Overschot kerkelijk erfgoed

Wat te doen met 150 duizend overtollige stukken uit kerken die sluiten? Museum Catharijneconvent, zelf overvol, geeft advies. Bewaren, verkopen of vernietigen?

AMSTERDAM - Een beeld van een knielende engel staat verdekt opgesteld achter een massief houten zetel. De vleugels en het serene engelengezicht zijn bedekt met stof. Begin jaren zeventig vond beeldhouwer Marius van Beek het 19de eeuwse kunstwerk in een container. De engel werd op straat gezet tijdens de sloop van de Biltstraatkerk in Utrecht, dat de deuren moest sluiten door een terugloop van het aantal leden.


Het beeld is een van de 65 duizend religieuze voorwerpen in de collectie van Museum Catharijneconvent in Utrecht. 'En dat is nog exclusief de bidprentjes. Als we die zouden meetellen, komen we zeker op 85 duizend voorwerpen', vertelt Marc de Beyer, hoofd van de afdeling Erfgoed in Kerken en Kloosters. Sinds begin mei adviseert het museum kerken en kloosters over de zorg voor voorwerpen die door sluiting geen plek meer hebben.


'Gemiddeld sluiten zo'n twee kerken en kloosters per week de deuren', vertelt De Beijer. 'Dat zijn er zo'n honderd per jaar. Het gaat ontzettend hard. En er komen maar mondjesmaat nieuwe kerken bij.'


Het kloosterleven in Nederland staat er nog beroerder voor. 'De gemiddelde leeftijd van kloosterlingen is 86 jaar. Over tien jaar zijn de meeste kloosters in Nederland dicht.'


De conservator verwacht daarom dat er in de komende jaren voor minstens 150 duizend overgebleven voorwerpen uit kerken en kloosters een nieuwe bestemming moet worden gezocht. Van schilderijen, kelken, Mariabeelden en kruisen tot vaandelstokken en kaarsenstandaards. Het kan van alles zijn.


Eigenaren van de gebedshuizen weten zich vaak geen raad met al deze religieuze schatten. 'Door onwetendheid dreigen soms unieke stukken te verdwijnen. Dat moeten we voorkomen. Religieus erfgoed is een belangrijk onderdeel van onze geschiedenis. Het is cultureel erfgoed', aldus De Beyer. Met de nieuwe afdeling gaat het museum adviezen uitbrengen over de culturele waarde van de voorwerpen.


Op verzoek van kerken, bisdommen, kloosters en andere christelijke instellingen komen adviseurs langs om de voorwerpen te bekijken. Dan wordt beoordeeld of het voorwerp culturele waarde heeft of niet. De Beyer verwacht dat zo'n 15 tot 20 procent van al deze attributen, van culturele, regionale of kunsthistorische waarde zal blijken. 'Voorwerpen die weinig maatschappelijk belang hebben, brengen wij niet in kaart.' De eigenaar beslist dan zelf wat er mee moet gebeuren: verkopen, vernietigen of zelf een andere plek zoeken.


Museum Catharijneconvent moet zelf ook stevig snijden in de collectie. 'We hebben veel dubbel. Talloze kelken en rekken vol textiel. We moeten een keuze maken.' Het textieldepot hangt dan ook vol met gewaden en kazuifels, mouwloze kleden die priester dragen tijdens de mis. 'Daar hebben we zo ontzettend veel van. Elke katholieke kerk hangt vol met gewaden. Soms is de schimmel er zelfs ingetrokken.'


Van de gehele collectie van het museum kan maar 2 procent ten toon gesteld worden. Het bewaren van de overgebleven 98 procent is kostbaar. 'Het is de vraag of wij dat geld er als maatschappij voor over hebben', zegt De Beyer. Kunsthistorica Annabel Dijkema onderzoekt hoe het museum kan 'ontzamelen'.


'Dit beeld bijvoorbeeld.' Ze wijst naar een zwaar beschadigd beeld van de heilige Dominicus. Op de grond, naast de hond waarmee Dominicus in de katholieke iconografie standaard wordt afgebeeld, ligt zijn hoofd. 'Dit is een van de voorwerpen uit onze collectie waarvan we ons hebben afgevraagd of het dat in aanmerking komt voor vernietiging. Maar het mag blijven.'

Meer over