Pak een boek

De opkomst van de Provinciale Staten-verkiezingen was dramatisch laag. Kok, de premier, was verbaasd. Hij had geen goede raad, wist niet hoe hij de mensen naar de stemlokalen moest brengen....

Kader Abdolah

Eens, in de tijd van de geestelijken gingen de mensen van mijn land niet meer stemmen. De geestelijken bedachten een trucje. Ze gingen met z'n allen op de volle suikerklontjeszakken zitten: 'Wie niet stemt krijgt geen suikerklontjes.' En suikerklontjes zijn voor Perzen net zo belangrijk als brood. Dus moest je je thee, tot aan de volgende verkiezingen, bitter drinken. In Nederland moet men op de aardappelzakken gaan zitten: 'Wie niet stemt krijgt geen aardappelen.'

Democratie was een droom van mij, van ons, en wij vochten ervoor om haar gestalte te geven. Het lukte niet, maar nu leef ik, verblijf ik in de droom van anderen, Hollanders, die wel uitgekomen is.

De eerste keer dat ik hier stemde, vond ik het interessant naar het stemlokaal te gaan.

Geleidelijk verloor ik dat enthousiasme.

Bij de afgelopen verkiezingen was alles rustig bij de campagnes, maar 's avonds toen ik de tv aandeed, zag ik dat er ineens een grote ruzie, een nepruzie, tussen de politici ontstond. O, wat is er aan de hand? Heb ik iets gemist? Had ik het nieuws niet goed gevolgd? Ze hadden het over 'de mensen op transport stellen' en over concentratiekampen, de nazi's, de joden, en ze gooiden elkaar met modder. Nee, ik doe niet mee, ik laat me niet voor de gek houden. Ik ga niet stemmen.

Waa enna eleihe radjeoen... ja het is zo. We worden allemaal tot stof. Ineens, onverwachts stierf de heer Enneüs Heerma. 'Stop!', riep de dood. 'Kijk in de spiegel!' Ze schrokken. Ze stopten.

Doen? Niet doen? Stemmen? Niet stemmen? Ik fantaseerde dat ik naar het stemlokaal ging en dat het hard waaide en ik dat stembiljet, hoe zeg je dat, oproeppapiertje, niet goed vasthield. De harde wind rukte het uit mijn hand en nam het mee. Weg, ik hoefde niet meer te stemmen.

Maar de Hollanders zijn in sommige opzichten uniek in de wereld, hoe vaak was ik iets kwijt? Hoe vaak werd er op mijn deur geklopt? 'Is dit misschien van u?' 'O ja, dank u.'

's Avonds, kwart voor acht, werd er geklopt in mijn fantasie. Een oude man stond met een in de modder gevallen stembiljet voor de deur: 'Dit stembiljet is van u. U hebt nog tijd.'

Ik pakte mijn biljet en snelde naar het stemlokaal. Waarom ren je zo hard?, vroeg ik aan mezelf. Waarom maak je je er zo druk over terwijl tweederde van de Nederlanders zelf thuis zit. Ach, die droom.

Wanneer ik over zulke dingen schrijf, zakt de kracht van mijn woord. Zullen we Den Haag maar laten waar het is? Zullen we het even over het leven hebben en over de dood?

Morgenavond begint de boekenweek. Zullen we de week met twee kwatrijnen van de middeleeuwse Perzische dichter Omar Khayyám begroeten: abr amado baz baar sare sabze gerist... de wolk kwam en huilde weer boven het gras. Nee, zonder die purperen drank kunnen we niet leven. Nu kijken we naar dat gras, wie kijkt later naar het gras dat uit onze stof groeit?... Deze kruik was eens verliefd en verdrietig net als ik nu ben. Het handvat dat je in zijn nek ziet, is eigenlijk de hand van zijn geliefde die hem omarmt.

Vergeet Den Haag van de week. Pak een boek.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden