Overgeleverd aan het toverstafje van de verstarring

Op meer dan één foto zie je kramp, kramp door krampachtigheid in spieren en poses. In de beginjaren van de modefotografie was het kennelijk heel gewoon om een model als een kneedbare etalagepop naast een kar op de stoep te zetten: iets meer doorbuigen die elleboog van je, ja goed...

Dan hoefde er maar iets tegen te zitten (het model schrok van een bromvlieg, ze werd gegrepen door een vlaagje wind, ze was met haar hoofd even bij haar zieke grootmoeder) of ze raakte uit balans en dreigde vervaarlijk klapwiekend, in slow motion als het ware, achterover tegen de trottoirtegels te klappen. Wat soms ook wel gebeurde - stel je je zo voor.

In allerijl kwam de fotograaf achter zijn camera vandaan, als hij daar tenminste geen mannetje voor had aangenomen; hij raapte het geschrokken model op, speurde naar haar hoedje dat door een plas naar de andere kant van de rijbaan was gerold, streek beide exemplaren glad en het hele proces van buigen en duwen aan armen, benen en al wat beweegbaar is, kon weer van voren af aan beginnen.

Zijn foto's hebben met andere woorden iets omstandigs en krukkigs. Maar dat zegt meer over de tijdgeest en de stand van zaken in het modebedrijf dan over het vakmanschap van fotograaf Hans Dukkers (1920-1985). Dukkers was met Paul Huf een van de eerste en bekendste modefotografen in Nederland. Hij werkte voor couturiers Max Heymans, Dick Holthaus, Frank Govers en Ferry Offerman, hoedenontwerpers Harry Scheltens en Barend van den Brink, en talrijke 'confectionairs'.

Wat je van zijn werk ook kunt zeggen, bijvoorbeeld dat het mooi is, gedurfd van compositie en soms zelfs humoristisch - veel naturel en Schwung zit er niet in. Terwijl in het buitenland al volop werd geëxperimenteerd met vrij rondhuppelende modellen in een dramatische of juist alledaagse omgeving, waren de 'juffrouwen' van Dukkers nog als Doornroosjes overgeleverd aan het toverstafje van de verstarring. En eigenlijk kwam daar gaandeweg maar weinig verandering in.

Kijk maar naar de badpakken-repo's die Dukkers eind jaren zestig 'op locatie' in warme exotische landen voor opdrachtgevers Tweka en Linda Lu schoot. Uiterst merkwaardig is het standje van de blondine die tegen het witte muurtje uitkijkend over dat pittoreske baaitje is geplakt. Leert zij voor verkeersagent, probeert zij te vliegen of oefent zij voor het wereldkampioenschap turnen? Als Blondjes & Beauties iets duidelijk maakt, is het wel dat de kunst van het poseren en fotograferen nogal is veranderd.

Toch was Hans Dukkers zijn tijd vooruit, schrijft Pauline Terreehorst. Hij was een van de eersten die mensen fotografeerden in plaats van mantels; hij noemde zichzelf geen modefotograaf, maar 'vrouwenfotograaf'. In zijn samenwerking met Puck Hendriks in de jaren vijftig zou je zelfs een vroeg voorbeeld kunnen vinden van hoe een fotograaf en een fotomodel als een gelouterd duo het beste uit elkaar naar boven kunnen halen (à la David Bailey & Jean Shrimpton en, meer recent, Steven Meisel & topmodellen Schiffer, Crawford, Campbell).

Ook in technisch opzicht was Dukkers een vernieuwer. Zo bedacht hij dat hij zijn 'meisjes' van onderaf zou kunnen fotograferen als hij ze op een glazen plaat zette. Hij liet er eentje (Els Kaptein, in 1967 in een blauw broekpak van Dick Holthaus) op handen en knieen plaatsnemen, de vingers in een spreidstand uit elkaar, en het lijkt warempel wel alsof ze als een vierpotig insect in de ruimte hangt. 'Sub-level'-fotografie noemde Dukkers dat trucje met de zwaartekracht.

Maar wat hem voor alles de eer van dit mooie boekje verschaft, is de kwaliteit van zijn hoedjesfoto's. Hoedenfotografie was een vak apart in een tijd waarin een beetje dame met goed fatsoen niet zonder hoofdbedekking de straat op kon. En Dukkers verstond het. Waren de koppen van Evelyn Orcel, Wiet Palar, Rita Loonen en Sophie van Kleef van zichzelf al prachtig genoeg, Dukkers poetste ze met zwart-wit contrasten nog meer op en kneedde ze achter voile of onder een flaprand tot een beeldschone compositie van mond, ogen en wenkbrauwen; met of zonder bloementoef.

Nicoline Baartman

Pauline Terreehorst: Blondjes & Beauties - Hans Dukkers modefotografie 1950-1970.

Uitgeverij Voetnoot, Amsterdam; ¿ 39,50.

ISBN 90 71877 26 4.

Een selectie van ruim zestig foto's van Hans Dukkers is nog tot en met 7 maart te zien op de expositie 'Les belles Hollandaises' in het Amsterdams Historisch Museum.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden