Overwinning van Taliban is zorg voor hele regio

Afghanistan is sinds het vertrek van de Sovjet-troepen in 1988 het toneel van een machtsstrijd die de fundamentalistische Taliban nu lijken te winnen....

DE streng-islamitische Taliban lijkt onstuitbaar in haar opmars in Afghanistan. In vier jaar tijd heeft de Taliban de macht weten te veroveren. Eigenlijk tot ieders verrassing. Door de recente overwinningen in het noorden, zijn de troepen van voormalig president Rabbani letterlijk in de hoek gedrukt.

Nu de overwinning onafwendbaar is, roeren de buurlanden van Afghanistan zich openlijker dan ooit. De beschuldigingen die over en weer worden geuit, illustreren dat het Afghaanse conflict grotere regionale gevolgen heeft dan vaak wordt gedacht.

Pakistan speelt een belangrijke rol in het Afghaanse conflict, al sinds de invasie van de Sovjet-Unie in 1979. Uit angst dat het Rode Leger zou doorstoten naar Pakistan, koos Islamabad ervoor het Afghaanse verzet te steunen. Pakistan werd geconfronteerd met miljoenen vluchtelingen en werd ook de thuisbasis van het verzet.

Na het vertrek van het Sovjet-leger, tien jaar later, raakte het verzet verzeild in een bloedige machtsstrijd. Pakistan koos 'ongelukkig' partij voor de machtsbeluste fundamentalist Hekmatyar die later verantwoordelijk werd gehouden voor de vernietiging van Kabul. Pakistan's keuzes worden ingegeven door haar regionale aspiraties. Afghanistan is een goede mogelijkheid haar regionale machtsbasis te vergroten, om zo een tegenwicht te kunnen bieden tegen aartsvijand India.

De Taliban verscheen in 1994 op het strijdtoneel, vanuit Pakistan. Zij wilde een eind maken aan de chaos, het machtsmisbruik en het onzedelijk gedrag. Het doel van de Taliban is een pure islamitische samenleving, het middel de militaire strijd of geld.

Het leger van de Taliban bestaat grotendeels uit leerlingen van de koranscholen in Pakistan. Veelal hebben deze kinderen van Afghaanse vluchtelingen zich spontaan en massaal aangesloten bij de 'heilige strijd van de onoverwinnelijke Taliban'. De aantrekkingskracht van de Taliban is dermate groot dat ook grote aantallen Pakistaanse leerlingen zich vrijwillig aansloten, ook nu weer.

De militaire successen kunnen echter niet verklaard worden uit de ideologische motivatie van deze koran-studenten. De Taliban gebruikt geavanceerde wapens en zeer moderne communicatie-middelen. De geestelijke leiders van de Taliban kregen ook steun uit een onverwachte hoek. Een deel van het kader van het voormalige Afghaanse leger, dat ook naar Pakistan was gevlucht, sloot zich aan.

In militair-strategisch opzicht betekende dit een belangrijke versterking. Bovendien is er geld genoeg. Naast de financiële steun van gelijkgezinde (soennitische) landen zoals Pakistan, Saudi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten, is er nog de opium-handel. Afghanistan is na Birma de grootste opium-producent ter wereld.

Religie en etniciteit spelen in het conflict een veel grotere rol dan vaak wordt gedacht. De Taliban zijn etnisch gezien Pasthuns, een volk dat zowel in Afghanistan als Pakistan leeft en lange tijd niet aan de macht is geweest. De Taliban zijn aanhangers van de soennitische richting in de islam.

Voor Saudi-Arabië is dit feit alleen al voldoende om steun te verlenen, omdat ze bevreesd is dat haar dominante positie binnen de soennitische islam verder wordt aangetast door de shi'ieten. Hierin ligt tevens ook de reden waarom Iran, de thuishaven van de shi'ieten, fel gekant is tegen de Taliban.

Het doel van de Taliban is een zuivere islamitische samenleving. Zodra een gebied binnen haar macht valt, worden een groot aantal verboden ingesteld. Zo is het vrouwen verboden te werken, en zijn de scholen voor meisjes gesloten. De vrouw moet leven in afzondering (purdah) en geheel bedekt zijn, afgezien van een gaasje voor de ogen (burqa). Deelname aan het openbare leven is alleen toegestaan als de vrouw wordt begeleid door een mannelijk familielid. Mannen moeten een 'islamitische baard' laten staan.

Een groot aantal andere zaken zijn verboden, zoals muziek, televisie, fotografie etc. Het islamitische strafrecht (de sharia) is ingevoerd, waardoor straffen als zweepslagen, amputaties en steniging weer aan de orde van de dag zijn.

Het is vooral de liberale stedelijke bevolking die moeite heeft met deze ouderwetse (dorps)normen. Het verzet van Afghanen tegen deze maatregelen concentreert zich dan ook vooral in steden als Kabul, Herat en Mazar-I-Sharif. Op het platteland is het verzet veel minder, aangezien de traditionele levenswijze redelijk goed aansluit bij de Taliban-ideologie.

Het is dan ook in de steden waar de Taliban probeert toe te zien op de handhaving van de islamitische voorschriften. De Taliban slaagt hier echter in beperkte mate in. Ze is vooral een militaire beweging. De organisatiegraad en de bestuurlijke capaciteit van de Taliban is volstrekt onvoldoende om een functionerend openbaar bestuur in te stellen.

Westerse landen hebben vol afgrijzen gereageerd op deze maatregelen. De pogingen om de positie van vrouwen en meisjes met de Taliban te bespreken zijn hopeloos mislukt.

De Taliban wilde internationale erkenning krijgen voor haar machtspositie in Afghanistan, terwijl de Westerse landen eerst de positie van vrouwen verbeterd wilden zien. Zo is een impasse van formaat aan het ontstaan.

De Verenigde Naties zijn tot nu toe ook niet bij machte een rol van betekenis te spelen. Bemiddelingspogingen van de VN zijn in de jaren negentig vaak hopeloos mislukt, waardoor Afghanistan al als het kerkhof van de VN-bemiddeling wordt aangeduid. Deels is dit ook een gevolg van onbegrijpelijke beslissingen.

Zo gaf de VN vier jaar lang bescherming aan de laatste communistische president Nadjibullah. Hoe kan een organisatie die opkomt voor de rechten van de mens, de 'grootste beul van Afghanistan' vier jaar lang huisvesten, en te eten geven? Toen de Taliban in 1996 Kabul innam, werd het VN-gebouw aangevallen en werd Nadjibullah opgehangen aan een lantaarnpaal. De internationale verontwaardiging die hierop volgde, werd eigenlijk door geen enkele Afghaan begrepen.

Toch is het cruciaal dat de internationale gemeenschap zich in politieke zin met het conflict gaat bemoeien. Rusland, en Oezbekistan, Tadjikistan, hebben hun legers in de hoogste staat van paraatheid gebracht. De grenzen worden versterkt uit angst voor een opstand onder de moslims in hun eigen land. Bovendien zal de verleiding moeilijk te weerstaan zijn om het verzet een extra militaire impuls te geven, waardoor het conflict mogelijk weer opnieuw escaleert.

Iran vreest voor het lot van een grote minderheid in Afghanistan, de Hazara, waarmee het een etnische- en taalverwantschap heeft. Deze minderheid spreekt Dari, een variant van het Farsi. Iran huisvest bovendien nog ruim een miljoen Afghaanse vluchtelingen, allen Hazara. Pakistan heeft regionale aspiraties, maar is tegelijkertijd bevreesd dat haar bevolking in opstand komt. In het grensgebied wonen veel Pashtuns die etnisch gezien verwant zijn aan de Taliban.

Om deze wirwar van belangen en angsten in goede banen leiden is politiek overleg vereist. Juist nu is het moment aangebroken voor nieuwe politieke initiatieven. Hier ligt een grote kans voor de Europese Unie. Als de landen van de EU een initiatief nemen en alle partijen aan de tafel krijgen, kan wellicht voorkomen worden dat het conflict verder escaleert. De regionale instabiliteit vraagt om een snelle politieke reactie.

Frank Bluiminck is werkzaam bij de Stichting voor Vluchteling-Studenten UAF.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden