Overheid moet segregatie aanpakken

Monique Kremer en Shervin Nekuee willen hun kind graag naar een gemengde school sturen. Maar in hun stad bestaan slechts witte óf zwarte scholen....

Ons zoontje is een allochtoon, tenminste als je de CBS-definities aanhoudt.

Zijn moeder is geboren en getogen in Nederland, zijn vader 'niet van hier' - wat de letterlijke betekenis van 'allochtoon' is. Straks moet onze Sheyda naar school. Pas twee jaar oud is hij, maar alerte ouders hebben ons gewaarschuwd: 'Schrijf hem nu al in voor een school, zeker als je wilt dat hij naar de Vrije School gaat. Voor het Montessori onderwijs ben je al te laat.' Zo gaat dat in Rotterdam en andere grote steden.

Maar waar moet Sheyda naar toe? Onze wijk is perfect gemengd: de helft is allochtoon, de andere helft is autochtoon. Maar een gemengde school is er in onze wijk niet. In de straat is een christelijke basisschool, waar weinig Hollandse christenen te bekennen zijn. Het is een zwarte school, maar niet mono-etnisch: er zijn 32 nationaliteiten. Zoveel diversiteit heeft twee duidelijk voordelen. Kinderen kunnen over elkaars rijke achtergrond horen en leren met verschillen om te gaan. En, even belangrijk: Nederlands is de taal die hun bindt.

Toch wil de allochtone vader van Sheyda liever niet dat zijn zoon naar deze zwarte school gaat. Als geen ander is hij zich bewust van de eenkennigheid van de dominante groep in Nederland, de middenklasse. In tegenstelling tot klassieke immigratie landen als Amerika is hier kennis en vakmanschap onvoldoende bagages voor succes. Zie de duizenden hoogopgeleide vluchtelingen die hier werkloos aan de zijlijn zitten. Je moet de omgangscodes van de machtige middenklasse door en door kennen en aanvoelen, wil je je kunnen handhaven en vooruit komen in Nederland.

Dan moet Sheyda maar naar de goed aangeschreven witte school in de wijk verderop. Zoals onze Turkse buurjongen. Zijn ambitieuze ouders brengen hem elke dag met de auto. Dat is, zo denken zij, de enige manier om te zorgen dat hij straks naar de havo kan. En dat zal ook wel lukken. Maar hij dwaalt op het schoolplein alleen rond, en voelt zich vaak eenzaam tussen al die witneuzen, die niets begrijpen van zijn verhalen over vakanties in het Koerdische gebergte waar zijn opa en oma wonen. En zijn ouders kunnen niet altijd goed met de (witte) leerkrachten overweg. Zelfs als ze complimenten willen maken doen ze het onbeschoft: 'voor een Turk kan hij goed leren'. De autochtone moeder wil niet dat Sheyda naar deze witte school gaat. Ze is bang dat hij zal lijden onder de kinderterreur tegen zijn donkere ogen en on-Nederlandse naam. Als je volwassen bent is het misschien wel stoer om 'anders' te zijn dan de rest, als kind wil je er vooral bij horen. Bovendien, deze witte school is niet de juiste plek om Sheyda op het randstedelijk leven in Nederland voor te bereiden. In een stad waar de helft van de bevolking allochtoon is, kan je niet vroeg beginnen met wennen aan culturele verschillen. Sheyda zou zich thuis moeten voelen in een stad vol diversiteit. Hij moet de culturele grenzen soepel weten te passeren om met zijn stadsgenoten samen te kunnen leven.

Blijkbaar worden we als ouders gedwongen kleur te bekennen voor onze zoon. Hij moet naar een school waar hij altijd de Ander is: óf is hij 'zwart' (op de witte school) óf zou hij de bounty zijn (op de zwarte school). Dit duivelse dilemma is niet alleen een ramp voor de ouderlijke nachtrust, maar ook een verschrikking voor een land dat smacht naar verbondenheid tussen allochtonen en autochtonen. Een wonderlijk dilemma ook. Etnische apartheid is nog wel te begrijpen als de wijken gesegregeerd zijn, maar hoe kan een gemengde wijk enkel witte en zwarte scholen hebben, terwijl ouders het graag anders willen?

Volgens de Onderwijsmonitor van 2003 zegt 80 procent van de Nederlanders met schoolgaande kinderen dat allochtone en autochtone kinderen gespreid moeten worden over scholen. Uit kleinschalig onderzoek van de SP onder Turkse en Marokkanse ouders zegt 90 procent dat de overheid moet bevorderen dat er meer gemengde scholen komen. Wij staan dus niet alleen, integendeel. Er is een brede consensus onder ouders dat kinderen veel leren op een gemngde school. Maar waarom zeggen ouders dat ze graag willen dat hun kind naar een gemengde school gaat, maar doen ze het niet?

Allochtonen ouders kiezen op intuïtie: ze sturen hun kind naar de school in de wijk. Daar valt weinig tegen in te brengen. Maar ook de witte vlucht kan je ouders nauwelijks aanrekenen. Behalve enkele beroepspsychologen en pedagogen wil niemand experimenteren met zijn eigen kind. Voor het geluk en de groei van een kind is zelfs korte termijn te lang. Bouwen op zekerheid hoort bij de psychologie van het ouderschap.

Daarnaast worden ouders gevangen door de keuze van scholen.Die proberen te beïnvloeden welke kinderen ze krijgen. De scholen kan dat niet altijd verweten worden. Behalve wanneer ze absurd vroege inschrijfprocedures hanteren (want autochtonen hebben blijkbaar geen problemen om jaren vooruit te zien) of absurd

hoog schoolgeld vragen, zonder daarbij te vertellen dat de bijdrage vrijwillig is. In veel gevallen zit de school gevangen in de logica van de subsidies óf die van de markt. Een zwarte school krijgt zoveel subsidie dat zij het wel uit haar hoofd zal laten om te verwitten. En een witte school is bang om uit de markt te vallen van witte ouders als er te veel allochtone kinderen komen. Witte ouders hebben vaak een dikkere portemonnee en 'netjes opgevoede'(lees, herkenbare dus makkelijk te handhaven) kinderen.

Terwijl scholen gevangen zijn door marktdenken én de subsidieregelingen van de overheid zitten ouders dus klem in hun individuele vrije keuze. Een klassiek prisoner's dilemma: ze willen allemaal liefst een gemengde school, maar kunnen het niet permitteren om te vertrouwen op de daadkracht van andere ouders.

Daarom zijn ze gebaat bij een Sociaal Contract om hen te 'verlossen'. Dat kan alleen gesloten worden door een overheid die boven individuele kortzichtige keuzes kan uitstijgen. Maar zo'n overheid hebben we niet.

Het CDA en in het bijzonder zijn leider Balkenende schermt graag met 'waarden en normen' en 'geen woorden maar daden'. Maar een daad stellen om de waarde van een gemengde school te verzekeren, dat durft men niet aan. De minister van Onderwijs, Van der Hoeven, ziet onderwijs vooral als een leerfabriek, een niet als een prille gemeenschap waar kinderen leren om vooruit te komen en met elkaar om te gaan. Daarmee gaat zij een maatschappelijk debat uit de weg over de vraag wat vrije keuze is en voor wie die vrije keuze geldt. En dat terwijl ouders heel anders denken dan zij. Ouders willen graag kiezen voor een gemengde school, maar die is er niet. Het kabinet laat hun doormodderen in hun zogenaamd 'eigen vrije keuze'.

Monique Kremer is verbonden aan de Nederlandse Instituut voor Zorg en Welzijn en redacteur voor de tijdschrift voor sociale sector, TSS. Shervin Nekuee werkt bij de Rotterdamse Kunst Stichting en is redacteur van de tijdschrift EUTOPIA.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.