RECONSTRUCTIE

Pais en vree tussen Rembrandt-rivalen

Veel glunderende gezichten in het Louvre, waar baron Eric de Rothschild Rembrandts 'Oopjen' en 'Maerten' overdraagt aan Frankrijk en Nederland. Alle naijver is vergeten.

De Nederlandse minister van Cultuur Jet Bussemaker (links) en haar Franse ambtgenote Fleur Pellerin bij de overdracht van Rembrandts portretten van Maerten Soolmans en Oopjen Coppit. Beeld ANP

'We hebben ze! Nous les avons!', zegt minister van Cultuur Jet Bussemaker. 'Vandaag koopt Frankrijk het portret van Oopjen. Vandaag koopt Nederland het portret van Maerten. Ze blijven onafscheidelijk, zo hebben onze regeringen bepaald', zegt haar Franse ambtgenoot Fleur Pellerin.

In de met bladgoud gedecoreerde Salon Jerôme van het Franse ministerie van Cultuur - vlak bij het Louvre - ondertekenden de ministers gisteren de aankoopdocumenten van de beroemde huwelijksportretten, geschilderd door Rembrandt in 1634.

Minister Jet Bussemaker van Cultuur kijkt naar de twee Rembrandt-portretten. Beeld ANP

Gaan we voor de historie of voor het authentieke?

Nu bekend is waar en door wie de huwelijksportretten van Maerten Soolmans en Oopjen Coppit worden gerestaureerd, dringt de vraag zich op welke restauratie-opvatting men straks zal huldigen: de Nederlandse of de Franse?

De portretten van Maerten Soolmans en Oopjen Coppit zullen altijd gezamenlijk worden geëxposeerd. Ze worden eerst oppervlakkig schoongemaakt en daarna gepresenteerd in het Louvre, tijdens het staatsbezoek van koning Willem-Alexander en koningin Máxima op 10 en 11 maart.

In juni verhuizen ze voor drie maanden naar het Rijksmuseum. In september begint de echte restauratie in het Rijks, waarvan niet bekend is hoe lang die zal duren. Daarna begint het roulatieschema: vijf jaar Rijksmuseum, vijf jaar Louvre. Vervolgens verhuizen de schilderijen om de acht jaar.

Gezamenlijk eigendom

In de zaal van het ministerie van Cultuur staat, heel discreet, de verkoper, de 74-jarige baron Eric de Rothschild. Bankier en topman van het fameuze wijndomein Château Lafite-Rothschild in de buurt van Bordeaux. Maerten en Oopjen hingen in zijn slaapkamer.

'Ik betreur het bitter dat ik ze heb moeten verkopen', zegt hij. Maar hij had de portretten in gezamenlijk eigendom met zijn broer Robert, die geld nodig had voor de successierechten over de erfenis van hun moeder. 'Mijn favoriet is Oopjen', zegt hij. 'Zo mooi geschilderd, met zo veel psychologisch inzicht. Absoluut merveilleux.'

Strijd

De strijd om de Rembrandts was de kunstthriller van 2015. Aanvankelijk leek De Rothschild bereid beide doeken aan het Rijksmuseum te verkopen. 'Dat was in het begin, toen het Louvre ze niet wilde hebben', zegt De Rothschild er zelf over. 'Maar toen is er drukte gemaakt.'

Dat had resultaat: in juli maakte minister Pellerin bekend dat ze de doeken wilde behouden, door een gezamenlijke aankoop met Nederland. In september ging het Rijksmuseum daar overheen. In een golf van nationaal enthousiasme dacht het museum, gesteund door de Tweede Kamer, beide Rembrandts 'naar huis' te kunnen halen. Dat plan werd razendsnel getorpedeerd door de Fransen: de schilderijen werden verdeeld.

'Ik ben heel tevreden met deze oplossing', zegt Wim Pijbes, directeur van het Rijksmuseum, aanwezig in Parijs. 'Als wij niets hadden gedaan, waren de doeken waarschijnlijk in het bezit gekomen van een rijke verzamelaar in de Golf of Shanghai. Die misgun ik niets, maar nu komen de Rembrandts in het publieke domein.'

Wim Pijbes (directeur Rijksmuseum), Jean-Luc Martinez (directeur Louvre), Minister Jet Bussemaker van Cultuur en haar Franse ambtgenoot Fleur Pellerin ondertekenen op het Franse Ministerie van Cultuur de overeenkomst voor de aankoop van de twee Rembrandt-portretten Maerten Soolmans en Oopjen Coppit. Beeld ANP

Minder authentiek

Volgens experts bestaan er belangrijke verschillen tussen de Nederlandse en de Franse restauratie-ethiek. Nederlandse restaurateurs verwijderen de originele vernis, in Frankrijk zou een 17de-eeuwse beschermingslaag als een deel van het kunstwerk worden beschouwd. Nederlanders vinden de schilderijen in het Louvre vaak dof, Fransen zien een op Nederlandse wijze gerestaureerd schilderij als minder authentiek.

'Bij Maerten en Oopjen speelt dat niet zo', zegt Pijbes. 'De schilderijen zijn in 1956 al een keer in Nederland geweest voor een Rembrandt-tentoonstelling. Toen is ook het vernis vervangen. Er zit dus geen vernis uit de 17de eeuw meer op.'

Alexander Pechtold (D66), Baron Eric de Rotschild, Halbe Zijlstra (VVD) en Fleur Pellerin, de Franse minister voor Cultuur, kijken in het Louvre naar de twee Rembrandt-portretten Maerten Soolmans en Oopjen Coppit. Beeld ANP

Afspraken

Over de restauratie van Maerten en Oopjen zijn goede afspraken gemaakt, zegt Sébastien Allard, directeur van de afdeling schilderkunst van het Louvre. 'Het gaat in collegiaal overleg. Er is een internationaal comité van experts dat toeziet op de restauratie', zegt hij. Bovendien worden de werkzaamheden geleid door Petria Noble, een Australische restaurateur die eerder in het Louvre Bathseba van Rembrandt heeft gerestaureerd.

De schilderijen verkeren in goede staat, zegt Allard. 'Het vernis is vergeeld en er zitten wat krassen op. Er is ook gerookt bij de schilderijen, ze hebben in huis gehangen, dus er zullen ook wat nicotineresten moeten worden verwijderd.'

Rivaliteit

De Frans-Nederlandse bijeenkomst speelt zich af in een sfeer van grote fraternité. De rivaliteit lijkt vergeten, iedereen zegt uitermate tevreden te zijn met deze 'Europese' oplossing. 'In Frankrijk zijn het ook mythische schilderijen', zegt Sébastien Allard. 'Ze zijn heel beroemd, maar ze waren nooit te zien.'

Ook Nederland gaat erop vooruit. De portretten verhuizen van de slaapkamer van Eric de Rothschild naar het Rijksmuseum, al moeten ze met het Louvre worden gedeeld. Als het Rijksmuseum beide doeken zou hebben verworven, zouden de Rembrandts bij 'thuiskomst' een triomftocht langs de twaalf provinciën hebben gemaakt. Dat idee is van de baan door de gezamenlijke aanschaf met Frankrijk. Pijbes: 'Dan zouden ze misschien ook een tocht door Frankrijk moeten maken, een veel groter land. Dat zou te veel gesleep met de schilderijen worden', zegt Pijbes.

Vorige eigenaren waren minder voorzichtig. Annewies van Loon, die de doeken in 1877 aan de familie De Rothschild verkocht, vervoerde ze elke zomer per trekschuit van haar grachtenpand in Amsterdam naar haar buitenverblijf.

Beeld ANP
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden