Overmoedig orakel

Robert Kaplan lijkt te weten hoe de wereld in elkaar zit. Bij elk conflict, heeft hij scherpe analyses paraat, aantrekkelijk in hun eenvoud en duidelijkheid. Politici en journalisten zijn er dol op. Maar de eenvoud heeft ook een keerzijde.

Hoe meer de geschiedenis in beweging is, hoe groter de behoefte aan een verteller. Wat zien we hier gebeuren? De spannendste verteller heeft de meeste invloed. Robert D. Kaplan, Amerikaans journalist, reiziger en bestsellerauteur, behoort nu bijna twee decennia tot de top.


Sinds het begin van de opstanden in de Arabische wereld is Kaplan, op de omslagen van zijn boeken tegenwoordig world affairs expert genoemd, voor velen een orakel over de toekomst van het Midden-Oosten. Zijn analyses bereiken behalve de belangrijke Amerikaanse media ook de Europese, waaronder de Volkskrant (de meest recente op 2 april).


Kaplan waarschuwt voor een naïeve idealisering van de opstanden, voor de chaos, de etnische strijd en het fundamentalisme die eruit kunnen voortvloeien en voor de onrijpheid van de meeste landen voor democratie. 'Verlichte' dictaturen zijn, meer dan we willen toegeven, een bron van stabiliteit. Orde is beter dan wanorde. Vooral een democratiseringsproces in Saoedi-Arabië acht hij voorlopig ongewenst. Als het Saoedische regime - door mensenrechtenorganisaties vaak beschouwd als het meest sinistere van de regio - verdwijnt, valt een machtsevenwicht weg: tussen het soennitische (wahabistische), pro-Amerikaanse Riyad en het sjiitische anti-Amerikaanse Teheran.


Dat is machtsrealisme van een man die weet hoe de wereld in elkaar zit, dat in elk geval uitstraalt.


Dat Kaplan invloedrijk is, behoeft nauwelijks twijfel. Die invloed was letterlijk te zien toen Bill Clinton zeventien jaar geleden werd gesignaleerd met Kaplans bestseller Balkan Ghosts onder de arm. Het was dit boek dat Kaplan in 1993 op slag wereldberoemd maakte, en dat tot in de hoogste politieke en militaire kringen in de VS doordrong. Het was ook dit boek dat Kaplan voor het eerst beschuldigingen opleverde van simplisme, demoniseren en stigmatiseren.


Kaplan zette Serviërs en Kroaten in Balkan Ghosts neer als door een diepe cultuurkloof gescheiden volkeren met een eeuwenoud vijandbeeld, met haat voor de ander in het bloed - niet als mensen die decennia hadden samengeleefd, veel gemeenschappelijk hadden (taal, cultuur, recent verleden) en door cynische politici met controle over de televisie tegen elkaar werden opgezet.


Balkankenners sabelden het boek neer. Door Balkan Ghosts zagen de VS jarenlang af van ingrijpen op de Balkan, stelden velen. De Britse historicus Timothy Garton Ash schreef in 1995: 'De toon, de taal en de insteek - 'het landschap van wreedheden', 'dorpen vol primitieve haat, gegist door armoede en alcoholisme' - verleenden ogenschijnlijke geloofwaardigheid aan het wijdverspreide idee dat bloedig etnisch conflict eigen was aan de Balkan, en dat een volgende ronde van bloedvergieten onvermijdelijk was.'


Wat met Balkan Ghosts gebeurde, zou zich herhalen met de succesboeken die erop volgden, over West-Afrika, het Midden-Oosten, Centraal-Azië en andere plekken. De titels werden stuk voor stuk bestsellers. Er was lof van bekende politici en journalisten, wier aanprijzingen op de omslagen belandden. Historici, regiospecialisten en intellectuelen ter plaatse leverden harde kritiek.


De lijst van grote namen die Kaplan hekelden, is lang. Historicus Robert Kagan: 'Welke historische gebeurtenis of welke politieke filosoof hij ook behandelt, telkens zit hij op zijn minst voor de helft fout.' De Britse filosoof Matt Ridley: 'Al na een paar dagen reizen door West-Afrika voorspelt hij dat de hele wereld ten prooi zal vallen aan anarchie.' Schrijver David Rieff, zoon van Susan Sontag: 'Op tragische wijze slaat hij altijd verkeerde wegen in.'


Het verst ging de jonge Amerikaanse schrijver en journalist Tom Bissell. Hij schreef een 'aanklacht' tegen Kaplan wegens zijn 'misplaatste pretenties, Parkinson-grip op de geschiedenis, voorliefde voor intellectueel afsnijden en onoverwinbare humorloos heid.' Conclusie: onderschatting van de complexiteit van dingen gaat bij Kaplan gepaard met overschatting van zichzelf.


Kaplan ging onvermoeibaar door met reizen en publiceren, zijn intellectuele vijanden stevig parerend: ik ben op al die plekken geweest, ik heb dingen met mijn eigen ogen gezien, ik ken de grote geschiedenis. Zowel werk- als vechtlust bezit hij in overvloed. Kaplan heeft zich haast letterlijk omhoog geknokt, van armlastig freelance journalist met ongepubliceerde manuscripten tot beroemd reiziger, succesauteur, nationaal correspondent van de Atlantic Monthly, lid van de adviesraad van de Amerikaanse minister van Defensie Robert Gates en senior fellow van een reeks denktanks over veiligheid - tot world affairs expert, kortom.


Kaplans lezers laten zich aan de kritiek evenmin veel gelegen liggen. Kaplan kan, zelfs zijn vijanden willen dat meestal wel toegeven, een verhaal vertellen en is een meester van het beeldende reisverslag.


Tom Bissell constateerde, correct, een afwezig gevoel voor humor en ontbrekende zelfspot - niet uitzonderlijk bij een ambitieus man die zichzelf niet relativeert. Kaplan achterna reizend in Oezbekistan, stuitte Bissell op feitelijke onjuistheden. Om die beschuldiging te verifiëren, zou iemand Bissell weer achterna moeten reizen. Onterecht is zijn beschuldiging dat Kaplan behalve een intellectueel ook een stilistisch lichtgewicht is.


Kaplan zou geen miljoenenpubliek onbekende werelden kunnen binnen leiden als hij geen kwaliteiten bezat als auteur. Kaplan is een bovengemiddeld stilist en een reiziger met een goed ontwikkeld oog voor - al dan niet de juiste - sfeer en details. Hij zou vrijwel zeker minder vijanden hebben gemaakt als hij twijfel had kunnen toelaten in zijn werk, in staat zou zijn dingen zo nu en dan open te laten.


Dat gebeurt nagenoeg nooit. Vrijwel elk land waar Kaplan komt, elke stad die hij aandoet en elke persoon die hij spreekt krijgt een etiket. Bissell citeert de drie klassieke kwaliteiten van de reisschrijver: nieuwsgierigheid, ruimdenkendheid en de wil om onzeker te zijn. Het eerste bezit Kaplan volop, het tweede minder, het derde niet. Hoe meer mensen van de wereld zien, hoe minder ze met zekerheid durven te stellen, hoor je vaak. Het gaat niet op voor Kaplan. Uit een reis distilleert hij een sluitend verhaal over hoe een land in elkaar zit, hoe dat land zich verhoudt ten opzichte van de regio waarin het ligt en welke gevolgen dat heeft voor de rest van de wereld.


Die zekerheid maakt hem aantrekkelijker dan andere reisschrijvers. Immers, hoe onbekender mensen zijn met een gebied, hoe minder graag ze met vragen worden achtergelaten. Je leest een boek over een vreemd gebied ook om te weten te komen hoe het daar zit.


Door de jaren heen lijkt Kaplan ook doordrongen geraakt van de noodzaak van stevige uitspraken en heldere conclusies. Zijn eerste twee boeken - Surrender to Starve, over de politiek georganiseerde Ethiopische hongersnood, en Soldiers of God, over zijn tijd bij de Afghaanse mujahedin - pretendeerden niet meer te zijn dan wat ze waren: grote journalistieke reportages. Beide titels bleven bij hun verschijnen in de late jaren tachtig onopgemerkt.


Kaplan was al veertig toen het manuscript van Balkan Ghosts door een reeks Amerikaanse uitgeverijen werd geweigerd: te veel geschiedenis, te ver weg, oninteressant gebied. Kort daarna begon de oorlog in Joegoslavië en was er ineens een markt voor boeken met antwoorden op de vraag hoe deze Europese veelvolkerenstaat had kunnen ontsporen. Balkan Ghosts werd alsnog uitgegeven en een bestseller, vanwege de pakkende sfeerbeschrijvingen én de heldere analyse.


In Balkan Ghosts verklaarde Kaplan het heden voor het eerst aan de hand van een ver verleden. Naarmate zijn ster steeg, ging hij er steeds vaker toe over de recente geschiedenis te verbinden met oude en vaak antieke. Zijn boeken kregen daardoor een tweeledig karakter. Een voorbeeld daarvan is Winter aan de Middellandse Zee uit 2004. Daarin wisselt hij mooie en bij vlagen ontroerende herinneringen aan zijn reizen als armlastige jongeman af met pretentieuze verhandelingen over de overeenkomsten tussen de eerste Punische Oorlog en de Eerste Wereldoorlog, en de Atheense troepen op Sicilië en de Amerikaanse in Vietnam - bijna tweeënhalfduizend jaar later.


Toen Griekenland begin 2010 financieel kapseisde, was Kaplan er snel bij om de verbinding te maken tussen het wanbeleid van nu en de economische cultuur van het Byzantijnse Rijk. Nu zal er ongetwijfeld iets van dat verleden meespelen. Dat dingen waarschijnlijk ingewikkelder zijn, blijkt al uit het feit dat Portugal ook problemen kreeg, terwijl dat een koloniale grootmacht was toen de Byzantijnse Grieken door de Ottomaanse Turken werden overrompeld. En Ierland en IJsland waren door duizenden kilometer zee nog beter beschut tegen de vermaledijde Byzantijns-Ottomaanse invloedssfeer.


De meest voorkomende klacht van de niet-westerse lezers van Kaplan is dat hun landen gestigmatiseerd worden. Je krijgt het stempel 'Byzantijns' en je komt er niet meer vanaf.


Voor het Midden-Oosten voorspelt Kaplan een lange periode van chaos en desintegratie, en het uit elkaar vallen van landen. De desintegratie van Joegoslavië heeft Kaplan, weliswaar met twijfelachtige argumentatie, meer dan twintig jaar geleden goed voorzien. Tien jaar geleden voorspelde hij dat Georgië als land op zou houden te bestaan zodra het regime-Sjevardnadze zou vallen. Dat is niet gebeurd.


De tijd zal leren of Syrië blijft bestaan. Ook orakels spreken soms met menselijke stem.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden