Paard met t, geeft dat?

Niet alle mbo-studenten kunnen goed spellen of rekenen. Dat moeten ze wel en ze worden er steeds strenger op getoetst. Maar hoe hard is het nodig voor praktijkmensen?

Leerling van het Albeda College in Rotterdam. Beeld Sanne De Wilde
Leerling van het Albeda College in Rotterdam.Beeld Sanne De Wilde

De drie meisjes brengen hun tussenuur door in de kantine. Ze eten een broodje, praten over de volgende les. Alle drie volgen ze de opleiding detailhandel aan het Albeda College in Rotterdam Lombardije op niveau mbo-1. Ze zitten in hun eerste jaar, maar kijken er al naar uit om aan het werk te gaan, zegt Nebat Demirtas (19), die stage loopt bij de Zeeman. 'Ik wil werken bij de Hema, bij Blokker, als het maar een winkel is.'

Het gesprek komt op rekenen en Nederlands. 'Met Nederlands heb ik niet zoveel moeite', zegt Drita Quni (18), die Albanese ouders heeft. 'Tegen mijn ouders spreek ik altijd Nederlands. Dan praten ze vaak Albanees terug.' Rekenen is een ander verhaal. Procenten, delen: het blijft lastig, vindt ook Demirtas. 'Toen mijn zus haar opleiding op niveau 3 deed, was rekenen nog niet verplicht', zegt ze. 'Nu wel, helaas.'

Leerlingen van het Albeda College in Rotterdam. Beeld Sanne De Wilde
Leerlingen van het Albeda College in Rotterdam.Beeld Sanne De Wilde

Youssra Bolif (16) vindt rekenen eigenlijk wel leuk. 'Wij doen detailhandel, dan moet je toch kunnen rekenen? Wat als de kassa kapotgaat?'

Het niveau van rekenen en Nederlands, de 'algemeen vormende vakken', daalt al jaren. Dat werd pijnlijk duidelijk toen bleek hoe laag pabo-studenten op deze vakken scoren. Omdat een flink deel van de studenten aan pabo's en andere hbo-opleidingen is doorgestroomd vanuit het mbo, moest ook daar het niveau omhoog.

Voor scholieren en mbo-studenten zijn verschillende niveaus voor taal en rekenen vastgesteld. Iedereen met een diploma tot en met mbo-3 moet het 'burgerschapsniveau' halen, wat inhoudt dat zij bijvoorbeeld kunnen rekenen met procenten of in een tekst ironie of spreekwoorden weten te herkennen. In 2020 moet dat de norm zijn. Alle leerlingen in het voortgezet onderwijs en het mbo gaan daarom naast hun examen een reken- en taaltoets maken die bepaalt of zij op dat niveau zitten. Anders krijgen ze geen diploma. Mbo-scholen kregen tot 2014 ruim 50 miljoen euro per jaar om extra lesuren, toetsen en bijscholing van docenten te betalen.

Praktijkmensen

Tijdens een debat in de Tweede Kamer heette de toets in januari al de 'afrekentoets', maar ook binnen de schoolmuren leeft het onderwerp. Dat bleek meteen toen ik in het najaar mijn eerste bezoeken bracht aan het Albeda.

Zo vroeg bouwdocent Christiaan van Vugt zich af waarom je streng zou toetsen op taal en rekenen bij bouwstudenten op lagere niveaus. Zij hebben er immers bewust voor gekozen in de praktijk aan de slag te gaan. Ik ontmoette hem tussen de frees- en zaagmachines in de grote praktijkruimte in de Rotterdamse haven. 'Met al die culturen en talen hebben we er onze handen vol aan goede timmerlieden van de jongens te maken', zei hij.

Van Vugt vertelde over een jongen uit Eritrea, die nog niet zo lang met de opleiding bezig is. 'Hij woont vijf jaar in Nederland. Hij is hartstikke handig en bouwde in de zomer eigenhandig een nieuwe dakkapel op zijn huis. Maar het is nog maar de vraag of hij zijn vakken gaat halen. Ons doel is de jongens aan het werk te krijgen, ze in de maatschappij te krijgen. Het moeten goede uitvoerders worden.'

Economiedocent Edwin Hutting zag dat ook studenten handel en commercie ermee worstelen. 'De resultaten worden steeds beter, maar op dit moment zou ik blij zijn als 30, 40 procent van mijn studenten in een keer slaagt voor rekenen.' Vooral het tempo waarin ze de vragen moeten beantwoorden (zo'n veertig in 2 uur) maakt de toetsen voor veel van hen lastig.

Online

Guido van Eijck verkent voor Vonk de wereld van het mbo, de grote onbekende in het onderwijs. Op Twitter: @guidovaneijck. De serie is online terug te lezen op volkskrant.nl/mbo.

De rekenproeftoetsen die inmiddels op het Albeda zijn afgenomen bevestigen de zorgen: 46 procent van de studenten die de toets maakten op niveau mbo-3 zakte. Op mbo-2 was dat zelfs 75 procent. Bij sommige opleidingen ligt dat percentage nog hoger.

Met Nederlands is het beter gesteld, al ging het niveau de afgelopen jaren wel achteruit. Uit een nulmeting op het Albeda blijkt dat in het schooljaar 2010-2011 nog 83,5 procent van de studenten het vereiste niveau haalde. Dit jaar is dat nog maar 55,9 procent.

undefined

De landelijke resultaten van deze proefexamens zijn niet openbaar, maar dat beeld verschilt waarschijnlijk weinig van het Rotterdamse. Duidelijk is, schreef minister Bussemaker eind vorig jaar, dat de vastgestelde niveaus nog niet overal worden gehaald.

In hun Rotterdamse docentenkamer klappen docent Nederlands Joyce in 't Veld en rekendocent Lex Donker de laptop open. Docenten lopen het vertrek in en uit, kijken opdrachten van hun studenten na. Donker en In 't Veld zijn coördinatoren voor hun vakgebieden en hebben een powerpointpresentatie van veertig slides gemaakt om hun collega's uit te leggen hoe het er nu voorstaat. Welke toetsen moeten hun studenten doen en wanneer? Wat moeten ze nu precies halen om een diploma mee naar huis te krijgen?

undefined

'Niemand snapt het nog en er is veel onduidelijk', verzucht In 't Veld. Omdat het niveau van de studenten voorlopig ver achterblijft bij de doelstellingen, kondigde minister Bussemaker in december aan de plannen tijdelijk om te gooien. Vanaf volgend jaar kunnen mbo-4 studenten tijdelijk met een onvoldoende slagen voor rekenen. Maakt een student de toets goed genoeg voor een 4,5, dan krijgt hij een voldoende. Over vier jaar is een 5,5 nodig om te slagen. 'Zo moeten ze het niveau in stapjes gaan halen', legt in 't Veld uit.

Indien ook dat te hoog gegrepen blijkt, is er een laatste paardenmiddel om studenten over de eindstreep te trekken. Bij te slechte resultaten wordt landelijk de norm zo aangepast dat nog maar maximaal 5 procent extra studenten zakt.

Leerling van het Albeda College in Rotterdam. Beeld Sanne De Wilde
Leerling van het Albeda College in Rotterdam.Beeld Sanne De Wilde

Resultaten rekentoets

De pilot rekentoetsen werd afgelopen november en januari afgenomen. De landelijke resultaten maakt het ministerie niet openbaar, maar de cijfers op het Albeda zijn veelzeggend. Op niveau mbo-3 zakte 46 procent van de studenten, op mbo-2 zelfs 75 procent. mbo-4 studenten maken de rekentoets op een hoger niveau. Eind vorig jaar zakte 73 procent van de studenten voor de proeftoets op dit niveau. Dat is nog altijd een beter resultaat dan wat vijf Tweede-Kamerleden scoorden. Toen het Landelijk Aktie Komitee Scholieren hen in februari vroeg de rekentoets te maken, zakte de volle 100 procent.

Niveau bij binnenkomst

Je vraagt je af waarom iedereen eigenlijk zo slecht is in rekenen en taal. Volgens In 't Veld komt dat deels doordat leerlingen die van het vmbo komen vaak het vereiste niveau niet halen. 'Het niveau bij binnenkomst op het mbo is niet beter geworden.' Bovendien slaan studenten zelden nog een boek open. 'Ze maken geen leeskilometers. Terwijl je je Nederlands wel moet onderhouden, anders daalt je niveau. De woordenschat van onze studenten neemt in elk geval niet toe.'

Rekenen wordt pas sinds een paar jaar als apart vak gegeven. Tot dan leerde een economiestudent wel winstberekeningen maken of een bouwkundestudent de draagkracht van een constructie berekenen, maar daar bleef het bij.

Er is nog wel ruimte voor verbetering, vindt docent Lex Donker. Zo lopen er nog nauwelijks echte rekendocenten rond op het mbo. Donker: 'Het gaat vaak toch van 'jij hebt nog één uurtje over, kan jij geen rekenles gaan geven?' Echte continuïteit is er niet.'

Zomaar een voorbeeld uit een rekenexamen. 'In 2011 bestond de bevolking van India uit ongeveer 1,2 miljard mensen. In Nederland waren er toen ongeveer 17 miljoen mensen. Hoeveel mensen woonden er in 2011 meer in India dan in Nederland?' Of een ander: bereken 83 keer 31, zonder rekenmachine

Studenten vinden het lastig, zegt Donker. 'Ze kiezen vaak de verkeerde oplossingsstrategie. Als in een opdracht staat dat 51 procent vrouw is, dan denk ik meteen 'dan is dus 49 procent man'. Maar voor studenten is het moeilijk om die omschakeling te maken.' Helemaal problematisch zijn de contextsommen, zoals de vraag over de bevolking van India. Donker: 'Daarvoor moet je begrijpend kunnen lezen. Wie daar uitvalt, heeft meestal ook problemen met Nederlands.'

En is het allemaal nodig voor iedereen? Kan niemand zonder deze algemene vaardigheden? 'Voor mensen die echt een bepaald beroep in willen, zijn algemeen vormende vakken vrijwel waardeloos', vindt de Tilburgse hoogleraar onderwijssociologie Marc Vermeulen. 'Ik ontmoette laatst een man van de plantsoenendienst die moest omscholen naar niveau mbo-3. Hij moest brieven leren schrijven. Maar, zei hij tegen mij: 'Dat kan ik niet en dat mag ik ook helemaal niet. De plantsoenendienst heeft daar een andere afdeling voor'.'

Havo als maatstaf

Vermeulen is kritisch over de steeds grotere nadruk die binnen het mbo komt te liggen bij algemene kennis, vooral omdat daarbij de havo en het vwo de maatstaf zijn. 'Er rust een enorme havoïseringsdruk op het mbo', zegt Vermeulen. 'Ik denk dat er heel wat goede, inspirerende vakdocenten rondlopen die paard met een t schrijven. Taal is belangrijk, maar in het beroepsonderwijs gelden andere normen dan op de havo.'

Ook Joyce in 't Veld ziet dat er weinig ruimte is om af te wijken van de norm. Dat wordt versterkt doordat alle goedgekeurde studieboeken voor het hele mbo geschreven zijn.

In 't Veld: 'Het risico is dat je alleen nog maar met d'tjes en t'tjes bezig bent en dat je minder tijd besteedt aan vaardigheden voor specifieke beroepen. Hoe je bijvoorbeeld een businessplan schrijft, of een vergadering notuleert.'

Veel studenten laten de boeken het liefst helemaal links liggen. Uitleg door docenten, oefenen op computers; 'wat leer ik daar nou van?', vraagt Youssra Bolif zich af. Want, vult Drita Quni haar aan, 'je leert veel meer door het in het echt te doen'.

Nebat Demirtas besloot om die reden zelf aan de slag te gaan om haar probleem op te lossen. 'Toen ik nog op het vmbo zat, liep ik stage bij de Marskramer. Ik bleef aftrekken maar moeilijk vinden. Toen ben ik naar school gegaan en heb ik gezegd: 'ik wil het gewoon leren. Ze gaven me nepgeld mee naar huis en daar ben ik mee blijven oefenen tot ik het kon.'

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden