Pakistaanse koranscholen leveren extremisten af

De oproep tot gebed loeit als een sirene door de lucht. Jongens onderbreken de studie van de koran om hun gebedskleedjes tevoorschijn te halen en knielen neer, het hoofd gebogen in de richting van Mekka....

AP

PESHAWAR

Voor deze kinderen is het leven simpel. Hun dagen worden gevuld met bidden en het bestuderen van het heilige boek van de islam. Maar als zij straks de overal in Pakistan uit de grond schietende particuliere godsdienstschooltjes verlaten, hebben zij weinig vaardigheden geleerd om een baan te kunnen vinden. Velen blijven werkloos en moeten zien zich met onregelmatige klusjes in leven te houden. Deze scholen kweken volgens sommigen een steeds groter bestand van Pakistanen die gemakkelijk door fundamentalisten voor extremistische doelen te werven zijn.

De meeste koranscholieren komen uit de armste gezinnen van Pakistan. Hun ouders kiezen voor deze scholen omdat ze de kinderen behalve onderwijs ook voeding en verzorging bieden. Maar wat de kinderen leren is beperkt. Veel scholen onderwijzen alleen de koran en prenten de kinderen in dat zij als moslims verplicht zijn voor de islam te strijden.

Voormalig premier Benazir Bhutto heeft geprobeerd de overheidsfinanciering van religieuze scholen te beperken en de huidige premier, Nawaz Sharif, heeft geprobeerd hun lesprogramma bij te stellen. Maar hun streven werd gedwarsboomd door een aantal kleine religieuze partijen.

De autoriteiten zeggen dat in Pakistan bijna vierduizend madrassas zijn geregistreerd, met een totaal van 540 duizend leerlingen. Maar aangenomen wordt dat er daarnaast nog duizenden niet-geregistreerde scholen bestaan wier leerlingen linea recta naar Afghanistan gaan om in de burgeroorlog daar te vechten. Waarschijnlijk worden zij ook door andere militante bewegingen geworven.

Voormalig minister van Binnenlandse Zaken Narullah Babaar beschouwt sommige religieuze scholen als 'broedplaatsen van terrorisme'. In een interview zei Babaar dat de opkomst van deze scholen het gevolg is van de 'Afghaanse jihad' (heilige oorlog). Volgens hem zijn oud-leerlingen van de scholen betrokken bij botsingen tussen Pakistaanse sji'iten en soennieten, waarbij de afgelopen jaren honderden slachtoffers zijn gevallen. 'Feit is dat de hele maatschappij erdoor wordt aangetast. Je kunt de gevolgen zien in de sektarische confrontaties die plaatsvinden.'

Leraren aan de Markaz-Uloom-e-Islamia, een combinatie van school en moskee, zeggen dat zij hun leerlingen de plicht bijbrengen om voor de islam te vechten. Scholen als deze hebben duizenden 'mujahedin' (vrijheidsstrijders) afgeleverd die in de jaren tachtig in Afghanistan tegen het Sovjetleger hebben gevochten. En nu laten zij zich erop voorstaan dat zij de mannen opleiden die de ruggengraat vormen van de Taliban, de moslimstrijders die de afgelopen jaren bijna heel Afghanistan hebben veroverd.

'Er zijn niet alleen Afghaanse Taliban, maar er zijn ook Pakistaanse Taliban. De islam kent geen grenzen', zegt Qari Shabir Ahmed, hoofdonderwijzer aan de Markaz-Uloom-e-Islamia. 'We leggen de nadruk op vrede, maar wanneer de islam een hindernis ondervindt is het hun plicht te vechten.'

In Pakistan hebben een stagnerende democratisering en groeiende werkloosheid de roep versterkt om een islamitische revolutie. Religieus rechts heeft in het parlement weinig in te brengen, maar is des te sterker op straat. Menige regering is ten val gebracht door demonstraties waar religieus rechts de hand in had.

In Peshawar heeft de religieuze leider Fazle ur-Rehman in september gewaarschuwd dat zijn groep klaar is om een revolutie aan te voeren. Duizenden met vlaggen zwaaiende jonge mannen eisten dat Pakistan een islamitisch stelsel zou invoeren.

Op een religieuze school in Akora Khattak, even buiten Peshawar, dreigde Sami ul-Haq, moslimgeestelijke en lid van de Pakistaanse Senaat, met een heilige oorlog als de regering het internationale verbod op kernproeven zou ondertekenen. Veel militanten willen dat Pakistan zijn kernwapenprogramma voortzet, zowel om aartsvijand India af te schrikken als om de islamitische wereld een gelijkwaardige positie te geven in de confrontatie met het Westen.

'Wij vechten voor de islam in Pakistan net zoals in Afghanistan', zegt de 17-jarige Abdul Ghaffar. 'Het is onze plicht de islam op te leggen met welke middelen dan ook.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.