Overleven, dat is wat voorlopig telt

Luis Léon Sanchez maakt Tour weer een beetje goed voor Rabo na tegenvallend optreden Gesink.

MARK MISÉRUS en MARIJE RANDEWIJK

SAINT-FLOUR - Bauke Mollema zoog de warme lucht van Saint-Flour in zich op en gaf zijn ogen eens goed de kost. 'Best een rare ronde die Tour', stelde hij zonder een spoor van ontdaanheid vast. Achter hem viel de ene na de andere renner geradbraakt in de armen van een verzorger.

De debutant van Rabobank zei er geen woord te veel mee. Het Tourpeloton likte na de negende etappe wederom zijn wonden. Het medisch bulletin dat de gewonden en uitvallers van elke etappe vermeldt, paste zondag niet eens meer op een A4'tje.

Johnny Hoogerland en Juan Antonio Flecha bereikten lijkbleek de finish na ruim 200 kilometer koers, maar ze waren allang blij dat ze konden navertellen hoe een auto van de Franse televisie hen onderuit had gemaaid. Bij Hoogerland stonden de afdrukken van het prikkeldraad nog in zijn bebloede onderlichaam.

De renner van Vacansoleil liet zich huilend de bolletjestrui omhangen die hij zaterdag verloor, maar een dag later op karakter weer terugveroverde. De beelden waarop hij met een snelheid van tussen de 60 en 70 kilometer per uur in het prikkeldraad belandde, vonden al even snel hun weg op het het internet.

De 98ste Tour de France staat voorlopig te boek als de Tour de Chute. Wie niet op de grond ligt, mag in de ronde van geluk spreken. Het uitrijden ervan lijkt eerder een kwestie van overleven dan van uithoudingsvermogen te zijn geworden. Alberto Contador kwam zondag minstens voor de derde keer ten val, nadat hij door de Rus Karpets werd aangetikt. 'Houd vol jongens', sprak Lance Armstrong zijn oude vakbroeders moed in van achter de laptop.

Van de 188 renners die zondagochtend na een week fietsen nog in staat waren op hun fiets te stappen, gaven er gedurende de dag nog eens acht op. Het leverde de ronde een record op waarop het niet bepaald zat te wachten. De achttien uitvallers die er in de eerste week te noteren vielen, overtroffen de statistieken van de laatste vijf edities. Het vlekkeloos oversteken van de gevreesde Passage du Gois is achteraf een bedrieglijk voorteken gebleken.

Een novum zijn de vele valpartijen niet. De eerste Tourweek kenmerkt zich traditiegetrouw door nervositeit. Iedereen is dan op zoek naar zijn plek in het peloton. De eerste schifting die de bergen teweegebrengen, is dan nog aanstaande.

Opvallend is dit jaar vooral de ernst van de valpartijen, waarbij de meeste slachtoffers onder de klassementsrenners te betreuren vallen. Wiggins, Brajkovic, Horner en Kern moesten de strijd al eerder staken nadat ze tegen het asfalt waren gesmakt. Gisteren werden er nog eens twee renners uit de Top-15 van het algemeen klassement in de ziekenwagen geschoven.

In de afdaling van de Pas de Peyrol gingen Jurgen Van den Broeck en Aleksandr Vinokoerov onderuit. Bij de Belg, vorig jaar vijfde, werd in het ziekenhuis een klaplong en een gebroken schouderblad geconstateerd. Voor de Kazak betekende het een roemloos einde van zijn jarenlange verblijf in de Tour de France.

Zaterdag had hij nog een vergeefse gooi naar de gele trui gedaan, die een dag later met permissie van drager Thor Hushovd zelf van eigenaar wisselde. Op nog meer slachtoffers zat het peloton niet te wachten na een tumultueuze openingsweek, ook al moesten de renners volgens Mollema de schuld vooral bij zichzelf zoeken. 'Ze zijn als mollen die laatste bocht van de Pas de Peyrol ingereden. Dat doet je toch niet als je weet dat die afdaling gevaarlijk is?'

Het betekende dat de vijf koplopers de buit onderling mochten verdelen. Thomas Voeckler trok het geel voor eigen publiek dankbaar om zijn schouders. In de ritzege toonde hij geen interesse. Luis Léon Sanchez deed dat wel en bezorgde Rabobank een goede dienst. Hij gaf Robert Gesink ermee een duwtje in de rug.

De Rabo-kopman kon terugkijken op een weekend van uitersten. Zaterdag boog hij tot twee keer toe het hoofd toen de concurrentie bij hem vandaan reed en kwam hij met hangen en wurgen boven op Super-Besse. Het tijdsverlies van 1,08 minuut leek zijn moraal te hebben geknakt.

Een dag later en een hoop bemoedigende woorden van zijn ploeggenoten rijker besloot hij toch weer op zijn fiets te kruipen. Maar toen hij vervolgens voor de voet van de eerste van acht beklimmingen alweer achter het peloton bungelde, werd voor het ergste gevreesd.

In plaats daarvan voelde hij zijn lichaam op elke beklimming aansterken en schoof hij door het uitvallen van Van den Broeck en Vinokoerov ook nog eens op naar de vijftiende plaats in het klassement. De acht seconden die hij op Evans en Schleck moest toegeven, nam hij voor lief.

'Zo kan alles in één dag weer helemaal omgedraaid zijn', vatte Mollema de gebeurtenissen samen.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden