Oxford-Cambridge als ultieme jongensdroom

Gerritjan Eggenkamp is op 30 maart de eerste Nederlander in de geschiedenis die deelneemt aan de befaamde roeiwedstrijd tussen de studententeams van Oxford en Cambridge op de Theems in Londen....

GERRITJAN Eggenkamp is niet op de beroemde universiteit van Oxford toegelaten omdat hij zo goed kon roeien. Tijdens zijn toelatingsgesprek verzweeg de Nederlander dit talent zelfs.

'Je wordt geacht je aan de studie te wijden. Als je roeit is dat eerder een nadeel dan een pre', zegt hij nu. 'Met alleen een atletisch lichaam kom je hier niet de poort binnen.' Het toelatingsexamen was vooral een intellectuele uitdaging. 'Ik moest opstellen schrijven, een examen Engels doen, een IQ-test afleggen en allerlei referentiebrieven overleggen.'

Eggenkamp (26) is de allereerste Nederlander die aan de befaamde roeiwedstrijd tussen Oxford en Cambridge meedoet. Op 30 maart zal hij in de boot van Oxford aan stuurboord roeien. Met een lengte van 1,96 meter is hij een van de grotere roeiers in de boot; Big G. wordt hij genoemd. 'G vooral omdat ze mijn naam moeilijk kunnen uitspreken.' Hij is niet de enige buitenlander. Naast de Nederlander roeien ook twee Amerikanen in de boot mee. Cambridge telt zelfs vier buitenlanders: een Amerikaan, twee Australiërs en een Duitser.

De historische roeiwedstrijd - een van de oudste sporttradities ter wereld - is een professioneel topevenement dat zwaar wordt gesponsord, langs de kant door 350 duizend toeschouwers wordt bekeken en op de televisie door 400 miljoen mensen wordt gevolgd. Formeel moeten alle deelnemers full-time studeren op een van de beide universiteiten, maar dat belet geen van de teams uitsluitend toproeiers op te stellen.

Ondanks de zware studie staat het niet ter discussie waar de prioriteit ligt: Gerritjan Eggenkamp besteedt sinds begin dit jaar vijftig uur per week aan roeien. 'En daar reken ik de rusttijden niet bij.' Voor zijn studie resteert nog 25 uur per week. 'En dat is een optimistische inschatting.'

Maar de studie in Oxford is niet uitsluitend een excuus om een keer aan de beroemdste roeiwedstrijd ter wereld mee te kunnen doen. De Amsterdammer wil aan het Britse avontuur ook graag een diploma overhouden. Na de wedstrijd tegen Cambridge zal hij zich daarom iets meer op zijn eenjarige Master of Science (ingenieurs-) opleiding gaan richten. Hij blijft zeker nog tot juli in Oxford en zal daarom niet kunnen deelnemen aan de selectiewedstrijden voor de WK.

De voornaamste drijfveer om in Oxford te gaan studeren was echter de deelname aan de roeiwedstrijd tegen Cambridge, zo bekent hij eerlijk. 'Het is bijna letterlijk een jongensdroom. Sinds ik als vijftienjarige het boek True Blue heb gelezen, wilde ik die race altijd een keer roeien. En nu is het bijna zover.'

True Blue is het inmiddels verfilmde verhaal over een Amerikaanse muiterij in het team van Oxford. Een aantal Amerikaanse roeiers boycotte de race in 1978, nadat een van hun landgenoten plaats moest maken voor de Britse voorzitter van de roeiclub. Oxford won uiteindelijk alsnog.

Het hoort tot de vele beroemde legendes van deze race die in 1829 begon toen de schoolvrienden Charles Wordsworth (Oxford) en Charles Merival (Cambridge) besloten een onderlinge krachtmeting te organiseren. Als tenue werd blauw gekozen: lichtblauw voor Cambridge en donkerblauw voor Oxford. Sinds de eerste krachtmeting heeft de race 147 keer keer plaatsgevonden: Cambridge won 77 maal, Oxford 69 maal.

Iedere Londenaar heeft zijn eigen legende over de race. Een toeschouwer bij de training zegt nog gesproken te hebben met een stokoude roeier die aan de race van 1914 had deelgenomen: 'Drie jaar later was hij de enige overlevende van de deelnemers van dat jaar. De rest was in de Franse loopgraven gestorven.'

Er zijn meer beroemde verhalen: over de keer (1912) dat beide boten zonken, over de enige keer (1877) dat de race onbeslist eindigde en over de race van vorig jaar toen de boten in elkaars vaarwater terecht kwamen, een van de roeiers van Cambridge een spaan uit handen werd geslagen op het moment dat Oxford voorlag, er opnieuw gestart moest worden en Cambridge overtuigend won.

Eggenkamp leest ze graag. True Blue ligt weer op zijn nachtkastje. 'Als je er hier mee bezig bent, dan besef je pas welk een enorm evenement het is. Iedere krant en ieder televisiestation wil mij interviewen. Dat gebeurde zelfs voor de Olympische Spelen niet.'

Dat Eggenkamp de allereerste Nederlander is die meedoet aan de roeiwedstrijd vindt hij eigenlijk vreemd. 'Nederland is een roeiland en ligt hier toch dichtbij. Misschien heeft het te maken met het feit dat de universiteiten zo verschillend zijn. In Nederland geef je je eenvoudig voor een universiteit op, hier heb je die zware toelatingsprocedures.' Daarnaast is de sfeer op de universiteit totaal anders. Oxford is nog altijd een bolwerk van Engelse traditie. Eggenkamp is bijvoorbeeld verplicht de maaltijden op zijn Keble College te nuttigen in toga.

Eggenkamp studeerde informatica in Delft en was daar lid van Proteus. Nadat hij cum-laude was afgestudeerd, vertrok hij naar Amsterdam, waar hij trainde bij Nereus en bij de nationale selectie op de Bosbaan.

Als roeier deed hij aan verschillende WK's mee en won hij twee keer de skiffhead op de Amstel. Maar er waren ook teleurstellingen: zo werd hij in 1999 uit de dubbel vier gezet en was hij lid van de Holland Acht die tijdens de Olympische Spelen in Sydney de verwachtingen niet kon waarmaken. Hij beschouwt deelname aan Oxford-Cambridge niet als therapie voor die teleurstellingen. 'Als sportman blijft deelname aan de Spelen het hoogst bereikbare, maar als mens denk ik dat deelname aan de boatrace de mooiste ervaring is.'

Roeitechnisch is de wedstrijd enig in zijn soort. 'In een normale race gaat het erom je krachten over een afstand van twee kilometer zo goed mogelijk te verdelen. De wedstrijd gaat echter over zesenhalve kilometer. Tactiek speelt een veel belangrijkere rol. Je moet voluit van start gaan, omdat het erg moeilijk is het andere team in te halen. De eerste kan op de bochtige Theems niet alleen de kortste route nemen, maar ook het beste water uitkiezen. Het is nog nooit gebeurd dat een boot die een hele lengte achter lag alsnog won.'

De voorbereiding is echter weinig anders dan die voor een roeiwedstrijd op WK of Spelen. 'Oxford kent een grote roeitraditie. De universiteit bestaat uit een hele reeks van colleges die allemaal hun eigen 'achten' hebben.'

Ondanks zijn ervaring en staat van dienst moest Eggenkamp een loodzware selectieprocedure doormaken. In september werden veertig kandidaten geselecteerd. Dat aantal moest worden gereduceerd tot acht. In Oxford is zijn leven mogelijk nog Spartaanser geweest dan in Delft. De training begon elke morgen om zeven uur met ruim anderhalf uur uitputtende circuitjes en daarna moest het winderige en koude Britse weer worden getrotseerd voor een traning op het water. In het natte voorjaar was de stroming op de Theems soms zo sterk dat een boot met zes roeiers onder bruggen soms volkomen stil kwam te liggen.

Eggenkamp prijst echter de professionele aanpak: 'Menige nationale roeibond kan er een voorbeeld aan nemen. Tweemaal per week zijn er op de ochtendtraining een fysiotherapeut en een arts. Twee keer per week wordt bloed geprikt en vindt er een urinetest plaats. Er zijn vier coaches, er is een eigen trainingsruimte met eigen gewichten en 25 ergometers.'

Hoewel hij na de race van 30 maart even wil uitrusten, ziet hij de race niet als het einde van zijn roeicarrière. Hij wil nog zeker een medaille veroveren op de Olympische Spelen. 'Ik wil de volgende keer graag in een goede Nederlandse boot zitten met mensen die er echt voor willen gaan. Op dit moment is er met de vier zonder al zo'n boot. Of dat ook de vier zonder wordt - of misschien de dubbel vier of misschien zelfs de acht - moeten we afwachten.'

Vooralsnog wil hij zich concentreren op de race van zijn leven. Sinds begin maart heeft het team van Oxford de studentenstad ingeruild voor een woning aan de Theems in Londen. Met argusogen zien de teams elkaar elke dag voorbijtrekken. 'Er is een gezonde rivaliteit. Iedereen kent elkaar. De neef van mijn teamgenoot Andrew Dunn roeit voor het team van Cambridge en mijn Amerikaanse ploeggenoot Luke McGee zal het opnemen tegen Sam Brooks, met wie hij vorig jaar nog in de Amerikaanse acht roeide.'

Volgens roeideskundigen zijn de teams aan elkaar gewaagd en wordt het een van de spannendste races van de afgelopen jaren. Oxford snakt naar een revanche en Eggenkamp hoopt dat het zal lukken: 'Hoe prachtig het allemaal geweest is; ik denk dat de nabelevening toch een stuk mooier zal zijn als we eerste worden.' Mocht het niet lukken, dan sluit hij niet uit volgend jaar nog een kans te wagen. 'Ik doe een eenjarige studie, maar ik kan hier nog altijd proberen te promoveren.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden