenten die zich daar in het verleden per ongeluk mee bemoeiden, werden tot de orde geroepen of voor straf in rang verlaagd.

Bin Laden reisde rond
Bin Laden bleek ook niet alleen maar in dat huis te zitten: hij reisde met enige regelmaat om bondgenoten te ontmoeten, vertelde een man van de Pakistaanse veiligheidsdienst aan Gall. Deze zou zijn informatie weer van jihadisten hebben gekregen. 'Je kunt een beweging niet runnen zonder contact te hebben met je mensen', zei de bron. 'Hij reisde gewoon over de weg en zijn konvooi mocht altijd, zonder te worden gecontroleerd, door de checkpoints heen rijden', schrijft Gall.

 
Osama reisde gewoon over de weg en zijn konvooi mocht altijd, zonder te worden gecontroleerd, door de checkpoints heen rijden
Pakistaanse soldaten houden de wacht bij het huis waar Osama bin Laden woonde. Beeld epa
De plek waar het huis van Bin Laden heeft gestaan. De autoriteiten hebben het afgebroken om te voorkomen dat het een bedevaartsoord voor militanten wordt. Beeld epa

Kort na de inval in het huis, kreeg Gall van een Pakistaanse beambte te horen dat de VS er direct bewijs van hadden dat het hoofd van de ISI, luitenant-generaal Ahmed Shuja Pasha, al langer wist dat Bin Laden zich in Abottabad schuilhield - vermoedelijk doordat ze in de dagen na de actie een telefoontje hadden onderschept. Toch werd in de weken en maanden die volgden door zowel Islamabad als Washington volgehouden dat Pasha hiervan niet op de hoogte was.

Brieven, aantekeningen en bestanden
Het verhaal van Galls bron werd bevestigd door de vele brieven, aantekeningen en computerbestanden die in het huis zijn gevonden. Zo bleek dat Osama correspondeerde met een aantal militante leiders die moeten hebben geweten dat hij in Pakistan woonde. Twee van hen (Mullah Omar van de Taliban en Hafiz Muhammed Saeed van de Lashkar-e-Taiba, een organisatie die vecht in Kashmir) zijn voor de ISI belangrijk. 'Ze werken nauw met de Pakistaanse geheime dienst samen', schrijft Gall. 'Ze houden hun volgelingen tegen als die de Pakistaanse staat willen aanvallen en coördineren hun eigen acties met de grotere strategische plannen van Pakistan. Elke vorm van correspondentie van deze twee mannen met Bin Laden, zou bekend zijn geweest bij hun ISI-contacten.'

Gall zocht twee jaar lang naar bewijs dat niet indirect was of van een bron kwam die het ook maar van horen zeggen had. In 2012 sprak ze iemand van de ISI die bevestigde dat er een speciale afdeling was geweest voor Bin Laden - en later bevestigden twee Amerikaanse bronnen dat dit verhaal overeen kwam met hun eigen conclusies. 'Dit is wat de Afghanen wisten, wat Talibanstrijders me verteld hadden, en eindelijk werd het toegegeven door iemand uit het systeem zelf.'

 
Dit is wat de Afghanen wisten, wat Talibanstrijders me verteld hadden, en eindelijk werd het toegegeven door iemand uit het systeem zelf
Voorpagina's van Britse kranten de dag nadat bekend is geworden dat Bin Laden is gedood door Amerikaanse Navy Seals. Beeld epa
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden