Overheid moet investeren in kennis, niet in beton

Studiebeurzen omzetten in leningen die studenten later moeten terugbetalen, staat haaks op het streven naar een kenniseconomie, vindt Coen Teulings....

Nederland verliest terrein in de internationale innovatiewedloop. De nood is zo hoog dat de premier het voortouw nam om als voorzitter van een Innovatieplatform. Hoezeer het belang van de kenniseconomie ook wordt beleden, de beleidspraktijk heeft zich nog niet aangepast. Een goed onderwijssysteem is bijkans de belangrijkste concrete bijdrage die 'Den Haag' aan de kenniseconomie kan leveren. Maar het aandeel van uitgaven aan onderwijs is in 10 jaar gedaald van 5,5 tot 4,5 procent van het BBP, structureel zeven miljard gulden per jaar.

Tekenend voor de trage beleidspraktijk is een bericht in de Volkskrant van maandag, naar aanleiding van de Macro Economische Verkenningen (MEV), die het CPB jaarlijks gelijktijdig met de Miljoenennota presenteert. 'Alle studiebeurzen moeten worden omgezet in leningen die na de studie door de studenten worden terugbetaald. Wie veel verdient, betaalt meer terug.' Zo zouden honderden miljoenen kunnen worden bezuinigd. De achterliggende redenering is in zekere zin ook overtuigend. Een investering in je opleiding rendeert uitstekend. Ieder jaar extra onderwijs levert gemiddeld zo'n 8 procent meer salaris op. Als het individuele profijt zo hoog ligt, dan kunnen studenten prima zelf de kosten van hun studie dragen. 'Lang leve de kenniseconomie' wil dus niet zeggen dat de overheid voor alle kosten van kennisverwerving moet opdraaien. Eigen verantwoordelijkheid vermag ook wat.

De vraag is of de overheid de kosten van onderwijs volledig bij studenten moet leggen. Weliswaar is het individuele profijt van investeringen in hoger onderwijs groot, het maatschappelijke profijt is nog hoger. In economenjargon: hoger onderwijs heeft positieve externe effecten die uitstijgen boven de salarisverbetering van degene die dat onderwijs heeft gevolgd. Kennis kan worden overgedragen. De betere opleiding van de een, vergroot de productiviteit van de ander. Er is veel onderzoek gedaan naar zulke effecten, door productiviteitsontwikkeling van landen met verschillende opleidingsniveaus te vergelijken. Dat laat veelal zien dat de enorme productiviteitsstijging sinds de Tweede Wereldoorlog bijna volledig kan worden toegeschreven aan het onderwijssysteem. Kortom, de samenleving profiteert van individuele investeringen in onderwijs, en dat rechtvaardigt dat de overheid de kosten ten dele draagt.

Meer onderwijs is ook goed voor een gelijkere inkomensverdeling. Doordat er meer hoger opgeleiden komen gaan hun lonen omlaag, en doordat er minder lager opgeleiden overblijven, gaan hun lonen omhoog. Op die manier profiteren ook de mensen die niet zo'n studiehoofd hebben van de inspanningen van de bollebozen: die leiden tot hogere lonen voor de overblijvende lager opgeleiden. Waar die inkomensongelijkheid via andere maatregelen (zoals huursubsidie en bijstand) ten koste van veel geld wordt gerepareerd, daar is een investering in een grotere onderwijsdeelname misschien wel effectiever. Het voorstel van het CPB spant daarom het paard achter de wagen. Het is altijd goed om te kijken of het stelsel van studiebeurzen doelmatiger kan worden. Bezuinigingen zijn niet het eerste waar Balkenende als voorzitter van het Innovatieplatform aan zou moeten denken. De innovatie waar zijn platform voor staat vraagt een beter opgeleide beroepsbevolking. Een grotere deelname aan het hoger onderwijs is een van de manieren om dat te realiseren. Bezuinigingen op de beurzen staan daar haaks op. Studiebeurzen kosten geld. Zijn er potjes waaruit het kabinet geld uit kan halen om het onderwijs te stimuleren? De afgelopen jaren zijn er omvangrijke investeringen gedaan in de fysieke infrastructuur, die ofwel volstrekt onrendabel zijn (Betuweroute), of die veel goedkoper hadden kunnen worden uitgevoerd. Die uitgaven nopen nu tot fors bezuinigen. Het heeft geen zin te treuren om geld dat inmiddels is verspild. De kwestie is dat er nog steeds voorstellen voor grote, en nagenoeg even zinloze investeringen in infrastructuur in de ijskast liggen (zeesluizen bij IJmuiden, Maasvlakte, Zuiderzeelijn). Hier zou Balkenende's Innovatieplatform een heldenrol kunnen spelen. Innovatie vraagt doelgerichte inzet van overheidsgeld: in onderwijs, en niet in beton.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden