Pak Kret

Waarover Duitsers zich kunnen opwinden: 'In Bangkok is het autoverkeer werkelijk verbazingwekkend, terwijl iedere straatjongen op een fiets rijdt. En tegenwoordig komen steeds meer motorfietsen in gebruik die snuivend en proestend met enorm lawaai over straat razen.' Dat schreef ingenieur Louis Weiler in 1914 toen er net zevenhonderd auto's in...

In Weilers dagen gold Bangkok nog als het Venetië van het Oosten, een stad van grachten en kanalen in de delta van de Chao Phraya. Het leven speelde er zich op en aan het water af en de cultuur was zó doordrenkt van watersymbolen, dat architect Sumet Jumsai meent dat de Thais hun oorsprong in de Stille Oceaan hebben. Niemand is het met hem eens en in Bangkok, waar inmiddels veel grachten gedempt zijn ten bate van het wegverkeer, is de watercultuur soms zelfs ver te zoeken. Maar tijdens een tochtje naar Pak Kret komt het Venetië van het Oosten weer tot leven.

Pak Kret is over de rivier te bereiken per expresboot. Het opstappen blijft een boeiend spektakel. De twintig meter lange boot vaart iets voorbij de pier, waarna de motor met oorverdovend kabaal in zijn achteruit wordt gezet. Als de achtersteven tegen de pier beukt, stappen de passagiers van het achterdek. Een jongen blaast ondertussen als een bezetene op een fluitje. Dan heb ik een seconde de tijd aan boord te springen, het gefluit stopt en de boot scheurt de rivier weer op. De uitlaat zit nu eens boven, dan weer onder de waterspiegel en als de uitlaatgassen niet over het dek waaien, worden ze in het kolkende water gebraakt. We passeren rijstbarken die als woonboot dienen, pittoreske paalwoningen, een bierbrouwerij, moskeeën, fonkelende boeddhistische tempels en een gevangenis vol westerse en Nigeriaanse heroïnesmokkelaars en een enkele kinderpornograaf. Een kwartier later bereiken we eindpunt Pak Kret.

Het is er niet minder druk en chaotisch dan in Bangkok - in feite is Pak Kret met de hoofdstad versmolten. Maar een pontje brengt me naar een oase van rust, Ko Kret, een eilandje van vier vierkante kilometer dat in de zeventiende eeuw was ontstaan nadat een lus in de rivier met een kanaal werd afgesneden. Deze tijd van het jaar is de rivier gezwollen en staat een groot deel van het eiland blank. Weldra waad ik langs boomgaarden, moeras met waterhyacint en lotusbloemen, rietkragen, kokos- en suikerpalmen. Af en toe vliegen koereigers op. Een vrouw in een peddelbootje met kruidenierswaar zegt dat ik beter in januari terug kan komen: 'Dan is het eiland droog.'

Ik volg een betonnen steiger tot aan barakken waar mannen in geruite sarongs gehurkt praten - mogelijk Birmese illegalen die zich op het eiland thuisvoelen, want de bevolking bestaat overwegend uit de nazaten van Mons uit Birma. De Mons waren hier rond 1800 neergestreken en gingen er hun traditionele aardewerk maken. En dat doen de eilandbewoners nog steeds op grote schaal. Enkele stegen zijn geheel omzoomd door pottenbakkersovens en schuren waar duizenden bloempotten en vijzels staan te drogen. Tonnen scherven van mislukte baksels zijn onder de paalwoningen gestort om de afkalvende oever te versterken. Een man trekt een rubberen bootje beladen met kant-en-klaar maaltijden door de steeg naar een vlonder met kinderen in schooluniformen.

De tempel op de noordpunt van het eiland staat geheel onder water. Hij is meer dan tweehonderd jaar geleden door de Mon-immigranten gebouwd, maar vertoont dezelfde rijkdom aan golvende, spits toelopende decoraties, zo karakteristiek voor een Thaise tempel: veelal gestileerde naga's, slangachtige mythologische wezens die de onderwereld domineren en als watergeesten opereren. Volgens Sumet is de naga de totem van de Thaise cultuur en wijst deze op de oceanische oorsprong van de Thais. Wie door de bril van de architect kijkt, ziet overal aquatische elementen. De basis van sommige inwijdingshallen vertoont een flauwe kromming - om deze op een schip te laten gelijken, meent Sumet.

Oceanische oorsprong of niet, de Thais werden geen meesters in de waterbeheersing, ten minste niet in de delta van de Chao Phraya. Meteen na de stichting van een nieuwe hoofdstad in Bangkok (1782) stond het water al metershoog rond de paleismuren. In 1902 liet koning Chulalongkon de Nederlandse waterbouwkundige J. Homan van der Heide overkomen, maar de ambitieuze irrigatiewerken die deze voorstelde, vonden door geldgebrek geen doorgang. Gedesillusioneerd verliet de ingenieur na zeven jaar het land - wat door antropoloog Han ten Brummelhuis in zijn boeiende proefschrift is uitgediept. En in en rond Bangkok bleef het dweilen met de kraan open. Vorig jaar nog stonden grote delen van de stad wekenlang een meter onder water.

Aan de zuidkant van het eiland zigzagt een pad schilderachtig langs boomgaarden en pottenbakkerijen tot het onverwachts doodloopt bij een schutting van golfplaat en een hoog hek van prikkeldraad. Uit het gebouw erachter klinkt het geroezemoes van stemmen en het gekletter van bestek op borden. Door een spleet in de golfplaat zie ik jongedames in blauwe gestichtskleding met een bord in hun hand in de rij staan. Dit is het rehabilitatiecentrum voor prostituees, waar Ko Kret vooral bij de Thais om bekend is. Er wordt beweerd dat mannen het eiland bezoeken voor een goedkope wip, want de meisjes zouden er ook vrij rondwandelen. Ik geloof er niets van, maar hoerenlopen tot aan je knieën in het water is natuurlijk wel een argument voor Sumets theorie.

In de namiddag bereik ik Wat Ku ten noorden van Pak Kret, een tempel aan de rivier die ook onder water staat. Vanaf een standbeeld van koning Chulalongkon loopt een geïmproviseerde steiger naar een kapel, waar een kudde karbouwen in het water ligt. Geen mooier symbool voor de ambivalente strijd van de Thais tegen het water dan het bronzen beeld van koningin Sunantha Kumari in deze kapel. Ze was de lievelingsgemalin van Chulalongkon en nog maar negentien toen hier in 1880 haar boot in de rivier omsloeg. De dienaren keken lijdzaam toe terwijl zij en haar tweejarig dochtertje verdronken, want het was hun verboden een koningin of prinses aan te raken.

De reiscolumns van Sjon Hauser verschijnen elke veertien dagen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden