Overschreed Wilders hoge 'drempel' van VN?

Iemand vervolgen omdat hij opruiende taal heeft geuit, moet een 'aller-laatste middel' zijn, meent de Amerikaanse VN-adviseur David Kaye.

Beeld anp

De drempel dat is in het internationaal recht het kernbegrip bij het beoordelen van de strafbaarheid van hate speech. De drempel ligt erg hoog, zo zeggen experts. Maar hoe hoog precies? En heeft Geert Wilders met zijn 'minder Marokkanen' zijn geblondeerde kopje boven de drempel uitgestoken?


Strafrechtelijke vervolging van opruiende taal moet 'een allerlaatste middel' zijn, alleen voor 'ernstige en extreme gevallen', zegt David Kaye, speciaal VN-rapporteur voor de vrijheid van meningsuiting. Het strafrecht, onderstreept hij, is niet het enige gereedschap tegen haat zaaien.


Als onafhankelijk (en onbezoldigd) VN-expert kan Kaye vrijuit spreken, als hoogleraar internationaal recht aan de Irvine School of Law in de VS kent hij de grenzen van de vrijheid van meningsuiting.


Voor zover die grenzen überhaupt helder zijn. De jurisprudentie inzake hate speech is een 'lappendeken', 'vaag' en 'inconsistent', stelde de organisatie Article 19, waakhond van de vrije meningsuiting. Kaye is het daarmee eens, met de aantekening dat dit onvermijdelijk is, met zoveel landen en zoveel uiteenlopende contexten.

Verdrag tegen rassendiscriminatie

Buiten kijf staat, aldus Kaye in juli in een rapport, de democratische 'noodzaak van een levendig en kritisch debat, zonder beperkingen in vorm of inhoud van politieke uitingen'.

De drempel voor vervolging moet 'hoog en solide' zijn, schreef Kayes voorganger Frank La Rue in 2012. Sommige uitingen zijn nu eenmaal 'beledigend, onrustbarend en schokkend', maar daarmee nog niet strafbaar (een letterlijke verwijzing naar een uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens).

Voor politici ligt de drempel nog hoger, als voorhoedespelers in het publieke debat. 'Terwijl vrijheid van meningsuiting belangrijk is voor iedereen, is dit in het bijzonder zo voor gekozen volksvertegenwoordigers', schrijft Kaye.

Daarmee citeert hij een uitspraak van het Europees hof uit 1992, in een door de Baskische senator Miguel Castells aangespannen zaak. Het hof 'moet uiterst kritisch zijn in geval van inperking van de vrijheid van meningsuiting van een parlementslid van de oppositie'.

Dit alles betekent echter niet dat het internationaal recht géén beperkingen kent. Die zijn er wel degelijk. Ze zijn terug te voeren op het verdrag tegen rassendiscriminatie en vooral dat inzake burgerrechten en politieke rechten (BuPo-verdrag). Artikel 19 garandeert de vrijheid van meningsuiting. Die kan echter aan 'bepaalde beperkingen' worden gebonden, onder andere 'in het belang van de rechten of de goede naam van anderen'.

Artikel 20 voegt daaraan toe: 'Het propageren van op nationale afkomst, ras of godsdienst gebaseerde haatgevoelens die aanzetten tot discriminatie, vijandigheid of geweld, wordt bij de wet verboden.' Het Nederlandse Wetboek van Strafrecht (art. 137d) gebruikt bijna dezelfde termen: 'Hij die (...) aanzet tot haat tegen of discriminatie van mensen of gewelddadig optreden tegen...'.

Het Loosduinse Hoofdplein in Den Haag, waar Wilders zijn controversiële uitspraak deed. Beeld Julius Schrank

Geen juridisch abc'tje

'Aanzetten tot' is het cruciale begrip. Daarbij hoeft het niet zo te zijn dat de omstreden uitspraken ook echt resulteren in discriminatie, zegt Kaye, laat staan in geweld. Wel moet er een 'imminent risico' zijn. 'Aangetoond moet worden dat er een hoge kans op daadwerkelijke schade bestaat.' Verder zijn de context en de bedoelingen van de spreker van belang.

Maar ook dat maakt het nog geen juridisch abc'tje. Wanneer is iets imminent? Wanneer is er sprake van een hoge kans? De jurisprudentie van het Europese mensenrechtenhof is inderdaad een lappendeken. Soms stonden de rechters pal voor de vrijheid van beledigen en shockeren, maar even zo vaak werden klachten van burgers wie de mond was gesnoerd door een rechter, terzijde geschoven.

Zo stelde het hof in 2009 in een zaak die lijkt op die van Wilders Daniel Féret, voorzitter van de extreemrechtse Waalse partij Front National, in het ongelijk. Hij was veroordeeld tot een taakstraf van 250 uur en tien jaar uitsluiting van het passief kiesrecht vanwege partijpropaganda als 'Sta op tegen de islamisering van België' en 'Aanslagen in de VS: het is de couscous-clan'.

Couscous-clan PVV-copywriter Martin Bosma had het kunnen verzinnen. Het opzwepen van een zaal aanhangers met 'meer of minder Marokkanen?' en 'Dat gaan we dan regelen' lijkt beduidend méér op 'aanzetten tot haat of discriminatie' dan het geijkte anti-vreemdelingenproza van het Front National.

Zwaarder dan Fitna

Toen Geert Wilders in 2008 zijn film Fitna uitbracht, woonde David Kaye in Nederland. Hij maakte de opwinding en 'de provocaties van Wilders' mee. Van de huidige zaak tegen Wilders weet hij te weinig af, maar met veel belangstelling verneemt hij dat 'minder Marokkanen' in Nederland zwaarder wordt opgevat dan Fitna.

Drie VN-mensenrechtenrapporteurs (onder wie de voorganger van Kaye en La Rue) gaven in 2008 een verklaring uit waarin ze de film veroordeelden en regeringen opriepen 'dit patroon van aanzetten tot raciale en religieuze haat te stoppen'.

Maar een van de drie, de Pakistaanse Asma Jahangir (rapporteur vrijheid van godsdienst) bepleitte datzelfde jaar in een interview met de Volkskrant dat de drempel voor wettelijk ingrijpen tegen haat zaaien 'hoger en hoger en hoger wordt, elke maand, elk jaar'.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden