Overrompelaars

Met klassieke seventies-rock speelt het trio Vanderbuyst elke zaal plat. 'De kick die we straks krijgen!'

De hardrock van de Nederlandse band Vanderbuyst wordt veel, en soms tot vervelens toe, vergeleken met die van Thin Lizzy. Gitarist Willem Verbuyst: 'Terwijl dat een band is die speelt met twee leadgitaren, dat bepaalt hun geluid. Wij zijn een trio, met één gitaar, heel anders.' Misschien is het de optimistische toon van de liedjes, de hechtheid van de band op het podium? Verbuyst: 'We speelden voor de radio een keer een cover van Thin Lizzy: Don't Believe A Word. Zei de presentator: 'Dit néigt toch naar Thin Lizzy. Vonden we heel grappig. Wij: Eh, dit wás Thin Lizzy!'


Het zal voor kenners van de hard rockende spijkerjasjesmode uit de jaren zeventig en tachtig geen verrassing zijn, maar toch goed om even te noteren. De 'Dutch Hard Rock Assault' van de band Vanderbuyst, de strijd om de stoere muziek in het Nederlandse clubcircuit, wordt geleverd vanaf hoge witte gympen van het merk Adidas en Nike.


De schoenen zijn deel van een ritueel, zo blijkt op een verregende donderdagavond in het Bredase podium Mezz, in de kleedkamer. Met nog een uur te gaan voor het optreden van zijn band, trekt gitarist Willem Verbuyst zijn Adidassen met oranje strepen uit, en schuift een vers paar met blauwe strepen aan zijn voeten. Deze gaan het worden straks. De denimbroek gaat uit, een ongeveer identieke weer aan. Zo. Podiumoutfit zit als gegoten, het opbouwen van de concentratie kan beginnen.


Wie het Haagse hardrocktrio Vanderbuyst volgt, zo rond een paar concerten in december, diagonaal door Nederland, weet dat deze mannen geen grappen maken. De liefde van Willem Verbuyst, zanger en bassist Jochem Jonkman en drummer Barry van Esbroek voor klassieke rock uit de jaren zeventig en tachtig is oprecht en intens. De spijkerjassen van de heren lezen als een beknopte referentiegids: we zien opnaai-emblemen van Thin Lizzy, Kiss, Saxon, Mercyful Fate en Whitesnake. En zo ongeveer als iets tussen al die bands in klinkt Vanderbuyst. Vrolijk voorwaarts rockend, met aandacht voor het drieminutenliedje. Retro, maar zo serieus dat het begint op te vallen.


Misschien maakt dat de liedjes van Vanderbuyst, zoals die te horen zijn op de laatste plaat Flying Dutchmen, wel zo lekker. Er zit geen spoortje ironie in nummers als Waiting In The Wings ('Oh, I'm ready to strike'), of een rockballad als Give Me One More Shot ('You've got that something fools call love, no matter how much, never enough').


'Geen fratsen', zegt Willem Verbuyst herhaaldelijk, als hij een poging doet de eigen muziek te omschrijven. 'Tijdloze popliedjes', pleegt hij te maken, 'met een lekker refrein en een brug'. En waarin hijzelf jubelend, maar nooit oeverloos, kan soleren. Wat hij mist, in muziek van nu? 'Directheid en energie. En het gebrek daaraan wordt vaak verstopt achter overproductie. Komt er weer zo'n zeskoppig koor voorbij. Word ik weleens moe van.'


Vanderbuyst houdt de eigen productie op plaat graag karig. Drums, bas en gitaar. Gestripte rock, teruggebracht tot de essentie. 'Hardrock', volgens Jochem Jonkman. 'Met zijn drieën een bal van energie vormen en die eruit laten knallen.'


Hoe dat wonderlijke natuurverschijnsel er op een podium uitziet, mag het ongeveer honderd koppen tellende publiek in de Mezz straks gaan meemaken. In de kleedkamer worden eerst de perfecte voorwaarden geschapen. Geen bier, mocht u het zich afvragen. Het koelkastje zit wel vol blikken Dommelsch, maar die blijven onaangeraakt. 'We drinken niet voor de show', zegt Jonkman. 'Misschien niet zo hardrock, maar we zijn bloedserieus. Wij eten vers fruit.' Hij wijst naar een wit plastic bordje op een campingtafel, met daarop, inderdaad, drie peren. Verbuyst: 'De kick die we straks krijgen op het podium is zo enorm, daar hebben we genoeg aan. Dat feestje komt later wel.'


Willem Verbuyst trekt een zwarte hoody over zijn hoofd, grijpt zijn witte Ibanez 'flying' V-blade, en begint in een hoekje van de kleedkamer wat onversterkt te soleren. Jonkman oefent wat zanglijnen, in zijn geoliede rockvocalen. Drummer Van Esbroek pakt er een klein drumpadje op een standaard bij, rost er wat razendsnelle roffels op met zijn stokken. 'Deed ik vroeger op mijn benen. Dat begon pijn te doen.'


Vanderbuyst is gezegend met, zo heet dat dan, een 'live-reputatie'. De band toert al een paar jaar onophoudelijk door Nederland, Duitsland, Scandinavië en Spanje, en pakt iedereen die het waagt naar een show te komen volledig in. Ieder bandje wil er wel één, zo'n live-reputatie, maar hoe kom je er eigenlijk aan?


Verbuyst: 'Dat is vrij snel uitgelegd. Repeteren. We zijn een trio, dat betekent dat je op het podium keihard moet werken voor een volle bak geluid. Zoals ZZ Top dat doet, al lijkt het die band soms makkelijk af te gaan. Schijn bedriegt. Je moet oefenen, op elkaar ingespeeld raken. Dus zitten wij niet drie keer, zoals de meeste bandjes, maar liefst zes keer per week in de oefenruimte.' Jonkman: 'En zo word je met z'n drieën een soort organisme. En ga je je muziek leven. Dat zie je hopelijk terug op het podium.' Want daar wordt geen toneelstukje opgevoerd, door drie heren in vintagekleren. 'Wij doen niemand na. Als we een band van kopiisten zouden zijn geweest, waren we niet zo gegroeid in een eigen geluid.'


De band mag best worden gezien als aanjager van een trend in de Nederlandse pop. Een beweging die op zoek is naar onversneden en eerlijk rockende popmuziek van twintig, dertig jaar geleden. Muziek waarbij de vuisten de lucht in mochten. De Eindhovense band The Devil's Blood, labelgenoot van Vanderbuyst, brak de afgelopen jaren al door met occulte seventiesrock. Vanuit Limburg rocken de heren van DeWolff, ook al een trio. En in Nijmegen stond ineens Navarone op, ook een band die mooi gezongen hardrock speelt, met de chique Perzische-tapijten-uitstraling van The Black Crowes.


Jonkman: 'Het is bij ons niet vanzelf gegaan. Echt, wij hebben voor zalen met zes man gestaan. Of op metalfestivals, waar we eigenlijk ook niet thuishoren, tussen extreme bandjes.' Drummer Van Esbroek: 'Je ziet het publiek dan wel kijken, als je opkomt. What the fuck is dit dan? Glamrock? Maar als je begint te spelen, zie je iedereen ineens met een enorme smile op z'n gezicht. Want rockliedjes zijn nu eenmaal echt heel erg leuk. Dan zijn we gewoon rock-'n-roll.' Jonkman: 'We merken dat jonge gasten, die jongens die van die extreme metal houden, steeds meer geïnteresseerd raken in waar die muziek vandaan komt. Nou, die spelen wij.'


Zes man in de zaal, maar die dan wel helemaal gek spelen. Dat was in de beginfase het grote geheim van Vanderbuyst. Jonkman: 'Die zes mensen hebben wel een kaartje gekocht he. En die moeten terugkomen. Met hun vrienden.' Ze kwamen. Naar grote shows op het festival Speedfest, naar optredens in Duitsland en Spanje. Naar het Groningse festival Noorderslag. En nu dan weer eens naar een uitgebreide clubtournee door Nederland. Waar het soms nog best harken is om de mensen binnen te krijgen, maar de zalen raken steeds voller. Zeker nu de laatste plaat links en rechts begint door te klinken.


In de Bredase Mezz houdt Vanderbuyst zich op achter het podium, waar het voorprogramma nog even door dendert. Jonkman staat met zijn handen zijn wapperende zwarte haardos uit te kammen. 'Tip voor langharige muzikanten', zegt hij. 'Even de losse haren verwijderen, anders zitten die straks tijdens het headbangen ineens in je strot. Sta je op het podium haren uit je mond te trekken. Ziet er niet goed uit.'


Voorprogramma klaar, de beurt is aan Vanderbuyst. Het trio grijpt elkaar beet, als in een rugbyscrum. Laat die energiebal vast voorzichtig wat heen en weer schieten. Dan het startsein: Willem trekt zijn T-shirt uit. Het podium op, voor een overrompelend uurtje hardrock.


Na drie spijkerharde liedjes, en evenzoveel versplinterende solo's van Verbuyst, pookt Jonkman de heftig headbangende zaal nog maar eens op. 'Willen jullie harder? Willen jullie sneller?' Het publiek - deels al wat oudere mannen die hun jeugd staan te herbeleven, deels nieuwe generatie in denim en zwart leer - kan dan al worden opgedweild.


Dat het niet altijd zo makkelijk gaat, blijkt een week later in het Utrechtse podium Ekko. Verbuyst na afloop van die show, dodelijk vermoeid, met nu dan toch eindelijk dat blikje bier: 'Wat ik hier niet moest uithalen op mijn gitaar om die vuisten de lucht in te krijgen. Toch gelukt. Lekker.'


Vanderbuyst speelt zaterdag in Hedon, Zwolle. Tourschema op Vanderbuyst.com. De cd Flying Dutchmen is verschenen bij het Duitse label Ván Records.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden