Overleven in verstikkend Atlanta

Honderd jaar later had Spiridon Andriopoulos de geschiedenis willen herschrijven, als erfgenaam van Spiridon Louis. Maar hij ging met Bert van Vlaanderen en zovele anderen kapot aan de gruwelijke glooiingen en de verstikkende atmosfeer in Atlanta....

HANS VAN WISSEN

Van onze verslaggever

Hans van Wissen

ATLANTA

Voorspeld was een onverantwoorde en misschien wel dodelijke marathon. Maar de enige voorspelling die overeind bleef, was de onvoorspelbaarheid van de afloop. De grote favoriet, Martin Fiz, Europees- en wereldkampioen, kwam hoofdschuddend het Olympisch stadion binnen; zijn grote concurrent Dionicio Ceron was in geen velden of wegen te bekennen. Het zou Spanje versus Mexico worden, maar het werd Zuid-Afrika.

De 25-jarige Thugwane dacht een half jaar geleden nog dat hij nooit meer zou kunnen lopen. Hij was als bewaker van een diamantmijn in Witbank op weg naar huis, maar werd tot staan gebracht door drie struikrovers die zijn auto, een geschenk van zijn werkgever, confisqueerden. Hij zag de bandieten een pistool op zijn hoofd richten en sprong in een wanhoopspoging weg. Een kogel raakte hem in de kin, hij voelde een stekende pijn in z'n rug.

Thugwane kwam strompelend thuis, zoals hij gisteren strompelend de interviewzaal binnenkwam. Een loper die kan lijden. En een loper met met onverwoestbaar vertrouwen in zijn lot. Door de overval in Zuid-Afrika leerde hij zichzelf kennen als overlever, na de overlevingstocht van Atlanta schetste hij zichzelf als het symbool van een jarenlange strijd tegen de Zuid-Afrikaanse apartheid. Hij droeg zijn gouden medaille op aan Mandela.

Mark Plaatjes, zijn voorganger, moest de Amerikaanse nationaliteit aanvragen om furore te kunnen maken op de marathon. Thugwane kon trots zijn op zijn land, op 'een democratisch Zuid-Afrika'. En hij kon trots zijn op zichzelf. Hij wist al na dertig kilometer, nog alleen in het gezelschap van de Kenyaan Mainana en de Zuid-Koreaan Lee Bong-Ju, dat hij de Olympische marathon zou winnen. Hij daagde zijn directe belagers uit met tempowisselingen, hij liet zich soms een paar meter terugvallen om verwarring te zaaien, maar hij had uiteindelijk geen tegenstand te duchten. Hij raasde ook die laatste baan in het stadion ongenadig voort. Thugwane 'vreesde nooit'.

Maar nooit eerder was het verschil tussen de overlevers zo klein geweest. Ze waren met z'n vijftigen begonnen en met drie overgebleven. De jonge Kenyaan Mainana en de onpeilbare Zuid-Koreaa Bong-Ju hielden gelijke tred. In het warme Barcelona was ook al een Koreaan eerste geworden, na beklimming van de Montjuïch. Bong-Ju liet niets merken van uitputting, hij keek uit zijn ooghoeken, hij liet zijn sik geen moment hangen. En toch kon hij tegen de laatste versnelling van Thugwane niet op.

Het was een eigentijdse marathon, geen klassieke. Het parkoers leidde langs Fox Theatre, de trots van Atlanta, waar het drietal zich afscheidde. Voor de rest waren het doodse wegen, een lange blauwe lijn en veel onkundige matineuze toeschouwers. De marathon ging voorbij het Holland House, maar er viel weinig te vieren. Bert van Vlaanderen was achterin en bleef achterin.

Drie jaar geleden werd hij derde bij het WK van Stuttgart. De mondiale elite liet het toen goeddeels afweten, omdat er lucratieve herfstmarathons in het verschiet lagen. Wat zou een marathonloper die hooguit twee keer per jaar tot zijn grens kon gaan, nog malen om een wereld- of Olympische titel? Van Vlaanderen was een uitzondering. Hij verkoos Stuttgart boven New York en hij had al in 1992 Barcelona verkozen boven al die andere uitdagingen in het najaar.

Niet lang voor de Spelen ontdeed hij zich van zijn manager Lukkien. Hij was bovendien de enige die van het NOCNSF een vrijbrief kreeg zonder 'vormbehoud' te hebben getoond. Ze gingen bij de koepel af op zijn eigen woorden: 'Als ik niet kan presteren of me niet goed genoeg voel, kom ik niet.'

Van Vlaanderens 'professionele' instelling werd geprezen. Hij werd gisteren 45ste, geen plaats om te vieren. Maar een nogal vreemde reactie was er wel. Van Vlaanderen zei dat hij zich een perfecte hoogtestage in Sankt Moritz herinnerde; dat hij in Atlanta gewoon pech had. Zijn bovenbenen deden al zeer na vijftien kilometer. Hij had zich verkeken op de zwaarte van het parkoers.

Van Vlaanderen had als een van de weinige lopers het parkoers al geruime tijd van tevoren verkend. Waarom hij dus verrast werd door de oneffenheden in het parkoers, bleef volstrekt onduidelijk. Hooguit kon hij refereren aan de blessure die hem zo lang geplaagd had. Met een trainingsachterstand was een marathon als in Atlanta niet fatsoenlijk te voltooien. Alle voorzorgsmaatregelen ten spijt.

Van Vlaanderen had na afloop iets treurigs. Natuurlijk was hij gedesillusioneerd, maar hij deed ook uitspraken als: 'Met een vlakker parkoers, in Rotterdam dus, was de uitslag heel anders geweest.' En: 'De tijd van de winnaar stelt niet veel voor.'

Thughwane bleef niet onder de 2.12 maar dat was, gezien de omstandigheden, wel een uiterst scherpe tijd. Van Vlaanderen had in ieder geval het recht niet deze Olympische marathon te bagatelliseren. Vooral ook gezien zijn belofte om het NOCNSF niet teleur te stellen.

Hij had het gevoel gehad 'klaar' te zijn voor Atlanta. 'Ik miste wedstrijdritme maar in de training ging het goed. Na vijftien kilometer moest ik al gas terugnemen, mijn benen wilden niet meer. Er viel een gaatje en het was gebeurd.'

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden