Overheid moet gericht worden bijgesnoeid

Agenten, onderwijzers en artsen zijn overstelpt met regels, wat ten koste ging van hun werk. Hoog tijd om te snoeien in de regelgeving..

Er is nogal wat kritiek gekomen op de plannen van politieke partijen om drastisch te gaan snoeien in de overheid. Zie onder andere het artikel van Pauline Meurs en anderen in het Betoog van afgelopen zaterdag. Meurs verdient weerwerk, al was het maar omdat ze alle partijen op een hoop gooit. Zo vermeldt ze niet, dat de VVD vooral wil snijden om de belastingen te verlagen en de PvdA om de publieke dienstverlening te verbeteren. Maar Meurs verdient vooral weerwerk omdat ze maar de helft van het verhaal vertelt, namelijk met welke goede argumenten een groot overheidsapparaat te legitimeren valt. Als medeauteur van het verkiezingsprogramma van de PvdA vertel ik graag de ontbrekende helft van het verhaal.

Overigens valt er ook nog wel iets af te dingen op de argumenten van Meurs voor een omvangrijk overheidsapparaat. Haar eerste argument is dat wie veel belooft, veel ambtenaren nodig heeft om al die beloftes na te komen. Inderdaad vormde de verzorgingstaat de uiteindelijke legitimatie voor het omvangrijke overheidsapparaat dat de afgelopen eeuw is ontstaan. Maar laten we niet vergeten dat veel beleid niet van de politiek afkomstig is, maar van gemotiveerde ambtenaren die hun eigen politieke agenda hebben. De politiek is dus niet alleen verantwoordelijk voor al dat beleid. Bovendien worden verschillende politieke partijen, en zeker de PvdA, voorzichtiger met de roep om nieuw beleid. Het kan dus anders.

Het tweede argument van Meurs voor een omvangrijke overheid is dat de samenleving erg complex geworden is. Dat is juist, maar die complexiteit is geen natuurverschijnsel en wordt ook vaak door de overheid zelf veroorzaakt. Denk maar aan de voor bijna niemand te volgen methode waarmee de omwonenden van Schiphol tegenwoordig worden beschermd tegen geluidsoverlast.

Afgezien hiervan vertellen de argumenten van Meurs voor een omvangrijk overheidsapparaat slechts de helft van het verhaal. De andere helft betreft drie punten. Ten eerste heeft de politiek lange tijd weinig aandacht gehad voor de uitvoering van beleid. Vol goede bedoelingen werd regel op regel, plan op plan gestapeld, terwijl niemand zich zorgen maakte over de publieke dienstverlener die dit allemaal moest waarmaken. Maar kwamen die leraren nog toe aan het geven van goed onderwijs? Hadden de verpleegsters hun ‘handen aan het bed’ of volgden ze een managementcursus? Hadden de artsen nog tijd voor hun patiënten of moesten ze eerst de juiste diagnose-behandelcombinatie invullen? Konden de agenten nog op straat of waren ze 70 procent van hun tijd bezig om de verbalen in zoveelvoud uit te werken? Hoe goed al die regels en plannen ook waren bedoeld, het is allemaal te veel. Daarom moeten de regels grover worden en moet er vooral veel minder worden geregeld. Dat betekent dat er minder ambtenaren nodig zijn. En als er minder beleidsambtenaren zijn, zullen er automatisch ook minder regels zijn, en minder bureaucratisch toezicht. Het mes snijdt aan twee kanten.

Ten tweede ziet Meurs de overhead binnen de departementen geheel over het hoofd. Ongeveer 45 procent van de formatie op de departementen houdt zich bezig met personeel, informatie, organisatie, financiën, huisvesting, communicatie, enzovoorts. Geen bedrijf zou zich voor langere tijd zoveel overhead kunnen permitteren. Bovendien houdt de overhead zichzelf in stand door steeds weer nieuwe dingen te bedenken als competentiemanagement en efficiency-operaties. Als betrekkelijke nieuweling in de overheidswereld verbaas ik me nog bijna dagelijks over de tijd en capaciteit die in al dit soort zaken wordt gestoken.

Ten derde is de bestuurlijke drukte te groot. Dit is zichtbaar in Den Haag, maar misschien nog beter op regionale schaal, waar een wirwar aan organen bezig is het beleid te coördineren. Iedereen overlegt met iedereen, in steeds weer andere samenstellingen zodat er zelden knopen kunnen worden doorgehakt, laat staan dat betrokkenen aan de besluiten kunnen worden gehouden. Ook dit valt te verklaren: een netwerksamenleving krijgt vanzelf een netwerkbestuur, waarin velen van anderen afhankelijk zijn. Maar het is me te gemakkelijk om dit als gegeven te accepteren. Besturen kunnen betere afspraken maken over hoe ze met elkaar omgaan. Waarom al die regionale besturen van verschillende gemeenten, als de coördinatie ook door de provincie ter hand kan worden genomen? Bovendien moeten we ook niet schromen om gewoon te schrappen, hoezeer die maatschappelijke complexiteit het ontstaan van al die organen ook kan verklaren. De bestuurlijke drukte belemmert een goed functioneren van de overheid. Daarom pleit ik ervoor waterschappen te integreren in de provincies. Alle fusies van waterschappen hebben toch al niets meer overgelaten van het oude ingelandenbestuur dat we eeuwen hebben gehad.

Er zijn hele goede redenen om de overheid niet alleen te koesteren, maar ook om haar gericht bij te snoeien. Wie dat nu niet hardop durft te zeggen, staat over vier jaar voor nog grotere problemen.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden