Overschot aan beton

Van wie zijn de kustplaatsen? Van de bewoners of van de toeristen die er zomers even komen aanwaaien? Noord-Holland wijdt een manifestatie aan de identiteit van de kust....

De houten zomerhuisjes en de strandvillaatjes met bordes langs de Noord-Hollandse kust zijn al verdwenen. De meeste paviljoenhouders zijn druk met opruimen en afbreken voordat de eerste herfststorm zich aandient. Nog even en de Noordzeestranden zijn weer de kale vlaktes waar algenschuim en stuifzand vrij spel hebben.

Wie in de zomer op het strand lag of door de golven crawlde, zal zich, alert op zonnebrand en kwallengevaar, weinig gelegen hebben laten liggen aan de vraag wat de identiteit van de Noord-Hollandse kust is. Maar nu de Duitsers zijn vertrokken en de stedelingen hun seizoenspaleisjes hebben laten afbreken, worden de kustplaatsen op zichzelf teruggeworpen.

Plaatsen die zich in de zomer mondaine lustoorden waanden, zijn weer die verzameling karakterloze appartementen, met overvloedig gebruik van gemoffeld aluminium en beton. Ook de armoeiige varianten van wederopbouwarchitectuur zijn er overvloedig te aanschouwen.

Tot somberen over de toekomst van Hollandse kustplaatsen bestaat aanleiding. Het aantal toeristische overnachtingen in Noord-Holland daalde van 10,9 miljoen in 2007 naar 10,3 miljoen in 2009. Aparte cijfers voor de kust worden niet bijgehouden, maar de vrees bestaat dat de strook te weinig nieuwe bezoekers zal trekken. Dan ligt malaise op de loer.

Maar de kustplaatsen, en de vraag wat we daarmee aanmoeten, lenen zich ook voor inspiratie en bespiegeling over hun identiteit. Dat toont de door gemeenten en provincie georganiseerde Noord-Holland Biënnale 2010 aan, die dezer weken in het teken staat van het grensgebied van zee en land. Met talrijke projecten en tentoonstellingen wordt de relatie tussen de kust en haar bewoners onderzocht en belicht. Niks gemeentepromotie – dichters van naam en kunstenaars van faam zijn ingehuurd voor reflectie, waarbij kritiek niet uit de weg wordt gegaan.

Willen kustplaatsen als Egmond en Bergen aan Zee en Zandvoort in economisch opzicht toekomst hebben, dan redden ze het niet met een toeristenmenu alleen, zegt gedeputeerde Rinske Kruisinga, die namens de provincie verantwoordelijk is voor de kustontwikkeling. ‘In de zomer is er genoeg te doen, maar ze moeten ook in het voor- en naseizoen iets te bieden hebben. Een plaats als Bergen heeft een prachtig duingebied, met fiets- en wandelpaden. Maar bijvoorbeeld langs de Hondsbossche Zeewering tussen Petten en Camperduin loopt een weg waar zowel auto’s als fietsen gebruik van moeten maken. Meer voorzieningen kunnen het gebied aantrekkelijker maken.’

Als gedeputeerde heeft Kruisinga, politica van CDA-huize, een stimulerende rol bij het opkalefateren van de kustgebieden: ‘De gemeenten moeten zélf willen.’ Daar staat tegenover dat zij overenthousiaste lokale politici ook wel moet afremmen door te wijzen op de talrijke regels en beperkingen die gelden in de kuststrook.

Wie droomt van boulevards met ondergrondse parkeergarages, in plaats van de bovengrondse hectares vol autoblik, of van ingrijpende landschappelijke verfraaiingen, komt meestal bedrogen uit. ‘De kust bestaat grotendeels uit reserveringszones waar vrijwel niets mag veranderen. De bescherming tegen de zee heeft prioriteit’, zegt Kruisinga. Wie de vaak bekritiseerde boulevard van Zandvoort zou willen aanpakken, stuit op onverbiddelijke verboden van waterschap, provincie en Rijkswaterstaat. ‘De boulevard is nu eenmaal deel van de kustversterking.’

Nuchterheid is een vereiste in haar positie, zegt Kruisinga. Hemelbestormers hadden bedacht dat het rijtjeshuizenoord Petten aan de zeewering opgestoten zou kunnen worden door een buitengaatse jachthaven: Marina Petten. ‘Als je aan het achterland niets verandert, komt de toerist van zijn schip, wandelt naar de dijk en maakt rechtsomkeert.’ Van het plan wordt niets meer vernomen.

De gedeputeerde ziet meer in ogenschijnlijk weinig spectaculaire, maar effectieve manieren om het kustlandschap te verbeteren. Zo is onlangs besloten dat de Hondsbossche Zeewering, nu nog een zwakke schakel in de kustverdediging, niet wordt opgehoogd – wat het landschap nog verder zou aantasten. In plaats daarvan wordt de zeebodem voor de zeewering verder verzand. De kosten bedragen 250 miljoen euro, ophoging van de dijk ‘slechts’ 160 miljoen. ‘Gebruik van zand in zee is een flexibele manier van kustversterking’, zegt Kruisinga. ‘We baseren de versterkingen op klimaatmodellen. Als in de toekomst blijkt dat er andere eisen worden gesteld aan de kustverdediging, meer, maar misschien ook wel minder, kunnen we ons aanpassen.’

Petten
Het dorp achter de 5,5 kilometer lange Hondsbossche Zeewering kent rijtjeshuizen en campings. Op een zonnige nazomerdag zijn de parkeerplaatsen leeg. De laatste Duitsers wandelen en fietsen op de dijk. Op de strekdammen turen vissers.

De belangrijkste attractie op de dijk, behalve de dijk zelf, is de Water en Strand Profiler (WESP) van Rijkswaterstaat. Het elf meter hoge maanlanderachtige voertuig op drie dunne benen met grote rubberbanden rijdt over de zeebodem, voor onderzoek naar stroming en zandverplaatsing.

Bergen aan Zee
Het kustplaatsje oogt als het verwaarloosde broertje van het artistiek en kapitaalkrachtig publiek trekkende Bergen. Wie het met de auto nadert stuit op een centraal gelegen parkeerplein. Dat wordt aan de oostzijde geflankeerd door een appartementencomplex met wederopbouwsnit. Aan de westzijde zijn betonappartementjes gestapeld op de duinen. Ernaast het in de duinen verzonken bunkerachtige Zeeaquarium. Een pad van betonplaten, met aan weerszijden horeca en winkeltjes, voert strandwaarts.

Noordwaarts is de C.F. Zeilerboulevard – klinkerstraat met langszij appartementen en hotels met namen als Neptunus en Poseidon. Bankjes nodigen slenteraars uit kalmpjes naar de branding te turen. Maar wie zit, ontdekt dat het zicht op de zee wordt benomen door duingras. Een in felle kleuren geschilderd houten zomerhuisje achteraf kreunt aandoenlijk in zijn voegen – al jaren geleden voor het laatst verhuurd.

Iets achteraf houdt het Natuurvriendenhuis het verleden van Bergen met allure levend. Begin 20ste eeuw, toen de badplaats werd gesticht, werd het statige gebouw neergezet als ‘koloniehuis’ voor stadse bleekneusjes die zich hier aan de westenwinden mochten laven. Toen de bleekneusjes opraakten, werd het gebouw, in 1961, ingericht voor groepsvakanties van natuurvrienden.

Er logeren schoolkinderen, de eetzalen zijn met slingers en ballonnen versierd voor vanavond. Wie de statige trap naar de slaapverdiepingen beklimt, ziet een zwart-witluchtfoto van het huis in de jaren dertig. Kinderen zaten toen nog gedisciplineerd in cirkels op het plein en luisterden naar de leidster. Nu klinken vanuit de slaapzalen de opgewonden stemmen van schoolkinderen, die zich nergens laten zien. Zo geven zij dit buitenhuis onbedoeld suspense mee: alsof het verre verleden zich roert.

Egmond aan Zee
Een boulevard met pensions en naargeestige hoogbouw, die het achterland afsnijdt van het strand. Op de boulevard wordt geflaneerd en geparkeerd. De parel van Egmond is de machtige vuurtoren uit 1833, enkele jaren nadien uitgeroepen tot monument voor de zelfmoordheld Jan (‘Dan liever de lucht in’) Van Speijck.

Menno Wigman schreef ter gelegenheid van de biënnale een gedicht over Egmond aan Zee, waaruit:

Het is een volk van stugge gutteralen./ Het gromt en godverdomt zich door de dagen./ Komt vrijdagnacht, komt bier, komt coke en blaast/ De kustwind oorlog in een jongenshoofd.

Een vrijdagnacht nog eens terugkomen dus, om de stormachtige opwellingen gade te slaan.

Zandvoort
Afgelopen woensdag, zon en 22 graden. Een enkele moedige zwemmer waagt zich in de kabbelbranding. Op de boulevard flaneren voornamelijk ouderen, en wat ouders met jonge kinderen.

Er moet iets veranderen aan Zandvoort, vindt eigenlijk iedereen die er woont of op bezoek is. Na de Tweede Wereldoorlog werd de plaats in hoog tempo opgebouwd, met veel troosteloze, krappe flats, veel beton, veel stenen, nauwelijks oog voor esthetiek. In de jaren zestig en zeventig werden foeilelijke torenhoge hotels toegevoegd, en appartementencomplexen die sterk lijken op die in Egmond – alleen groter, en veel meer.

Sindsdien zit Zandvoort met de gebakken peren.

Al decennia worden er plannen bedacht om de badplaats meer allure te geven, grootstedelijker en moderner of meer ingepast in de duinen – hier feitelijk verworden tot groenstroken. Roemrucht is het plan voor de Krab, een plein dat de intimiteit van een Italiaans piazza paart aan galerijen met winkeltjes en hoogbouw die het Colosseum naar de kroon steekt. Niks van terechtgekomen, net zo min als van al de andere plannen.

Stagnatie lijkt het belangrijkste kenmerk van afbladderend Zandvoort. Als onderdeel van de biënnale werkt een groep schilders – professionals en vrijwilligers – onder leiding van de Rotterdamse kunstenaar Jeanne van Heeswijk op het immense Burgemeester Van Fenemaplein langs de boulevard aan een straatschildering die de vergeefse plannenmakerij fraai verbeeldt. Het plein is aangelegd op een parkeergarage. Aan de noordkant staan het hoge Best Western Hotel, een leegstaand zwembad en een verlaten dolfinarium. Aan de oost- en zuidkant appartementengebouwen. Het plein als geheel doet, mede door het tegelpatroon van zwart-witte tegels en de betonrot, denken aan de Karl Marx Allee in Oost-Berlijn, jaren zeventig, DDR.

Van Heeswijk, gewend om met haar kunst de discussie aan te wakkeren over de kwaliteit van de openbare ruimte, heeft dit plein uitgekozen voor haar project mede omdat het symptomatisch is voor de tegenstrijdige belangen die in kustplaatsen als Zandvoort bestaan. Die maken het juist zo moeilijk plannen te concretiseren.

‘Winkeliers verderop hebben er geen belang bij dat aan de boulevard of hier het aanbod verbetert. De omwonenden willen geen lawaaiige terrassen. En ze willen evenmin dure hotels. Die verpesten hun uitzicht op de zee’, zegt Van Heeswijk. ‘Sommigen hebben een hekel aan de cultuur van een patatje met mayo en een biertje. Maar anderen vinden het juist mooi dat het hier betaalbaar is.’

Megaplannen sneuvelen hier steevast door de tegenstrijdige belangen en te hoge kosten, zegt Van Heeswijk. ‘En zie de wensen van de vier miljoen gasten die hier jaarlijks komen maar eens in overeenstemming te brengen met die van het kleine groepje van 16.000 bewoners. Waar iedereen het wel over eens is? Dat het achterstallig onderhoud moet worden weggewerkt en de verpaupering gestopt.’

Langs de randen van de straatschildering met verstoorde toekomstdromen (mooie hotels, fonteinpartijen, parkeergarages) kijken de Zandvoorders en andere kustbewoners toe en piekeren over die jarenlange planmatige onmacht. Aan Chris, een 74-jarige IJmuidenaar die door de duinen is komen fietsen, gaan de eeuwige politieke twisten over de toekomst van Zandvoort voorbij. ‘Ik rijd altijd om het centrum heen. Ik houd van rust.’

Verderop laat Ingrid Siegevist zich over de straattekening informeren. Ze heeft een appartementje aan de rand van het plein. Ze eet een patatje-mayo, en deelt gul uit. ‘Een debacle’, vindt ze het plein waarop ze uitkijkt. ‘Bergen heeft een sfeertje. Noordwijk ook. Maar wat voor imago heeft Zandvoort nou? Het lééft niet.’ Al toen ze, jaren geleden al weer, als onderwijzeres met de kinderen naar het zwembad aan het plein ging, was er sprake van afbraak. ‘Nu is het dicht, maar het staat er nog steeds. Ik snap het probleem wel. Er is hier zo veel gebouwd, er zit zo veel geld in, dat kun je niet zomaar afbreken. Nog een patatje?’

Op de muur van het verlaten dolfinarium ernaast zijn vrolijke schilderingen aangebracht en de slogan waarmee de badplaats zich aanprijst: ‘Zin in Zandvoort’. Van Heeswijk heeft haar project met een knipoog ‘Weer zin in Zandvoort’ genoemd. ‘Af en toe vraagt een bestuurder me of er wel een spatie staat tussen weer en zin. Ja hoor, geen zorg, zeg ik dan.’ Ze lacht er hartelijk om.

In oktober wordt in de gemeenteraad een nieuw plan gepresenteerd voor een facelift. Een hele herfst en winter heeft de politiek om er kalm over te beraadslagen, net als al die andere plaatsen met een overschot aan beton en hoogbouw, een vloedgolf toeristen in de zomer en laagtij in de winter. ‘Maar laag en overspelig sloop/ de zomer weg, voor niemand geurt je haar,/ oktober en je haat de boulevard’, dicht Wigman over Egmond. Had ook over Zandvoort kunnen gaan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden