Paars (2)

GEEN enkel kabinet heeft de afgelopen kwart eeuw onder zulke gunstige economische omstandigheden kunnen regeren als het paarse. Een economische groei van gemiddeld 3 procent, een inflatie die laag was en bleef, een steeds verder dalende rente, aanhoudende loonmatiging, rust op de valutamarkten, van record naar record voortsnellende aandelenkoersen en...

Elk kabinet, van welke kleur ook, zou in zo'n vruchtbaar klimaat een rijke oogst hebben kunnen binnenhalen in de vorm van lagere lasten, een lager financieringstekort en een onstuimige banengroei. In die zin is Kok inderdaad een gewoon kabinet geweest, zoals de premier het zelf vanaf het begin heeft gewild.

Toch zaten er ook wat ongewone trekjes aan het kabinet-Kok, accentverschillen in het beleid die het kabinet een net iets anders sociaal-economisch profiel hebben gegeven dan zijn voorgangers. Een voorbeeld hiervan zijn de maatregelen om langdurig werklozen en gedeeltelijk arbeidsongeschikten weer aan het werk te krijgen, zoals de banenplannen van minister Melkert van Sociale Zaken of de korting op de belastingen en premies voor werkgevers.

Niet al deze maatregelen zijn, gegeven ook het geld dat ermee is gemoeid, even succesvol gebleken. Dat neemt niet weg dat de noodzaak van een dergelijk beleid boven elke twijfel is verheven. In de afgelopen jaren is nog eens heel duidelijk geworden hoe lastig het voor langdurig werklozen is om aan de slag te raken.

De daling van de (langdurige) werkloosheid staat in geen verhouding tot de enorme banengroei. Het volgende kabinet zal, ook met nieuwe middelen, moeten proberen deze veel te grote groep achtergestelden kennis te laten maken met de arbeidsmarkt. Dat wordt extra moeilijk omdat tegelijkertijd beleid moet worden gevoerd om ouderen langer aan het werk te houden.

Een andere duidelijk keuze die het kabinet heeft gemaakt is om de mensen met lagere inkomens extra te laten profiteren van de meevallende welvaart. Vooral ouderen met alleen AOW of een klein pensioen hebben nu duidelijk meer te besteden dan vier jaar geleden.

Deze voorkeur van paars voor grijs komt niet helemaal als een verrassing gelet op het tumult bij de laatste verkiezingen om de AOW en de opkomst van de ouderenpartijen. Maar ook inhoudelijk is de afweging te rechtvaardigen. Leven van een AOW is geen vetpot en dan is elke koopkrachtverbetering meegenomen. Met het opvijzelen van de levensstandaard van bejaarden wordt het beleid van werk, werk en nog eens werk bovendien niet gehinderd.

Het kabinet heeft niet alleen aan de huidige maar ook aan de toekomstige generatie bejaarden gedacht. De instelling van het AOW-fonds om de oplopende lasten van de vergrijzing op te vangen, is economisch gezien misschien lood om oud ijzer maar politiek een verstandige keus geweest.

***

HET MEEST ongewone aan het kabinet-Kok is echter niet af te meten aan een concrete beleidsdaad, maar vooral aan een vaag, maar voortdurend aanwezig bewustzijn van de noodzaak van meer marktwerking. Niet omdat de markt heilig is, maar omdat concurrentie een geducht middel is om verstarde (machts)verhoudingen te doorbreken en de economische groei te bevorderen. Ruimte maken voor concurrentie is ook nodig om straks, in het economisch geliberaliseerde Europa met de euro, niet onder de voet gelopen te worden.

Symbool van dit paarse marktdenken is de verruiming van de winkeltijden geworden, maar als leidend beginsel heeft het nagenoeg alle beleidsterreinen bereikt. Van sociale zekerheid tot openbaar vervoer, van telecommunicatie tot de doodgraverij.

Meer markt levert, als alles goed gaat, meer keuzevrijheid voor de consument en meer welvaart op. Maar meer markt heeft ook een prijs, bijvoorbeeld voor werkgevers die met hoge WAO-rekeningen worden geconfronteerd of voor werknemers die hun vaste werktijden kwijtraken. Die drang tot grotere flexibiliteit - 'de 24 uurs economie' - stuit soms op verzet. Dit verzet af te doen als ouderwets is erg gemakkelijk. Het is een miskenning van de maatschappelijke spanningen die de economische veranderingen kunnen oproepen.

Die spanningen kunnen oplopen naarmate de randvoorwaarden voor een goede marktwerking minder zijn vervuld. De ziektewet privatiseren zonder de onafhankelijke positie van de keuringsartsen te regelen is vragen om moeilijkheden. Het kabinet heeft bij sommige van deze grote operaties met een te grote nonchalance gehandeld. Juist bij zulke ingrijpende maatregelen, die leiden tot een drastische verandering van het aanzien van sociaal-economisch Nederland, is zorgvuldigheid vereist.

Ook in meer letterlijk opzicht is het kabinet bezig geweest het aanzien van Nederland te veranderen. Veel tijd, geld en politiek prestige is gestoken in grote projecten als de HogeSnelheidsLijn, de Betuwelijn en Schiphol. Op de valreep heeft het kabinet een in menig opzicht ontluisterend advies gekregen over de zin van dergelijke projecten.

Volgens dit advies staat het economisch nut van veel van de miljardenverslindende investeringen in de infrastructuur lang niet vast en zijn de milieuvoordelen die hiermee behaald kunnen worden nagenoeg nihil.

Het nieuwe kabinet zal waarschijnlijk miljarden beschikbaar hebben voor verbetering van de infrastructuur. Tegelijkertijd zal het de samenleving tot veel grotere inspanningen moeten aanzetten ter verbetering van het milieu, zeker als het gaat om de uitstoot van broeikasgassen. Bezinning op een radicalere aanpak van de mobiliteit en de milieuvervuiling is gewenst, nu blijkt dat met simpelweg besteden van vele miljarden de problemen niet verdwijnen.

Dit is de tweede in een serie van vijf commentaren op zaterdag over 'vier jaar paars'.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden