Overleven in Volendam

HET ROMMELT aan de dijk, maar dat is geen nieuws; het rommelt in Volendam zolang er betaald voetbal wordt gespeeld....

POUL ANNEMA

Voor de zoveelste keer staat het voortbestaan van de FC op het spel; vandaag of morgen zal de Generale Bank een bedrag van 6,3 miljoen gulden opeisen. Dat geld is er niet, sterker nog, naast deze schuld kampt Volendam ook met een tekort van bijna drie miljoen gulden.

De enige oplossing biedt de gemeentepolitiek. Met de verkoop van het stadion zou het betaald voetbal weer enige lucht krijgen. Maar de politici zijn verdeeld; FC Volendam vraagt negen miljoen gulden voor zijn complex en dat is voor een deel van de gemeenteraad teveel.

De tijden zijn veranderd, ook aan de Volendamse dijk. 'Als Volendam problemen heeft, trekt het dorp de portefeuille', zei burgemeester F. Pouw van de gemeente Edam-Volendam, vijftien jaar geleden in Voetbal International. 'De voetbalclub heeft op het dorp een geweldige functie: ook als de Volendammers niet komen kijken dan praten ze wel over de club.'

Praten doen ze in Volendam inderdaad voortdurend over de club: over de sterk wisselende prestaties, over de talenten van het dorp en de zakkenvullers van buiten, over trainers, maar vooral over het (vele) geld dat in het dorp met het spelen van betaald voetbal is gemoeid.

Begin november 1986 wakkerde de discussie over de overlevingsstrategie het hevigst aan nadat de fractieleider van de lokale partij Volendam'80 had gedreigd de steun aan de club te beëindigen. Een dag voor de beslissende stemming in de gemeenteraad was het dorp in rep en roer en tijdens de wedstrijd Volendam - De Graafschap verschenen reclamevliegtuigjes boven het stadion met de tekst 'Politiek, steunt Volendam'.

Nadat de gemeenteraad was gezwicht en de voetbalclub met een geld-injectie had opgefrist, verzuchtte toenmalig voorzitter Jaap Bond: 'Dit is de 22ste keer dat ons voortbestaan op het spel heeft gestaan en het is weer gelukt, maar de strijd heeft me gesloopt.'

Dat was in 1986; vorige week, vele voorzitters en nog meer overlevingsacties later, relativeerde hoofdtrainer Andries Jonker de huidige problematiek met de opmerking: 'Ik ben hier anderhalf jaar werkzaam en heb al vijf keer gehoord dat het einde van de club nabij is. De eerste keer schrok ik me rot, nu denk ik: het zal wel.'

Het lot van FC Volendam ligt opnieuw in handen van de politiek. De rijke herinnering aan de trots van het dorp dreigt te worden vermalen in het debat dat de twee grootste fracties van de gemeente, CDA en Volendam'80, zijn aangegaan over zin en betekenis van betaald voetbal voor de Volendamse gemeenschap.

Wethouder Nellie Veerman - Tol (Volendam'80), met sportzaken in haar portefeuille, zal opstappen als de gemeenteraad besluit het betaald voetbal een zachte dood te laten sterven. Na de IJsselmeer-paling is voetbal het bekendste exportproduct van het dorp en als mevrouw Veerman burgemeester Patijn van Amsterdam treft dan vraagt hij eerder hoe het met de voetbalclub gaat dan met de vissersvloot: 'Als dat niet aangeeft hoe belangrijk de voetbalclub voor het dorp is'

Maar bij coalitiepartner CDA bestaat een andere opvatting. Volgens wethouder Jan Tol van financiën is de bevolking uitgekeken op het dure speeltje. Hij beweert dat er geen draagvlak meer is voor overheidssteun.

Een toeristische bezienswaardigheid is de plaatselijke FC inderdaad niet, en sinds de voortdobberende botter met de naam 'Heen en Weer' het elftal in de eerste divisie heeft afgezet, vermindert de glans van het roemrijke verleden. Maar wie betwijfelt of de ziel van het betaald voetbal uit Volendam is weggesneden, zou bij de onlangs ontslagen trainer Dick de Boer te rade moeten gaan.

Op weg naar zijn einde zei de in het dorp geboren en getogen oefenmeester: 'In Volendam wonen zeker vijfduizend trainers met allemaal een mening over de voetbalclub. Ik kan de deur niet uitkomen of er begint wel iemand tegen me aan te praten over het voetballen. En als je thuiskomt liggen er weer een paar brieffies in de bus, meestal negatief en anoniem.'

Volendammers willen alles van de club weten; vroeger liepen ze langs de penningmeester om te vragen 'wat-ie gevangen' had, nu hebben sponsorhome en business-seats afstand gecreëerd. Maar ze blijven praten over voetbal; Pé Mühren zei het al: 'Volendammer zullen nooit veranderen, de tijden wel ...'

De onlangs overleden stadionspeaker debiteerde nog een wijsheid over zijn dorp: 'Volendammers zijn vreemde mensen: ze streven altijd het hoogste na en als dat niet lukt, haken ze meteen af.'

Voorlopig praat FC Volendam slechts om te overleven.

Poul Annema

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden