Overheid moet burger helpen op elektronische snelweg

HET is niet voor niks dat de discussie over de elektronische snelweg nu al enige tijd de media beheerst. Het gaat om grote belangen en fraaie vergezichten....

MARJET VAN ZUYLEN

Ik wil hier geen voorspelling doen over de invloed van elektronische netwerken in de toekomst, maar een antwoord geven op de vraag wat de taken van de overheid zijn op dit terrein. De rol van de politiek bestaat vooral uit het scheppen van voorwaarden en het stimuleren van aanbod dat niet vanzelf uit de markt komt.

Ten eerste is het belangrijk dat de snelweg toegankelijk wordt, niet alleen in termen van betaalbaarheid maar ook in termen van begrijpelijkheid. Nu al fronsen velen hun voorhoofd bij het werken met een computer of het bedienen van een video. De gebruikersvriendelijkheid van computers of combinaties van computers en televisie is van groot belang.

De informatiekloof is ook een generatiekloof. Steeds vaker zullen kinderen hun ouders de weg wijzen in cyberspace. De overheid kan stimuleren dat voor ouderen inhaalprogramma's en bijscholingscursussen worden ontwikkeld en dat gebruiksvriendelijke programmatuur de standaard wordt.

Ten tweede dient produktie en aanbod van informatie zo veel mogelijk vrij te zijn. Dit vereist een liberale houding van de beheerders van de snelweg, die wettelijk nauwelijks mogelijkheden zouden mogen hebben om de informatiestromen te beperken. Uitdagingen voor de toekomst liggen in het beschermen van het auteursrecht, de privacy en het briefgeheim (encryptie) op de snelweg. De toegangswegen tot de snelweg mogen niet geblokkeerd zijn, maar botsingen moeten worden voorkomen.

Ten derde dient de overheid te onderzoeken hoe maatschappelijk zinvolle diensten via de snelweg kunnen worden gestimuleerd, aanvullend op wat de markt biedt. Tijdelijke, beperkte aanjaagsubsidies kunnen bijvoorbeeld jonge kunstenaars en producenten stimuleren van de nieuwe media gebruik te maken. Dat kan in de toekomst een verschuiving betekenen in de geldstromen die vanuit de overheid naar de publieke omroepen gaan. De medewerkers in omroepland hoeven zich overigens geen zorgen te maken over hun toekomst. Dat de infrastructuur, de hardware, aanwezig is betekent immers nog niet dat er ook software is. De expertise op dit gebied bevindt zich nog steeds deels in Hilversum.

Ten vierde dient de overheid de regelgeving dusdanig te liberaliseren dat praktisch mogelijk wordt wat technisch al lang kan. Daarvoor is het nodig dat integratie van beleid plaatsvindt. De politiek moet de mediawet, de wet op de telecommunicatievoorzieningen en de radio-omroep-zenderwet zo veel mogelijk integreren in één wettelijk kader. Deze regelgeving mag echter niet aan de techniek zijn gebonden.

Hetzelfde geldt voor het toezicht op de communicatie-ontwikkelingen. Op dit moment is het ministerie van Verkeer en Waterstaat aandeelhouder van KPN, beslist het over de toewijzing van vergunningen voor de mobiele telecommunicatie en maakt het de regels waarop het zelf toezicht houdt. Aangezien de telecommunicatiesector snel zal worden geliberaliseerd, is het van belang de onafhankelijkheid van het toezicht te bewaken.

Het aandeelhouderschap kan naar Financiën en het toezicht kan, totdat de sector rijp is voor algemeen mededingingsbeleid, in een zelfstandig bestuursorgaan onder worden gebracht. Daarin zouden zowel Verkeer en Waterstaat, Economische Zaken en Onderwijs vertegenwoordigd moeten zijn. Alleen op deze manier kan worden gewaarborgd dat andere dienstenaanbieders dan PTT Telecom onder dezelfde voorwaarden en tegen redelijke kosten gebruik kunnen maken van de infrastructuur (die van PTT Telecom is).

Een offensieve, optimistische benadering van de elektronische snelweg gaat uit van een groei van de werkgelegenheid ten gevolge van de hierboven geschetste ontwikkelingen. Nu al is de groei van de werkgelegenheid in Europa voor meer dan 40 procent afkomstig uit deze sector. Liberalisering van aanbod van telecommunicatie-infrastructuur kan dit verder bevorderen. Het verlenen van slechts één vergunning aan een concurrent (Enertel) van PTT Telecom zou onvoldoende recht doen aan de wereldmarkt die telecommunicatie is geworden. Ook anderen moeten de mogelijkheid krijgen diensten aan te bieden.

Centraal staan de belangen van consumenten, bedrijven en instellingen, die met behulp van die infrastructuren beter moeten kunnen communiceren tegen een betaalbare prijs.

Bij vrijere concurrentie zullen de prijzen dalen, zal de geboden kwaliteit groter worden en zullen nieuwe diensten sneller hun weg naar de consumenten vinden. Duidelijkheid voor het bedrijfsleven, over wat kan en wat niet kan, vergroot, ook internationaal, de kansen voor Nederland in deze schone groeimarkt.

Alleen met een overheid die toegankelijkheid en vrijheid van aanbod garandeert, die nieuwe diensten en liberalisering van wetgeving en infrastructuur stimuleert en die concurrentie op de wereldmarkt serieus neemt, kan de virtual reality dichter bij de burger komen.

Marjet van Zuylen

De auteur is Tweede-Kamerlid voor de Partij van de Arbeid.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden