Achtergrond Rechtbankverslag

Overheid holt achter de chemici aan bij aanpak nieuwe designerdrugs

Chemisch drugsafval gedumpt langs een landweggetje. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Omdat Nederland geen wettelijke basis heeft om tegen nieuwe psychoactieve stoffen op te treden, wordt het steeds meer gebruikt als uitvalsbasis voor handelaren in nieuwe drugs als 3-FA. Een kat- en muisspel met verstrekkende gevolgen.

‘Ik weet heel goed wat legaal of illegaal is’, zegt de 48-jarige Canadees Gordon G. donderdag voor de rechtbank in Den Bosch. Als de autoriteiten een bepaalde chemische stof tot illegale synthetische drug verklaren, dan reageert hij daar meteen op en past hij zijn productie aan. ‘Alles moet binnen de regels van de wet blijven. Niets van mijn handel is illegaal.’

G., geboren in Cuba, is chemicus en eigenaar van een bedrijf in het Oostelijk havengebied van Amsterdam. Zijn firma staat officieel te boek als groothandel in chemische stoffen maar handelde vooral in zogenoemde designerdrugs of partydrugs, die de geest ‘beïnvloeden’ en de effecten van xtc of amfetamine imiteren. Ze worden ook wel nieuwe psychoactieve middelen genoemd, die legaal zijn tot het moment dat ze verboden worden.

Daar is helemaal niets mis mee, vindt G. ‘De mensen willen fun hebben’, zegt hij. Hij kan niet verbieden dat mensen partydrugs gebruiken – dat moet de overheid maar doen. En als dat gebeurt, dan past hij gewoon de productie aan en maakt hij nieuwe partydrugs die (nog) niet verboden zijn.

Designerdrugs

De rechtszaak tegen de Canadees G. en de voormalige financieel directeur van zijn bedrijf, de 70-jarige Nederlander Herman F., toont aan hoe ontwerpers van designerdrugs profiteren van het ontbreken van wetgeving in Nederland tegen deze nieuwe psychoactieve middelen. Politie en justitie kunnen pas ingrijpen als zo’n nieuwe drug op de verboden lijst met verdovende middelen is geplaatst.

Dat constateerde hoogleraar bestuurskunde Pieter Tops ook in zijn onlangs gepubliceerde onderzoek naar synthetische drugs (Waar een klein land groot in kan zijn). Omdat Nederland geen wettelijke basis heeft om tegen nieuwe psychoactieve stoffen op te treden, wordt het steeds meer gebruikt als uitvalsbasis voor handelaren in deze nieuwe drugs.

‘Ons land kent nog steeds een systeem waarin per afzonderlijk middel een besluit moet worden genomen, een manier van werken die het kat- en-muisspel tussen overheid en producenten in de hand werkt’, aldus Tops. In andere landen wordt veel meer met ‘generieke lijsten’ gewerkt. Zo zijn in België sinds september 2017 hele groepen van psychoactieve stoffen verboden.

Miauw miauw

Chemicus G. en zijn financieel directeur F. worden nu toch vervolgd, omdat eind 2012 zowel in Nederland als in Portugal vaten met chemicaliën in beslag zijn genomen waarin een verboden component zat. Het gaat om mephedrone, dat in Groot-Brittannië al in 2010 is verboden en in Nederland in 2012 op lijst 1 van verboden dovende middelen van de Opiumwet kwam te staan. Op straat en in het uitgaanscircuit wordt deze partydrug ook wel ‘miauw miauw’ genoemd.

Zo kwamen in september 2012 op Schiphol vaten met 80 kilo van de chemische stof 4-MEC binnen, ingevoerd uit India. In november 2012 ging het om een zending van 520 kilo met 4-MEC. In de vaten werden ook kleine percentages (4 tot 6 procent) mephedrone aangetroffen. ‘Het zijn weliswaar kleine percentages, maar ze boden ons een handvat om de verdachten aan te pakken’, aldus officier van justitie Neeltje Keeris. Pikant detail: 4-MEC is dit jaar pas op de verboden lijst van de Opiumwet geplaatst – zo lang duurt dat dus.

Ook kwam er in 2012 een rechtshulpverzoek uit Portugal, waar drie zendingen voor een Portugees dochterbedrijf van de Amsterdamse groothandel in chemische stoffen waren onderschept. Daarin zou ook het verboden middel mephedrone zijn aangetroffen, evenals een ander verboden middel.

Indiase productiefout

Volgens het OM importeerde het Amsterdamse bedrijf de chemische stoffen uit India via Hongkong en Portugal. Tijdens de rechtszitting betwistte G. de meetmethodes voor de inhoud van de vaten. En als er al verboden stoffen inzaten, dan was het waarschijnlijk ‘een productiefout’ in India geweest waarvan hij geen weet heeft gehad.

Financieel directeur F. waste zijn handen eveneens in onschuld. ‘Ik heb geen verstand van chemicaliën’, zei hij voor de rechtbank. ‘Alle bestellingen gingen via Gordon. Ik deed alleen de facturen en boekingen.’

Het OM vindt echter dat beide verdachten zich schuldig hebben gemaakt aan de handel in verboden synthetische drugs. Ze hebben bewust het risico genomen om stoffen te importeren die aanschurken tegen verboden drugs. ‘Het is een risicovolle handel. De grenzen werden te vaak opgerekt, dan weet je dat het een keer misgaat’, aldus officier van justitie Keeris. ‘De verdachten liepen steeds op het randje. Het viel te verwachten dat ze erover heen zouden stappen.’

Het OM eist donderdag in Den Bosch tegen chemicus G. een geldboete van 10 duizend euro en tegen financieel directeur F. een boete van 5 duizend euro. Tegen beiden wordt ook een voorwaardelijke celstraf van drie maanden geëist. De advocaten pleiten voor vrijspraak voor beide verdachten.

Geneesmiddelenwet

Officier Keeris zei donderdag na afloop dat Nederland achterloopt bij de aanpak van producenten van designerdrugs. Mede daarom is Nederland zo’n grote producent en distributeur geworden van designerdrugs, die merendeels naar het buitenland worden uitgevoerd. ‘In bijna alle Europese landen zijn wetten gemaakt die designerdrugs verbieden, maar in Nederland is daarvoor nog steeds geen regelgeving’, aldus de aanklager van het landelijk parket.

In Den Haag is wel wetgeving in voorbereiding. Volgens het OM is die ook hard nodig, omdat het Europees Hof van Justitie in 2014 een einde maakte aan een alternatieve aanpak van producenten van nieuwe psychoactieve middelen via de Geneesmiddelenwet. Dat gebeurde met een arrest in een Duitse zaak. Volgens het EU-Hof moet de Geneesmiddelenwet alleen over geneesmiddelen gaan en mag de wet niet ‘misbruikt’ worden om drugshandelaren aan te pakken. ‘Na deze uitspraak werd het voor de Nederlandse politie en justitie zowat onmogelijk om de handel in designerdrugs tegen te gaan’, aldus Keeris.

De rechtbank doet over twee weken uitspraak.

De lijsten van de Opiumwet

De Opiumwet maakt sinds 1976 een onderscheid tussen hard en soft drugs (waardoor onder meer het coffeeshopbeleid mogelijk is gemaakt). Op lijst I van de Opiumwet staan de hard drugs die volgens de overheid een onaanvaardbaar risico vormen en schadelijker zijn dan soft drugs. Hierop staan vele tientallen (zo niet een paar honderd) drugs, waaronder uiteraard heroïne, cocaïne, amfetamine, XTC en GHB. Op de lijst II staat ongeveer eenzelfde hoeveelheid soft drugs, waaronder hasj en wiet, maar ook paddo’s en slaap- en kalmeringsmiddelen.

Praktisch elk jaar worden nieuwe drugs aan de lijsten toegevoegd. De laatste jaren zijn dat vooral designerdrugs. Vergeleken met andere landen is Nederland traditioneel vrij laat met het verbieden van drugs, zoals in de vorige eeuw met amfetamine en mdma. Dat geldt ook voor de nieuwe synthetische drugs, omdat ze vooral vanuit het oogpunt van de volksgezondheid worden beoordeeld.

In 2007 verschijnt bijvoorbeeld de designerdrug 4-FA voor het eerst op de markt. In 2010 neemt de drug in populariteit toe, in 2016 waarschuwt het Trimbos-instituut voor ernstige gezondheidsproblemen en in 2017 wordt 4-FA op lijst I gezet (evenals twee andere designerdrugs: alfa-PVP ofwel flakka en acetylfentanyl. Sinds 4-FA echter op de verboden lijst staat, verschijnen de varianten 2-FA en 3-FA op de markt. Die hebben een iets andere chemische samenstelling en zijn nog niet verboden.

Zo holt de Nederlandse overheid steeds achter de chemici en drugshandelaren aan. Daarom pleit het OM voor een andere, meer generieke aanpak van designerdrugs: niet elk afzonderlijke stofje verbieden, maar een verbod op hele groepen van psychoactieve stoffen met een vergelijkbare chemische samenstelling. Dat gebeurt bijvoorbeeld sinds vorig jaar in België.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.