OZB kan anders en beter

De OZB is een steunpilaar van de lokale democratie, maar zij doet het draagkrachtbeginsel geen recht. Paul Doucet stelt een systeem voor zonder vervelende neveneffecten voor burgers en gemeenten....

De onroerende zaakbelasting (ozb) moet worden afgeschaft, zegt de VVD sinds vorig jaar, inspelend op de wijdverbreide onvrede over de ozb. Het CDA stemde daar aanvankelijk morrend mee in, maar is daarvan teruggekomen. De aanval op het systeem is met succes afgeslagen, maar zijn de problemen nu opgelost?

Want die zijn er. De waarde van huizen ligt niet objectief vast, is veranderlijk, en er moet dus regelmatig worden getaxeerd. Die taxaties kunnen weer worden aangevochten, en vaak gebeurt dat ook. Dat maakt de OZB impopulair: bij burgers die zich benadeeld voelen; bij gemeenten die veel tijd en geld kwijt zijn aan taxaties, hertaxaties en bezwaarprocedures; en bij de rechtbanken die al die procedures moeten afhandelen.

Zalm heeft dus een punt als hij daar iets aan wil doen: afschaffen, en honderd procent compenseren uit de schatkist. Helaas vindt hij het nodig om deze systeemverandering als lastenverlichting aan de man te brengen.

Er zijn nog meer problemen met de OZB. Voor de burger zijn ze niet altijd zichtbaar maar ze hebben wel ingrijpende gevolgen. De waarde van de woningen, die regionaal verschilt, werkt door in de de bekostiging van de gemeenten door het rijk. Ook in de ruimtelijke ordening werkt de OZB door. Gemeenten die door de rijksoverheid worden aangezet een terughoudend bouwbeleid te voeren, krijgen te maken met woningschaarste, dus hoge prijzen en dus een lage rijksuitkering. Daardoor zijn tal van gemeenten in grote financiële problemen geraakt.

Ironisch genoeg berust juist de meest gehoorde klacht over de OZB - dat ze hoger en hoger wordt als gevolg van de oplopende huizenprijzen - op een misvatting. De waarde van de huizen dient louter als verdeelsleutel om het op te brengen bedrag om te slaan over de bewoners; als alle huizenprijzen in de gemeente zouden verdubbelen, heeft dat voor de OZB geen enkel gevolg. Dat misverstand is wijdverbreid; onder burgers maar ook in de media en zelfs bij gemeenteraadsleden. Voor gemeentebestuurders is dat onbegrip ook wel comfortabel. Willen ze de OZB verhogen, dan kunnen ze dat wijten aan de gestegen huizenprijzen. Waarom de OZB dan niet afgeschaft?

De OZB is het middel bij uitstek dat gemeenten enige financiële zelfbeschikking geeft. Afschaffing zou hun financiële armslag drastisch verminderen en zo de lokale democratie grotendeels om zeep helpen. Afschaffen of handhaven, dat lijkt een vraag naar het minste van twee kwaden. Maar is dat wel het dilemma?

De OZB werd destijds opgezet met een duidelijk doel: een lokale belasting waarmee gemeenten eigen beleid konden voeren. Naast hun voorgeschreven taken (waarvoor het rijk het geld verschaft: de uitkering uit het gemeentefonds) moesten gemeenten zelf, en op eigen kosten, kunnen kiezen voor een sober of een uitbundig voorzieningenniveau. Uitgangspunt daarbij was - de wetgever formuleerde het met zoveel woorden - dat zo'n lokale belasting moest worden geheven naar draagkracht. De algemeen aanvaarde maatstaf voor iemands draagkracht is zijn belastbaar inkomen. Voor het vaststellen daarvan waren gemeenten onvoldoende toegerust en daarom werd gekozen voor een grovere maar simpeler heffings-grondslag: de waarde van onroerend goed. Als maatstaf voor draagkracht gebrekkig, maar tenminste uitvoerbaar.

Gezien vanuit de bedoeling is de OZB dus een tweedekeus-oplossing. Sinds de invoering van de OZB zijn de tijden veranderd. Het gebruik van ICT en grote databases maken het tegenwoordig wèl mogelijk het draagkrachtbeginsel toe te passen, en wel door gebruik te maken van gegevens van de rijksbelastingen. Dat kan als de gemeenteraad jaarlijks besluit hoeveel belasting ze van de burgers gaat heffen (het totale bedrag, zoals nu de OZB). Daarna gaat er een briefje naar Apeldoorn, met het verzoek de aanslagen te berekenen. Het bedrag wordt daar omgeslagen over de ingezetenen naar rato van hun belastbaar inkomen (een paar minuten rekenwerk), en er komt een lijst van berekende aanslagen retour. De gemeente betaalt voor die dienst een bescheiden vergoeding, stelt de aanslagen op, en draagt verder zelf zorg voor de inning.

Een dergelijk systeem heeft de kenmerken van een win-win-oplossing. Het is simpel, en bespaart veel werk, kosten, en bureaucratie. De waardevolle autonomie van de gemeenten blijft intact. Bovendien: het is een echte verbetering ten opzichte van de OZB, omdat het de burgers belast naar draagkracht, zoals altijd de bedoeling is geweest. Vervelende neveneffecten op de rijksuitkering verdwijnen. De druk op de rechtbanken zal niet helemaal wegvallen (de taxaties dienen ook voor de inkomstenbelasting) maar wel sterk afnemen; want meestal is de OZB de steen des aanstoots.

Een eigen gemeentelijke belasting is een van de pijlers van de lokale democratie. De problemen rond de OZB verdienen een betere behandeling dan ze nu krijgen in de verkiezingsstrijd. Welles-nietes, hard kraaien, en het verstand op nul. Met een beetje onthaning, heren, zouden we een heel eind verder komen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.