Reportage

Oversteken IJssel moest een brug te ver worden voor Sovjet-leger

De IJssel was aan het begin van de Koude Oorlog het beoogde front om een mogelijke invasie van de Sovjet-Unie te stoppen. Bij het Overijssels Olst zijn dit weekeinde restanten van de IJssellinie opengesteld. ‘Een volledig zelf gecreëerde binnenzee van aaneengesloten watermassa was ongekend.’

Pieter Hotse Smit
De IJssellinie in Olst bestond uit 750 kleine en grote waterwerken om de IJssel te kunnen omvormen tot een heus watergordijn. Beeld Harry Cock / de Volkskrant
De IJssellinie in Olst bestond uit 750 kleine en grote waterwerken om de IJssel te kunnen omvormen tot een heus watergordijn.Beeld Harry Cock / de Volkskrant

Bij het zien van de IJssel in de zomer van 1949 was de Britse veldmaarschalk Bernard Montgomery niet bepaald onder de indruk. ‘Daar kan ik overheen springen’, zou hij spottend hebben gezegd. De hoogst onderscheiden generaal uit Groot-Brittannië, die later topman bij de Navo zou worden, was op inspectie in Nederland om te beoordelen welke waterweg kon worden gebruikt om het Sovjet-leger te stuiten. Voor het geval de Koude Oorlog tot een kookpunt zou komen en Stalin het idee zou opvatten om West-Europa over land binnen te vallen.

De IJssel voldeed in de ogen van de Brit duidelijk niet als potentiële barrière voor het Rode Leger. Maar Montgomery had buiten de Nederlandse waterbouwkundigen uit Delft gerekend. Hierdoor zou de in het diepste geheim opgetuigde IJssellinie aan het begin van de Koude Oorlog verworden tot dé cruciale verdedigingslinie om Stalins grondtroepen weg te houden uit Amsterdam, Brussel, Parijs en Londen.

In de hospitaalbunker. Beeld Harry Cock / de Volkskrant
In de hospitaalbunker.Beeld Harry Cock / de Volkskrant

Russische dreiging

De hernieuwde Russische dreiging dezer dagen is een goed moment om het relatief onbekende verhaal over de IJssel als verdedigingsgrens weer eens op te halen, vinden ze bij Stichting IJssellinie. Dit weekeinde stellen zij op landgoed De Haere bij Olst – aan de IJssel, tussen Deventer en Zwolle – de in oude staat herstelde bunkers open. Bij het Overijsselse dorp stond een van de belangrijke stuwen in het verdedigingssysteem, met bijbehorende gevechtsopstellingen, een commandobunker en andere militaire voorzieningen.

Door een stuw in de Waal bij Nijmegen en een in de Nederrijn bij Arnhem zou al het Rijnwater vanuit Duitsland naar de IJssel stromen, die daarmee een breedte van 5 tot 10 kilometer moest krijgen en de overstroomde delen een diepte van ongeveer 40 centimeter. Kniehoogte, zodat zwaar bepakte soldaten er te voet niet door konden komen, maar ook boten en voertuigen vast zouden komen te zitten. De stuw bij Olst moest voorkomen dat het water te snel zou wegvloeien naar het IJsselmeer.

Jacques Duivenvoorden, voorzitter van Stichting IJssellinie, sluit de hospitaalbunker af.  Beeld Harry Cock/de Volkskrant
Jacques Duivenvoorden, voorzitter van Stichting IJssellinie, sluit de hospitaalbunker af.Beeld Harry Cock/de Volkskrant

‘Water op deze manier gebruiken als verdediging was wereldwijd uniek’, zegt Jacques Duivenvoorden, voorzitter van de stichting. ‘We kennen in Nederland de Nieuwe- en Hollandse Waterlinie, de Stelling van Amsterdam en de Grebbelinie, maar dat zijn alleen fortificaties omringd door water. Een volledig zelf gecreëerde binnenzee van aaneengesloten watermassa was ongekend.’

Watergordijn

Na een tweede bezoek van Montgomery bij hoger water, waarbij de volgestroomde IJssel-uiterwaarden hem al geruster stelde, was het systeem drie jaar later, in 1953, gereed en klaar voor gebruik: 750 kleine en grote waterwerken om de IJssel te kunnen omvormen tot een heus watergordijn. Opgetrokken door in het IJssellandschap 85 zogenoemde kommen, met eromheen (defensie)dijken, te laten vollopen. Binnen vijf tot tien dagen in stelling te brengen, de geschatte tijd die het Rode Leger nodig zou hebben om Nederland te bereiken vanaf het IJzeren Gordijn.

null Beeld

‘Kijk, je loopt er zo aan voorbij’, zegt Duivenvoorden, naast voorzitter van Stichting IJssellinie dit weekeinde ook een van de dertig gidsen tijdens de Open Bunkerdagen in Olst. Lopend over een van de defensiedijken wijst hij op een groene constructie met slinger, lier en een staalkabel die in de dijk verdwijnt. ‘Hiermee kon een schot opgehesen worden om het water vanuit kom Deventer door te laten stromen naar kom Salland. Zo simpel, maar in zijn totaliteit extreem ingenieus.’

Behalve premier Willem Drees, de Defensietop en de ontwerpers wist in Nederland bijna niemand van het project. Om de IJssellinie geheim te houden en gesmoes in de omgeving te voorkomen, werd de bouw van bunkers en waterwerken niet door lokale werknemers gedaan, maar door bouwvakkers uit het westen van het land. Ook zij mochten niet te veel weten en werden gedurende een klus steeds vervangen door andere arbeiders. ‘Weinigen stelden ook vragen in die tijd’, zegt Duivenvoorden. ‘Iedereen was na de oorlog bezig met zijn eigen hachje. En destijds was het bouwen van militaire voorzieningen ook niet zo bijzonder.’

In de commandobunker.  Beeld Harry Cock / de Volkskrant
In de commandobunker.Beeld Harry Cock / de Volkskrant

Geheimhouding

Zelfs burgemeesters langs de route wisten niet precies waar al die bedrijvigheid langs de IJssel voor was. Maar ze wisten wel allemaal van een envelop in hun kluis. Open te maken wanneer het ‘signaal wandelstok’ werd gegeven, codetaal voor het in stelling brengen van de IJssellinie.

De opdrachten in de enveloppen waren niet gering geweest. Hele dorpen en stadskernen zouden onder water lopen en binnen de vijf tot tien dagen zouden 400 duizend inwoners en 80 duizend veehouderijdieren in veiligheid moeten worden gebracht. Maar zover kwam het dus niet. Al scheelde het weinig, die twee keer dat troepen langs de IJssellinie werden gemobiliseerd, tijdens de Hongaarse opstand in 1956 en de Cubacrisis in 1963, toen als eerste stap de Afsluitdijk werd dichtgezet om het water in het IJsselmeer vast op te stuwen.

Een jaar na de Cubacrisis leek het gevaar geweken en werd de IJssellinie in 1964 buiten functie gesteld. Duitsland mocht zich vanaf medio jaren vijftig weer bewapenen, waarmee de verdedigingsgrens voor West-Europa langzaam opschoof richting de grens tussen Oost- en West-Duitsland. De geheimhouding rond de IJssellinie werd pas het jaar na de val van de muur opgeheven. En de Sovjet-leiding? Die wist door spionage meer van de IJssellinie dan omwonenden. ‘Hier’, wijst Duivenvoorden op een landkaart in de commandobunker. ‘Tot in detail hebben ze het gebied destijds in kaart gebracht.’

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden