Column

Overmand door nostalgie blader ik in de liedbundel

Vermoedelijk ben ik de enige die in deze galzwarte dagen voor Kerst naar de liedbundel Kun je nog zingen, zing dan mee grijpt.

Beeld Gabriël Kousbroek

Ik viste het versleten exemplaar ooit uit het grofvuil, kort voor het ouderlijk huis wegens sterfte werd geruimd. Sindsdien koester ik het boekje als een talisman, hetgeen natuurlijk bespottelijk is, omdat ik volstrekt niet bijgelovig ben. Sterker nog, ik vind bijgelovige mensen zo mogelijk nog onnozeler dan gelovige mensen.

De liedbundel overleefde Beiroet, Jeruzalem, Molenbeek, Rio de Janeiro en Asuncion en was getuige van taferelen die zelfs na mijn dood niet bekend mogen worden.

Ik neem aan dat de bundel inmiddels is verboden in mijn oikofobe moederland vanwege haatzaaiende liederen als: 'Alle man van Neêrlands stam voelen zich der Vaad'ren zonen', 'Waar de blanke top der duinen schittert in den zonnegloed', 'Wien Neêrlands bloed door d'ad'ren vloeit / Wien 't hart klopt fier en vrij en Hollands vlag, je bent mijn glorie'.

Nu moet ik vooropstellen dat ik nationalisme een treurige aangelegenheid vind. Daarom begrijp ik nooit zo goed dat allerhande idioten ziedend worden wanneer je hun land beledigt. Een Portugees mag van mij zijn gat afvegen met de Nederlandse vlag. Sterker nog: ik zal die Portugees mijn eigen vlag lenen als dat moet (als ik zijn uitzichtloze en door saudade verstikte bestaan daar tenminste even mee kan opfleuren).

In Amerika eindig je trouwens op de elektrieke stoel als je de stars-and-stripes als poepluier gebruikt.

Ik ben beslist geen kosmopoliet. Eerder ben ik een vlieg die zijn gastland vanaf de muur observeert en pas opvalt wanneer-ie naar beneden flikkert na een fles medronho.

Ik koester de genoemde fascistische volksliederen zoals een Nederlandse boer in de outback van Australië zijn hagelslag en gestampte muisjes koestert. Mijn vader en moeder zongen ze altijd uit volle borst en zaten desalniettemin niet bij de NSB.

Overmand door nostalgie en spleen blader ik in de liedbundel naar gezang 160 van Rhijnvis Feith: 'Uren, dagen, maanden, jaren vliegen als een schaduw heen.'

Ik hoor mijn vader beuken op het traporgel in de voorkamer, die blauw staat van de sigarenrook. Mijn moeder probeert maat te houden met haar enigszins valse meisjesstemmetje. Op de tafel staat een schaal met opengereten appelflappen en oliebollen. Ik mag geen vuurwerk kopen en verpest daarom de boel door luidkeels te zingen:

Uren, dagen, maanden, jaren,
vliegen als een schaap door 't veen.
Ambtenaren uitgezonderd,
geldt deez' regel iedereen.

Toen wist ik het zeker: ik moet weg uit Nederland.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden