Overspel, stalking of een werknemer die onterecht thuis zit? Waar de politie verzaakt, duikt de privédetective op

De politie heeft de laatste jaren flink moeten beknibbelen op capaciteit. Er is daardoor nauwelijks tijd voor kleine’ criminaliteit. Niet gek dus dat wanhopige particulieren steeds vaker een privédetective inhuren.

Privédetective Tom Heijm bij zijn kantoor in Haarlemmermeer. Credits: Guus Dubbelman / de Volkskrant

Aan de muur van het bescheiden kantoor van Tom Heijm (57) hangt een kleurrijk schilderij waarop de privédetective treffend staat afgebeeld met twee lege koffertjes. Een aandenken van ‘Bjorn’, die voor 11.500 euro aan gestolen fotoapparatuur achterover drukte. Heijm traceerde hem op verzoek van de winkel die de apparatuur verhuurde. ‘Mooi is de waarheid’, heeft Bjorn er als wijze van bedankje boven geschreven. ‘De waarheid is niet altijd mooi.’

Heijm kwam er via een kopie van Bjorns ID-kaart achter dat hij in Zuid-Limburg woonde. Maar na een lange rit stond de privédetective voor een dichte deur. Gelukkig deed even verderop de broer van de verdachte wel open. Met de nodige overredingskracht, die Heijm naar eigen zeggen heeft opgedaan in de achttien jaar dat hij voor de politie werkte, wist hij de verdachte via deze broer te overtuigen contact met hem op te nemen.

Bjorn had gewetenswroeging gekregen en gaf meteen toe dat hij de apparatuur had verkocht. En hij had meer op zijn geweten. ‘Bleek-ie een gehuurde grasmaaier nooit te hebben teruggebracht, met valse aangifte van straatroof nog meer fotomateriaal te hebben witgewassen en ga zo maar door. Bij 22 misdrijven ben ik gestopt met tellen.’ De zaak – zó’n ordner, gebaart Heijm met zijn handen - wordt overgedragen aan een oud-collega van de politie. Daarmee is voor hem de kous af. Het werk van een particulier rechercheur (zoals een privédetective officieel heet) stopt namelijk op het moment dat er aangifte wordt gedaan. De politie en mogelijk een rechter zorgen voor de verdere afhandeling.

Bjorn stemde in met het initiatief van Heijm om de zaak met verduisterde fotoapparatuur in scène te zetten.

Stijgende lijn
Heijm is een van de bijna vijfhonderd particuliere rechercheurs die in Nederland werkzaam zijn. Al jaren is er een stijgende lijn in het aantal zaken dat door particuliere rechercheurs wordt behandeld. Omdat de politie al jaren flink moet beknibbelen op capaciteit is er nauwelijks tijd om te investeren in ‘kleine’ criminaliteit, zoals stalkingszaken, kastekorten en diefstallen. Het zijn juist dit soort zaken die bij particuliere recherchebureaus terechtkomen. Maar ook als iemand vermoedt dat zijn of haar partner vreemdgaat of onterecht alimentatie opstrijkt, kan een particulier rechercheur uitkomst bieden. Er moet weliswaar worden betaald voor de diensten, maar de klant krijgt hier een snelle afhandeling voor terug.

Voor grote bedrijven is er nog een voordeel: een conflict kan door de particuliere recherche zonder al te veel ruchtbaarheid worden afgehandeld. ‘Als hele afdelingen moeten sluiten omdat er iets is voorgevallen, dan wil je dat liever niet in de krant hebben’, zegt Martijn van de Beek, directeur van Hoffmann, met bijna honderd medewerkers en 1.100 onderzoeken per jaar marktleider op dit gebied. ‘Je wil niet jarenlang uitleggen dat bepaalde boegbeelden de boel geflest hebben.’

Gevaar voor de rechtsorde
De opmars van het commerciële recherchebureau heeft ook een schaduwzijde. Critici spreken van ‘een gevaar voor de rechtsorde’; waar de bevoegdheden van agenten wettelijk tot op de laatste komma zijn vastgelegd, kent het werk van de particuliere opsporing een vrijer karakter. Iedereen die een cursus van ongeveer een half jaar heeft gedaan en na screening een vergunning (dezelfde als voor beveiligers) van het ministerie van Justitie heeft gekregen, kan aan de slag.

Een particulier rechercheur mag niet aan opsporing doen. Wel kan hij informatie vergaren die als bewijslast kan dienen bij het doen van aangifte of in een rechtszaak. ‘Dan kom je al snel in een schemergebied terecht waarin behoorlijk veel ruimte is’, stelt emeritus hoogleraar criminologie en strafrecht Cyrille Fijnaut. ‘In de wet wordt namelijk nergens bepaald hoe ver een particulier opsporingsbureau mag gaan in het vergaren van belastend bewijs.’

In de richtlijnen die zijn opgesteld door de branchevereniging staat onder meer hoe particuliere rechercheurs een verhoor moeten afnemen en hoe de privacy kan worden gewaarborgd tijdens het verzamelen van informatie. Maar deze vorm van zelfregulering is ‘boterzacht’, zegt Sven Brinkhoff, universitair docent strafrecht aan de Radboud Universiteit. ‘Bureaus kunnen vrijelijk hun gang gaan. De politie is wettelijk verplicht toezicht te houden op deze sector, maar in de praktijk gebeurt dit nauwelijks. Daar is geen capaciteit voor.’

Volgens Brinkhoff komt het steeds vaker voor dat de politie zelf geen onderzoek meer doet en puur vaart op het onderzoek van een particuliere rechercheur. De laatste zal eerder geneigd zijn de grenzen van het toelaatbare op te zoeken, denkt Brinkhoff. ‘Zijn motief is anders. Waar de politie aan waarheidsvinding doet, heeft een particulier rechercheur een commercieel belang. Hij wordt betaald door de klant.’

De rechtbank in Zutphen oordeelde in 2012 dat een particuliere rechercheur te ver was gegaan in zijn poging alimentatiefraude aan te tonen. Hij plaatste een aantal maanden lang verborgen camera’s in het appartementencomplex waar de vrouw was ingetrokken bij haar nieuwe vriend, huurde een appartement in datzelfde complex en plaatste een gps-tracker onder haar auto. De rechercheur kreeg een boete, maar het verzamelde bewijs werd door de rechtbank wél in behandeling genomen.

Hoewel de rechtbank onrechtmatig verkregen bewijs kan weigeren, gebeurt dit zelden, stelt Cyrille Fijnaut. Bij een agent is dit een ander verhaal. ‘Als hij de wet overtreedt, dan wordt het bewijs, en alles wat daaruit volgt, vernietigd. Het OM kan een zaak zelfs ontvankelijk verklaren.’ Fijnaut pleit voor meer regulering en beter toezicht op particuliere rechercheurs. ‘Leg vast dat ze niemand mogen volgen, dat ze geen post mogen onderscheppen en geen camera’s in de openbare ruimte mogen plaatsen. Nu is het aan particuliere rechercheurs zelf om de inschatting te maken hoe ver ze mogen gaan.’

Dubieuze belangen
Volgens Martijn van de Beek doet Hoffmann net als de politie aan waarheidsvinding. ‘We weigeren 30 procent van de zaken omdat de belangen van de opdrachtgever zo dubieus zijn dat het objectief onderzoek in de weg staat.’ Als voorbeeld noemt hij een werkgever die aanstuurt op het beëindigen van een arbeidsovereenkomst zonder met concrete verdenkingen te komen. ‘Zo van: dan zijn we van diegene af. Daar lenen we ons niet voor.’

Of Hoffmann dan nooit de privacyregels schendt? Hij kijkt wel uit, zegt Van de Beek. ‘Hoffmann staat bekend als het braafste jongetje van de klas. Die reputatie wil ik graag houden.’ Hij wijst op het gevaar om een boete te krijgen of zelfs zijn vergunning kwijt te raken als Hoffmann de regels overtreedt. Cijfers van het ministerie van Justitie laten echter zien dat de kans hierop uiterst klein is. Jaarlijks worden niet meer dan een handjevol boetes uitgedeeld, vergunningen worden bijna nooit ingetrokken (de afgelopen drie jaar gebeurde dit in totaal drie keer).

Toch is ook Tom Heijm altijd op zijn hoede. ‘Wij verlenen commerciële diensten, maar dit wil niet zeggen dat wij over grenzen gaan.’ Hij runt zijn kantoor sinds 2010 samen met een vrouwelijke collega, die net als hij bij de politie is begonnen. ‘Bij twijfel schakelen we een externe jurist in voor advies. Dit komt een zaak ten goede, want daarmee kunnen we bij de rechter aantonen dat we er alles aan hebben gedaan om via de juiste weg informatie te verzamelen.’

Dat sommige particuliere rechercheurs hun boekje te buiten gaan, hangt volgens Heijm samen met de verschuiving die de laatste jaren is opgetreden in de branche. Waar recherchebureaus voorheen bijna volledig werden gerund door oud-politieagenten met de nodige praktijkervaring, doen nu steeds vaker particulieren met een heel andere achtergrond hun intrede. Van studenten die hun rechtenstudie hebben afgerond tot oud-mariniers en zelfs advocaten. ‘Recherchebureaus die vanuit een zolderkamer zonder relevante ervaring opereren zorgen voor een scheef beeld van onze branche’, aldus Heijm.

Uren op observatie
Hij benadrukt dat zijn werk minder spannend is dan klanten door al die tv-series vaak denken. ‘Kijk, 80 procent van mijn tijd ben ik gewoon bezig om mensen en bedrijven uit te leggen wat we voor ze kunnen doen, binnen welke kaders we kunnen bewegen. De resterende tijd doe ik feitenonderzoek, waarbij ik informatie verzamel op basis van openbare en semi-openbare bronnen. Daarnaast hoor ik getuigen en ga ik op observatie.’

Soms zit hij dan uren in een auto turend naar een gebouw in de hoop een glimp op te vangen van de persoon die zich bij zijn werkgever langdurig ziek heeft gemeld, maar laatst wel uiterst kwiek op de tennisbaan is gespot. Of van de gescheiden echtgenoot die onterecht alimentatie ontvangt. Om geldig bewijs te verzamelen moet Heijm meerdere keren naar dezelfde plek terugkeren, over een tijdsperiode van enkele maanden.

Natuurlijk maakt hij weleens iets spannends mee. Zoals die keer dat hij samen met zijn collega dieven van elektrische palletkarren op heterdaad betrapte en vervolgens zag hoe de door hen ingeschakelde politie de dieven met zwaailichten van de snelweg manoeuvreerden. Of die keer dat Heijm een vreemde blauwe plek bespeurde op de pols van een man die dood uit het water was gevist. Hij wist de politie ervan te overtuigen om één dag voor de crematie alsnog een gerechtelijke autopsie te verrichten. Uiteindelijk bleek het een combinatie van drugs, drank en koud water, ‘maar voor de familie was het een opluchting om te weten wat de doodsoorzaak was’.

Als hij vertelt over de vrouw die hij van haar stalker afhielp, krijgt hij tranen in z'n ogen. Twee jaar lang leefde ze in een hel. Toen Heijm de man had verhoord en het stalken stopte, belde ze hem op. ‘Ze zei: Tom, ik liep net de tuin in en zag allemaal dingen die ik voorheen niet zag. De lucht was blauwer dan ooit, de zon scheen. Ze was zo blij haar leven terug te hebben. Daar doe ik het voor.’

Bij deze bekende zaken dook een privédetective op

Vermissingszaak van twee vrienden uit Asten

De politie heropende vorige maand een zaak van twee jonge stratenmakers uit het Brabantse Asten die in 1974 spoorloos verdwenen na een avondje stappen. De zaak kwam in 2012 in beweging nadat een anonieme getuige met gewetenswroeging zich bij de politie meldde. Maar omdat de zaak is verjaard werd het politieonderzoek gestaakt. De families van de verdwenen Hans Martens en Piet Hölskens schakelden daarom een privédetective in. Die wees de politie op de plek waar de auto van het duo mogelijk ter water is gegaan. De theorie van de detective: een rancuneuze echtgenoot van een liefje van Hans heeft het tweetal vermoord. De auto is overigens nog niet teruggevonden.

Piet Hölskens en Hans Martens uit Asten kwamen na een avondje stappen in 1974 nooit meer thuis. Beeld Rechtenvrij

Valkenburgse zedenzaak

Een wanhopige vader klopte eind 2014 bij een privédetective aan. Zijn 16-jarige dochter werd vermist. Hij vermoedde dat ze in handen was gevallen van een loverboy. De man voelde zich niet serieus genomen door de politie en klopte bij een privédetective aan. Die achterhaalde dat het meisje in een hotel in Valkenburg verbleef, waar de loverboy haar prostitueerde aan tientallen mannen. Na de tip van de privédetective deed de politie een inval in het hotel.

Het hotel in Valkenburg waar een minderjarig meisje werd geprostitueerd door een loverboy. Beeld ANP

De dood van model Ivana Smit

Het 18-jarige model Ivana Smit werd in december vorig jaar dood aangetroffen na een val van een balkon van 14-hoog in Kuala Lumper. De Maleisische politie ging uit van een ongeluk, maar de familie van het model geloofde dit niet. Een door hen ingeschakelde Britse privédetective beweert bewijs te hebben dat de ware toedracht van Ivana’s dood in de doofpot wordt gestopt. Hij gaat uit van een misdrijf, gepleegd door een rijk Amerikaans stel dat het model na een avond stappen mee naar huis nam. Een patholoog, die ook door de familie is ingehuurd, ontdekte dat Ivana al dood was voordat ze van het balkon viel. 

Het overleden model Ivana Smit. Beeld ANP
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.