Overheid leerde niet van vuurwerkramp Culemborg

De ontploffing van de Culemborgse vuurwerkfabriek in 1991 heeft er niet toe geleid dat de verantwoordelijke ministeries doordrongen raakten van de gevaren van vuurwerk....

Aanbevelingen van TNO werden na 1991 genegeerd, geld voor onderzoek naar de brandwerendheid van zeecontainers werd niet vrijgemaakt, ministeries schoven het vuurwerkdossier naar elkaar door en de milieu-inspectie moest afstand doen van het met eigen ogen controleren van verdachte bedrijven. Vooral uit de woorden van Kodde, die voor TNO ruim twintig jaar onderzoek deed naar vuurwerk, bleek dat de rijksoverheid geen lering heeft getrokken uit de Culemborgse explosie. Uit onderzoek naar die ramp kwam naar voren dat bepaalde stukken vuurwerk massa-explosief waren, wat wil zeggen dat ze veel gevaarlijker waren dan werd aangenomen. Die conclusie leidde niet tot strengere eisen voor de opslag van vuurwerk.

De Commissie Preventie Rampen sprak weliswaar jarenlang over het vergroten van de afstanden tussen vuurwerkopslagen en woonhuizen, maar dat overleg bleef zonder resultaat. Kodde hoorde van een hoge milieuambtenaar dat de financiële middelen ontbraken om de voorschriften strenger te maken. Voor een studie naar de gevaren bij de opslag van illegaal vuurwerk was evenmin geld beschikbaar.

Ook voor een volgens Kodde noodzakelijk onderzoek naar brandwerendheid van zeecontainers was geen van de drie verantwoordelijke ministeries in 1995 bereid geld te geven. Uit een berekening van TNO, drie jaar later, bleek dat een zeecontainer slechts vier minuten brandwerend is.

Volgens Kodde fungeerde TNO in de jaren negentig noodgedwongen als intermediair tussen de vuurwerkbranche en de overheid. Bij de ministeries ontbrak de kennis om adequaat over vuurwerk te oordelen, meent Kodde. De ministeries schoven elkaar het vuurwerkdossier toe, waardoor er steeds nieuwe, onervaren ambtenaren over moesten oordelen.

Uit de getuigenis van minister Pronk bleek dat vuurwerk op het ministerie van Milieu geen prioriteit kreeg. Vóór de ramp in Enschede had de bewindsman nauwelijks met vuurwerk te maken; de vuurwerkexplosie van Culemborg kende hij niet.

Pronk moest bij zijn aantreden in 1998 tot zijn spijt constateren dat de milieu-inspectie geen controles bij bedrijven uitvoerde. Begin jaren negentig was besloten om inspecties door de gemeenten zelf te laten uitvoeren, ook bij vuurwerkbedrijven. Een van de initiatiefnemers van dat plan was M. Ent hoven, toenmalig directeur en huidig lid van commissie-Oosting. Enthoven was in de jaren tachtig voorzitter van de Commissie Preventie Rampen.

Pronk heeft na zijn aantreden snel ingegrepen. Hij vindt dat inspecteurs ook bedrijven moeten kunnen controleren. Pronk zegt niet te weten dat Enthoven begin jaren negentig meewerkte aan het beleid dat hij heeft verworpen. M. Oosting, voorzitter van de gelijknamige commisie die de vuur werkramp onderzoekt, heeft eerder gezegd dat Enthovens vroegere functies een objectief commissie-oordeel over de ramp niet in de weg staan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden