Paden, priëlen en vochtig bos

Meer dan zestig gemeenten doen morgen mee aan de Dag van het Park. Wil Thijssen wandelt door het lievelingsstadspark van landschaps-architect Rombout....

Wil Thijssen

Dit kan niet goed zijn. We staan bij een witte muziekkapel op een groot, leeg grasveld waarlangs auto’s razen. Hier ontmoeten we Sander Rombout, de landschapsarchitect die ons zijn favoriete stadspark komt laten zien. Want morgen, zondag 25 mei, is de Dag van het Park. Zestig gemeenten showen hun parken en organiseren picknicks, spelletjes en rondleidingen. Ze willen duidelijk maken dat een stadsmens voor natuur niet per se de auto in hoeft.

Daar komt Sander Rombout aan. ‘Dit is niet het mooiste plekje’, lacht hij, doelend op de witte muziekkapel en het kaalgelopen grasveld. ‘Maar hierachter, voorbij het hertenkamp, zul je zien waarom dit het mooiste stadspark van Nederland is.’

De Haarlemmerhout in Haarlem is een van de oudste stadsparken. Het stamt uit 1560; het aangrenzende bos dateert al van het begin van de jaartelling. We lopen langs het hertenkamp naar de vijver, die in de Tweede Wereldoorlog deel uitmaakte van een anti-tankgracht rondom Dreefzicht, een herensociëteit die destijds diende als hoofdkwartier van de Duitse commandant die Haarlem bezette.

Onderweg passeren we een dikke, oude beuk waarvan de stam in vaalbruine doeken is gewikkeld om hem te beschermen tegen de zon. Een reusachtige linde verderop staat al op een plattegrond uit 1799. In het park groeien meer dan achthonderd monumentale bomen, sommige met stammen zo dik dat er vijf man nodig zijn om ze te omarmen.

Het pad mondt uit in een prieel dat de fontein van Hildebrand herbergt: op het achtkantige muurtje rond het water staan op alle hoeken versteende personages uit Hildebrands Camera Obscura, waarvan een van de verhalen zich in dit park afspeelt. ‘De Haarlemmerhout speelt een grote rol in de literatuur’, zegt Rombout. ‘Ook bijvoorbeeld Coornhert, Bomans en Mulisch hebben erover geschreven.’

In de vijver drijven roestige colablikjes en een bagagedrager, een van de beelden is met viltstift beklad. ‘Het is een jongerenhangplek geworden’, zegt de landschapsarchitect. ‘Maar daar is een stadspark voor bedoeld: je kunt er mensen ontmoeten en de hectiek van de stad ontvluchten. Het is een stukje vrijheid.’

Dwars door het park loopt een brede, lawaaiige weg, de Fonteinlaan. Het is de scheiding tussen het parkgedeelte, De Kleine Hout, en het stadsbos, Het Grote Hout. ‘Dit is wat dit stadspark heel bijzonder maakt’, zegt Rombout. ‘Deze combinatie van 59 hectare park en bos zie je bijna nergens in Nederland.’

Hoe dieper we het bos in dwalen, hoe stiller het wordt. Vogelgezang verdringt het autogeraas, strepen zonlicht vallen door het bladerdak naar binnen. Dikke oude bomen wisselen jonge aanplant af – tijdens en na de Tweede Wereldoorlog werden bomen gekapt voor brandhout. Waar de westenwind vrij spel heeft gehad, buigen de beuken hun kruinen naar het oosten.

In het bos zijn nog de rechte lanen te zien uit de Franse tijd, en de bochtige paadjes die er zijn aangelegd door landschapsarchitect Jan David Zocher in 1830.

We wandelen langs het monument van de Haarlemmer Laurens Janszoon Koster – de uitvinder van de boekdrukkunst – langs een trapveldje en een ‘hondenontmoetingsplek’. ‘Pas op voor de hondendrollen,’ wijst Rombout. ‘Daardoor is de grond er heel vruchtbaar en groeien er ongewenste planten en kruiden op.’

Hij laat zich bij zijn ontwerpen graag inspireren door klassieke stadsparken met veel natuur. Met bijvoorbeeld het gerenoveerde Afrikaanderplein in Rotterdam, heeft hij niet veel. ‘Dat was een mooi, ingetogen ontwerp, maar is nu heel expressief en modieus, met een bonte verzameling harde materialen en een betonnen rand waarvan je denkt: wow, moet dit? Ik zoek verfraaiing het liefst in beplanting, in een park moet je van de wisseling van seizoenen kunnen genieten.’

Voorbij het Grote Hout ligt nog Het Eindenhout, een derde deel van het park. Omdat dit op een vochtige strandvlakte ligt, is het een moerasbos. Sinds er zeldzame vogels broeden is het deels gesloten voor publiek. ‘Hier kan de natuur zijn gang gaan – ook dat zie je niet vaak midden in de stad.’

Onder zijn arm draagt Rombout een rapport dat zijn ontwerpbureau voor tuin- en landschapsarchitectuur, Copijn in Utrecht, voor dit park heeft opgesteld. Want het rommelige Haarlemmerhout is dringend aan vernieuwing toe, vindt het gemeentebestuur van Haarlem. In het rapport staan oude kaarten en plattegronden van het park, zoals het eruitzag in 1560, toen het nog een Middeleeuws bos was; in 1769, toen de schatrijke Britse bankier Henry Hope er Paviljoen Welgelegen liet bouwen – het huidige Provinciehuis – en in 1830, toen Zocher het park zijn huidige, Engelse landschapsstijl gaf.

Tegen de kap van bomen langs de Spanjaardslaan ontstond in de jaren zestig verzet. Er zijn zelfs Kamervragen over gesteld, met als gevolg dat de Haarlemmerhout tot beschermd Rijksmonument is benoemd.

‘Zo’n park heeft een fantastische geschiedenis’, zegt de landschapsarchitect. ‘Het is opgebouwd uit verschillende tijdlagen en stijlen. De grootste architecten – Michaël, Zocher, Springer – hebben hier hun sporen nagelaten. Dat maakt het zo bijzonder.’

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden