Paarden, pony's en Sinterklaas

SINTERKLAAS is waarschijnlijk het leukste Nederlandse feest. De aankomst van pakjesboot 5, de menigte op de kade, de verkleumde opgewonden kinderen en de camera- en geluidsmensen voor het verslag op tv....

Nederland zou Nederland niet zijn als er niet ook flink wat geld zou omgaan. De ene helft van de bevolking versiert zijn winkels, verhuurt zich als sint of Piet, de andere koopt zich arm aan cadeaus. Voor deze groep zijn er leuke nieuwe boeken.

Meer dan leuk voor kinderen vanaf een jaar of vier is het pas uitgekomen Winky en het paard van Sinterklaas, geschreven door de talentvolle Tamara Bos, die ook de prachtige liedteksten in de tv-serie Otje schreef. Winky is vijf jaar, komt uit China en heet eigenlijk Wing-Yoe. Zo noemen haar ouders haar alleen als ze boos zijn. Dat zal niet vaak nodig zijn, want Winky is lief en dapper. Haar ouders zijn bijna altijd druk bezig in het restaurant en daarom doet Winky 's avonds altijd alles zelf. Plassen, handen wassen, tandenpoetsen, haar pyjama aantrekken. Dat kan ze al lang. Als het erg druk is, heeft mamma zelfs geen tijd om een kus te komen geven. Winky gaat vaak naar de buren, ome Siem en tante Cor, die een manege runnen. Tien grote paarden en een IJslandse pony hebben ze daar. Saartje, de pony, is de kleinste en de oudste en volgens Winky de liefste.

Van haar vierjarige vriendin Maaike hoort Winky verhalen over Sinterklaas. Thuis legt ze uit dat sint komt en dat ze cadeautjes krijgt. Daar kijken haar ouders van op. Winky begrijpt het wel: in China komt Sinterklaas niet, maar in Nederland wel. Als haar geliefde pony Saartje sterft, weet Winky wat ze wil vragen aan sint: een paard voor haarzelf. Volgens vriendin Maaike is het best mogelijk een paard van sint te krijgen. Buurvrouw Cor helpt Winky haar verlanglijst naar sint op te sturen met daarop maar één ding: een getekend paard. Winky zet haar schoen, maar als ze slaapt, zet papa hem gewoon weer in de gang. Hij snapt echt niks van Sinterklaas. Winky denkt dat ze iets fout doet, aangezien ze niets heeft gekregen.

Tamara Bos heeft alle emoties rond sint in een ander perspectief geplaatst door het feest te laten zien door de ogen van een buitenlands kind. Kleine kinderen die nog niet alles snappen, kunnen niet genoeg worden voorgelezen over sint, en de iets grotere realiseren zich dat niet alle kinderen zo verwend worden als zij. Een mooi, goedgeschreven verhaal met passende tekeningen.

Kees Putman debuteert met Amerigo en claimt daarmee het eerste Sinterklaasboek voor wat oudere kinderen geschreven (en geïllustreerd) te hebben. Als je het leest, vraag je je af waarom niemand dit eerder heeft bedacht. De geschiedenis van Sint-Nicolaas, de echte, heeft zowel griezelige als magische elementen die zich uitstekend lenen voor een spannend kinderboek. Sinterklaaslegendes genoeg om uit te putten. Drie arme kinderen die honderden jaren geleden door een herbergier waren vermoord, in een houten vat gestopt en door Sint-Nicolaas weer tot leven werden gewekt. Of de heks Doña Aranéa, die zo lang ze leeft, probeert de sint tegen te werken. Putman schreef een modern verhaal, ook over drie kinderen, met verwijzingen naar de legendes. De kinderen worden echter niet bevrijd door de sint, maar proberen omgekeerd het paard van Sinterklaas te redden.

Hoofdpersoon Kim is een tienjarige, die nogal klein is voor haar leeftijd. Verder spelen haar oudere broer Mark, haar kleine broer Pieter, haar ouders en een stel inbrekers de belangrijkste rollen. Hun karakters blijven wat vlak; ze hebben per persoon ongeveer één enkele eigenschap die steeds beschreven wordt. De moeder is druk, de vader kunstzinnig, Mark onduidelijk en Pieter ondeugend op een zeer specifieke manier. De boeven lijken op Snuf en Snuitje: ze zijn niet al te slim en schelden elkaar voortdurend uit met onschuldige scheldwoorden als broekhoest, bal gehakt, dweil, of papzak.

Kim zelf is wat uitvoeriger beschreven. Op school wordt ze behoorlijk vervelend gepest en ze probeert van alles om dat te laten stoppen. Praten met haar ouders onder andere, maar daar vindt ze nauwelijks gehoor. Bij toeval is ze er getuige van dat de twee inbrekers het plan beramen om het prachtige paard van Sinterklaas te stelen. Kim besluit naar Spanje af te reizen om sint te waarschuwen. Meestal lukt het haar niet zo goed om voor zichzelf op te komen, maar des te beter gaat alles als dat belangrijke paard van sint (en daarmee het hele feest voor alle kinderen in Nederland) in gevaar is. Dan blijkt ze ineens slim, sterk en moedig te zijn. Ze beleeft echte kinderavonturen met geloofwaardige beschrijvingen van sints kasteel, met daarin een speelgoedfabriek en een paradijselijke snoephal. Kims karakter krijgt diepte en glans en ze keert na de uiteraard goede afloop als een sterkere persoon terug in haar klas.

Het taalgebruik is af en toe wat oubollig en de humor wat flauw, maar kinderen zullen daar niet over vallen. Het verhaal is spannend, lekker eenduidig qua goed en kwaad (hoewel er op het eind nog een grappig staartje aan het verhaal zit over hoe het afloopt met de boeven) en zeer beeldend beschreven. De vrij korte hoofdstukken eindigen met een cliffhanger, waardoor het prima geschikt is om voor te lezen. Ook veilig voor wat jongere kinderen (vanaf een jaar of zes) die nog geloven. De illustraties van de schrijver zelf zijn niet flitsend of modern, maar wel heel vaardig gemaakt en sprekend.

Kees Putman is filmer, en dat is te merken. Het verhaal zou een prachtige kinderfilm zijn. De humor van Pietje Bell, de sentimentaliteit van Kruimeltje, een vleugje magie van Harry Potter, gemengd tot een lekker kinderboek zonder pretenties.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden